Logo telstar-online.nl
<p>Huisarts Tine Woensdregt is 65 geworden. Ze zet er eind deze maand een punt achter.</p>

Huisarts Tine Woensdregt is 65 geworden. Ze zet er eind deze maand een punt achter.

Huisarts Tine Woensdregt vindt het na ruim 36 jaar mooi geweest

  •   keer gelezen   Actueel

Het was op 17 september 1990 dat de geboren Rotterdamse Tine Woensdregt als zelfstandig huisarts via vrije vestiging een nieuwe praktijk begon in de wijk Klapwijk die sinds 1988 in aanbouw was. Ze betrok een portacabin aan de Hoogseweg aan de rand van de nieuwe wijk.

Huisvesting van huisartsen is altijd wel een dingetje geweest in Pijnacker, zegt Tine. De opeenvolgende colleges van B&W hebben volgens haar nooit uitgeblonken in het actief daarmee bezig zijn. Ze beschouwden de huisartsen veelal als vrije ondernemers die zelf maar moesten zorgen dat ze ergens ruimte en onderdak creëerden.

Tine heeft na vier jaar met enige moeite de portacabin aan de Hoogseweg kunnen verruilen voor een praktijkruimte aan huis aan de Ru Parésingel in Klapwijk. In 2004 verkaste ze naar een tijdelijke locatie aan de Gantellaan en sinds een jaar of tien elf is ze met twee collega-artsen gevestigd in Gezondheidscentrum De Kroon in Keijzershof. Daar zijn ook andere medische voorzieningen en praktijken en een apotheek gevestigd. En ook de huisartsenpraktijk Keijzershof die zich vooral op de nieuwe wijk daar richt.

We spreken Tine aan het eind van de werkdag op de eerste donderdag van juni. Dat is een vrij warme dag en dat is in haar werkkamer ook te voelen. “De ruimte hier is op zich prima maar eigenaar Mooiland in Brabant laat al tien jaar na om de temperatuur, de ventilatie en de luchtbehandeling goed te regelen. Zeker met het oog op corona is goede ventilatie wel heel belangrijk natuurlijk”, aldus Tine die gelukkig haar relativeringsvermogen nog steeds goed kan inzetten. Zeker ook als ze over haar huisvesting door de jaren heen praat.

Ze is van 4 juni 1956 en vorige week 65 jaar geworden. Een mooi moment om na een loopbaan van 36 jaar andere leuke dingen te gaan doen, zoals weer reizen en met de kleinkinderen bezig zijn. Fietsen, tennissen en bridgen zijn ook favoriete bezigheden.

Rotterdam-Centrum
Ze was de middelste van de drie kinderen van bakker Arij Woensdregt en zijn vrouw Martha die bij een bakker werkte. Het gezin groeide op in Rotterdam-Centrum. Tantes van Tine waren verpleegkundige en zij zelf voelde zich ook tot de medische sector aangetrokken. “Als kind wilde ik kraamverzorgster worden. Vervolgens was mijn plan: dierenarts. Maar uiteindelijk werd het dus mensenarts. Dierenarts worden werd me ontraden omdat het een relatief zwaar vak zou zijn. Ik ging in 1976 geneeskunde studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. In 1983 was ik basisarts. Daarna ben ik me gaan specialiseren tot huisarts en in 1985 ging ik aan de slag.”

In Rotterdam en ook in de Hoekse Waard werkte Tine in verschillende praktijken. “Het was grappig om het verschil te zien tussen de grote stad en het platteland. In Rotterdam waren ze toen al veeleisend en heel mondig en in die dorpen lieten ze het veel meer over aan de wijsheid en de kennis van de dokter. Ik weet nog dat ze in die dorpen soms al met een blote arm of een ontblote voet binnen kwamen om tijd te sparen.”

Pijnacker
Albertina – dat is haar volledige naam – kwam in 1990 dus naar Pijnacker. Ze woonde op dat moment met haar jonge gezin in de Rochussenstraat in Rotterdam. Ook in die buurt had ze huisarts kunnen worden, maar ook al was Pijnacker in die tijd nog een gat waar je op zondag de was niet buiten moest hangen en waar je ook niet ergens een drankje kon doen, was het toch een stuk beter dan een buurt waar een huisarts soms een honkbalknuppel nodig had om een patiënt tot bedaren te brengen.

Het was niet zo dat de rode loper voor Tine werd uitgerold. Ook al was het een volledig nieuwe praktijk vanuit vrije vestiging, zo vrij was het allemaal nog niet. Er ging een stevige sollicitatie met een zogenoemde indicatiecommissie aan vooraf. En dat in een periode dat huisarts toch vooral nog een mannenberoep was, zeker als het een individuele eigen praktijk betrof. Je had toen al wel echtparen die samen huisarts waren.

De keuze viel toch op Tine, mede doordat ze vrouw was en affiniteit had met het homeopathie. Toen ze in september 1990 in Pijnacker aan de slag ging, waren haar kinderen al geboren. Lisanne was vijf en Marcella twee. Echtgenoot Kars was van beroep bibliothecaris en nam ook een flink deel van het huishouden en de verzorging van de kinderen voor zijn rekening, zodat Tine zich vol op het werk kon storten.

Portacabin
De eerste vier jaar in die portacabin waren achteraf wel mooie jaren. “Ik deed alles zelf. Voor een assistente had ik namelijk geen ruimte. Het was toen allemaal nog niet zo administratief als tegenwoordig. Je was veel meer de huisarts die heel direct contact had met de patiënten. We hadden ook veel minder onderzoeksmogelijkheden dan tegenwoordig. Nu wordt toch wel eerder om verder of meer onderzoek gevraagd. Destijds was het veel meer kijken en luisteren. En door het intensieve eigen contact met de patiënt wist je ook alles van hem of haar. Nu zijn we met drie artsen en hebben we vijf assistentes, een praktijkondersteuner Somatiek, een praktijkondersteuner GGZ en de Huisartsenpost Delft. Die hebben allemaal ook heel veel contact met de patiënten. De informatie die nu in de computer is opgeslagen zat destijds in mijn hoofd. En de essentie stond op de groene patiëntenkaart. Mijn computer stond gewoon thuis en eens in de drie maanden verwerkte ik alle consulten financieel en stuurde ik de boel op naar de particuliere patiënten en het ziekenfonds dat je toen nog had.”

Oudere mensen
Toen Tine begon was Klapwijk aan het groeien. Ze kreeg dus veel nieuwe inwoners als patiënt. Daarnaast nam ze bij de start van de praktijk ook 800 patiënten over van andere huisartsen in Pijnacker. Daar zaten ook best wat oudere mensen tussen bij wie ze in die eerste jaren nog iedere drie tot vier weken thuis op bezoek kwam. Dat is nu ook ondenkbaar geworden. Je hebt eerst de ontwikkeling gekregen dat de arts veel minder thuis op bezoek ging en anno nu is het mede door corona zo dat je als patiënt ook niet meer heel makkelijk bij de dokter langs kunt. Deze beperking en ook de ongebreidelde administratie die tegenwoordig blijkbaar nodig is, heeft het voor Tine er niet leuker op gemaakt. Ze zegt dat ze veel meer de huisarts was van het directe en persoonlijke contact met de patiënt.

Nog even terug naar de portacabin uit de begintijd. Ze vertelt dat in de winter de waterleiding wel eens bevroor en dat ze dan een patiënt die zijn oren uit kwam laten spuiten even belde of die zelf even wat lauw water mee wilde brengen.

Eerste assistente
Na vier jaar kon Tine in 1994 aan huis aan de Ru Parésingel haar praktijk voortzetten. Toen kwam ook haar eerste assistente, die er nog steeds is, Margriet van Loenen. Dat was voor haar de mooiste en de fijnste periode als huisarts. “We vormden een hecht team en vulden elkaar prima aan. Een half woord was genoeg.”

In 2004 bij de verhuizing naar de Gantellaan in Tolhek kwam de eerste collega-arts, Yolanthe Beckers en in 2006 de tweede, Natalie de Blaeij. Dit drievrouwschap heeft tot heden gefunctioneerd onder de naam ‘Huisartsenpraktijk Tolhek’ die de laatste tien jaar dus in Keijzershof gevestigd is.

Tine neemt aan het eind van de maand juni afscheid. Jammer genoeg kan dat niet met een grote receptie zoals ze in 2015 het 25-jarig jubileum van de praktijk groots vierde. Afscheid nemen doet ze nu ‘op afspraak’. Met heel veel patiënten heeft ze toch een prachtige persoonlijke band opgebouwd in de loop van al die jaren. En met die mensen ook vaak veel meegemaakt en gedeeld. Ze krijgt al heel veel kaarten en brieven met prachtige persoonlijke wensen en boodschappen.

Ook daaruit blijkt dat ze als huisarts vooral een down to earth mensenmens was. Dat was ook de reden dat ze voor het vak van huisarts koos: voor heel veel verschillende mensen en hun gezondheid wat kunnen betekenen. De ene keer door ze te verwijzen naar een specialist voor nader onderzoek en de andere keer door ze gerust te stellen dat die hoofdpijn echt niet wijst op een tumor in het hoofd en dat dat bultje heus geen lymfklierkanker is, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Het totale aantal patiënten van de praktijk is toegenomen tot 6.400 daar waar Tine er in haar eentje op een zeker moment 3.600 had. Natuurlijk is het nodig dat een andere arts haar werk overneemt. Dat wordt Karen van der Aalst die als waarnemer al een tijdje actief was in de praktijk. Op 30 juni trekt Tine voor het laatst de praktijkdeur achter zich dicht. Het zal best flink wennen zijn, maar een nieuw rustiger leven wacht… 


Meer berichten