Muhammad Ali, Mohammad Raghfan -die net uit een training komt- en Kimberly Steenbergen.
Muhammad Ali, Mohammad Raghfan -die net uit een training komt- en Kimberly Steenbergen.

Bibliotheek Oostland op zoek naar lokale inburgeringsvrijwilligers

Actueel 738 keer gelezen

Al jaren speelt de bibliotheek Oostland een grote rol in de inburgeringstrajecten in Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp. Doordat de wetgeving dit jaar veranderd is, biedt de bibliotheek een nog ruimer aanbod voor inburgeraars. Inwoners van Oostland spelen hierbij ook een belangrijke rol als vrijwilliger.

“Vroeger duurde zo’n inburgeringstraject 600 uur, nu wordt dat 1500 uur verdeeld over twee jaar,” legt Kimberly Steenbergen, coördinator Taalhuis uit. “Er zijn drie leerroutes, waarin kandidaten door de gemeente kunnen worden ingedeeld: de onderwijsroute waarin je wordt klaargestoomd om in het reguliere onderwijs in te stromen, de B1-route waarin je na twee jaar taalniveau B1 moet hebben bereikt en de Z-route, waarin Z staat voor zelfredzaamheid. Deze groep heeft in hun thuisland weinig opleiding genoten en is vaak laaggeletterd of zelfs analfabeet. Vanuit de bibliotheek gaan wij deze Z-route verzorgen in Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp.”

Gevlucht uit Syrië
Muhammad Ali is de coördinator van de Z-route. “Ik ben zelf in 2015 uit Syrië gekomen”, vertelt hij. “Dus ik weet hoe het is om in een vreemd land terecht te komen waarvan je de taal niet spreekt.” De functie is hem op het lijf geschreven, want hij is een onderwijsman in hart en nieren. “Mijn hele familie was werkzaam in het onderwijs”, vertelt hij. Ik heb een onderwijsmaster en ik werkte in Damascus voor de onderwijsinspectie. Mijn broer met wie ik in Berkel woon, is wiskundeleraar.” Wel vindt hij dat sommige dingen beter kunnen qua inburgering. “Ik kreeg nog vrij snel een verblijfsvergunning, maar sommige vluchtelingen zitten jarenlang te niksen in het azc. Dat is zo zonde van de tijd, dan hadden ze al heel veel kunnen leren. Je komt pas in aanmerking voor onderwijs als je een officiële verblijfsstatus hebt.”

Ali vertelt verder: “Naast drie keer per week taallessen, krijgen de deelnemers één keer training, één keer een activiteit en één keer taaloefening. Tijdens zo’n training gaan we in op praktische zaken per thema, bijvoorbeeld gezondheid, openbaar vervoer en nog veel meer. Dan laten we bijvoorbeeld enveloppen zien zodat de deelnemers leren wat dat betekent: een blauwe envelop is van de belasting, eentje met oranje opdruk is voor je DigiD, enzovoorts. Ook als ze dan niet kunnen lezen en schrijven, dan weten ze toch wie ze om hulp moeten vragen. Bij de taaloefening gaan ze met elkaar of met anderen gesprekken voeren en bij de activiteiten gaan ze erop uit met een vrijwilliger, dat kan één op één zijn of in groepjes. Ze kunnen met iemand door het dorp wandelen, of samen naar de supermarkt, alles kan.” 

De Z-route bestaat niet uit een homogene groep. “Sommige mensen hebben weinig onderwijs gehad door de omstandigheden in hun thuisland, omdat er niks in de buurt voorhanden was bijvoorbeeld, maar hebben de capaciteiten wel. Je ziet dat ze heel snel leren,” vertelt Steenbergen. “Anderen hebben een lager niveau bereikt omdat ze moeite hebben met leren. Daar proberen we natuurlijk op in te spelen.”

Ali vult trots aan: “We hebben nu een groepje van een paar mensen die als analfabeet binnen kwamen en nu les krijgen op B1-niveau.” B1 is een Europese standaard voor talenkennis. Je begint bij A1, dan A2, B1, B2, C1 tot C2. Met niveau B1 ben je redelijk zelfredzaam in de taal. 

Uit de krant