Logo telstar-online.nl
<p>Pluizig bolletje (ca 2 centimeter) vol sluipwespen (ca 3 millimeter). Foto: Caroline Elfferich</p>

Pluizig bolletje (ca 2 centimeter) vol sluipwespen (ca 3 millimeter). Foto: Caroline Elfferich

De Floefbal

  •   keer gelezen   Actueel

Aan de Katwijkerlaan in Pijnacker deed ik in augustus een planteninventarisatie met Michel Barendse. Zijn oog viel op een helderwit pluizig bolletje dat bevestigd zat aan een paardenbloemblad.

“Weet jij wat het is?”, vroeg Michel aan mij. Ik had wel eens eerder een dergelijk spinsel gezien. Een natuurliefhebber uit Delft had het me toegestuurd. Het had me destijds veel hoofdbrekens bezorgd om te achterhalen wat het was. De constructie bleek te bestaan uit vele afzonderlijke, aan elkaar gesponnen cocons, omhuld met een gezamenlijk spinsel. Het leek mij een knutselwerk van insecten, dus viel ik er diverse insectenkenners mee lastig. Na enkele weken sprak ik Chantal Bloemhard en zij wist wat het was: een cluster cocons van een sluipwesp uit het geslacht Cotesia. Het zou een cocon van Cotesia vanessae kunnen zijn.

In Europa komen minstens 109 Cotesia soorten voor, waarvan op dit moment 46 soorten bekend zijn uit Nederland. Een bolvormig spinsel, zoals Michel had gevonden, wordt slechts door een beperkt aantal soorten geproduceerd. Alleen de gregaire soorten, waarvan de vrouwtjes meerdere eitjes in een rups leggen, maken een gezamenlijk onderkomen. De larven zijn klein in verhouding tot de rups. Ze eten samen de rups op zodra deze volgroeid is. Daarna kruipen ze naar buiten. Ze maken eerst een luchtig gezamenlijk spinsel, dat als klamboe dient om vraatzuchtige insecten te weren tijdens het kwetsbare popstadium. Binnen deze ‘klamboe’ maken ze ieder voor zich nog een sigaarvormige cocon van gelig spinsel. Daarbinnen verandert de larven in poppen en vervolgens in sluipwespen.

De floefbal die Michel heeft gevonden ziet er iets anders uit dan het spinsel dat ik eerder gezien heb. De bewoners zitten er nog in, dus ik besluit het bolletje mee naar huis te nemen om te zien wat er uit komt. De eerste dagen kijk ik er regelmatig naar. Na enkele weken verslapt mijn aandacht en kijk ik niet meer dagelijks. Tot mijn schrik ligt het bakje opeens vol dode sluipwespen. Ze zijn waarschijnlijk tegelijkertijd uitgekomen en snel gestorven omdat er geen nectar te vinden was. Een aantal dagen later komen er nog een aantal sluipwespen uit. Vaak verschijnen bij sluipwespen eerst de mannetjes en ongeveer een week later de vrouwtjes.

Omdat ik wil weten of het Cotesia vanessae betreft stuur ik foto’s van de sluipwespen en hun cocon naar sluipwespkenner Kees van Achterberg. Hij laat weten dat het geen Cotesia is, maar een nauw verwante soort sluipwesp die op Cotesia parasiteert. Van je familie moet je het maar hebben!

Meer berichten