2.        De Hippers, v.l.n.r. Annette Teeuwsen, Marianne van Ginkel, Nel Fransoo, Hans Gravesteijn en Trude Rutten (niet op de foto Paul Hogervorst en Aad Tas) worden door de voorzitter bedankt voor hun enorme inzet om de Pijnackerse geschiedenis te onderzoeken en hun kennis te delen.
2. De Hippers, v.l.n.r. Annette Teeuwsen, Marianne van Ginkel, Nel Fransoo, Hans Gravesteijn en Trude Rutten (niet op de foto Paul Hogervorst en Aad Tas) worden door de voorzitter bedankt voor hun enorme inzet om de Pijnackerse geschiedenis te onderzoeken en hun kennis te delen.

HGOP liep met molen(tje)s: alle veertien molens werden behandeld

Actueel 2.296 keer gelezen

De laatste avond voor de zomerperiode, die het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP) organiseerde op 10 mei jl., was er weer een volgens beproefd recept: veel plaatjes en dito begeleiden praatjes. Deze keer kregen de bijna 100 aanwezigen in de vestiging Pijnacker van de Bibliotheek Oostland aan de Julianalaan verhalen over de molens van Pijnacker voorgeschoteld. Niet geheel toevallig (of misschien toch?) was deze datum gekozen, want op 13 mei was het Nationale Molendag.

Ron Brand en Annette Theeuwsen

Maar eerst werden de leden van de werkgroep van het Historisch Informatie Punt (HIP), ook wel ‘Hippers’ genoemd, in de bloemen gezet vanwege het jubileum van het HIP. In oktober 2010 werd een speciale hoek in de bibliotheek ingericht en dat is nu dus precies 12 ½ jaar geleden.

Die Hippers zijn Annette Theeuwsen, Aad Tas, Hans Gravesteijn, Marianne van Ginkel, Nel Fransoo, Paul Hogervorst en Trude Rutten. Behalve Aad, want hij zit in Canada, werd iedereen door voorzitter Paul van Winden naar voren gehaald en in het zonnetje gezet.

De Hippers zijn een kleurrijke groep specialisten en als kenners van de Pijnackerse historie écht een team. Ze komen elke week bijeen om tentoonstellingen voor te bereiden en lezingen te organiseren. Ook zijn ze elke zaterdag tussen 11.00 en 13.00 uur aanwezig in de bibliotheek om vragen te beantwoorden. De Hippers zijn deskundig op het terrein van onder meer kadasteronderzoek, boerderijen, archeologie en glastuinbouw.

Naast een boeket kregen de ‘magnificent seven’ van het HIP ook een dinerbon uitgereikt voor hun tomeloze inzet. Daarna gingen de bloemen weer terug in de emmers en begon de lezingenavond die weer in vertrouwde handen van Annette was. Zij vertelde het merendeel van de verhalen en maakte er een lopend geheel van. Soms wisselde ze de microfoon met Marianne voor een mooie tekst over een molenhistorie.

Disclaimer
Annette begon het verhaal met de verontschuldiging dat de Hippers veel weten, maar toch ook soms goedwillende amateurs zijn. Zo ook bij het onderwerp van de Pijnackerse molens. Veel kenners van de molenhistorie zaten in de zaal, zoals molenaars of molenbewoners. Het verhaal zou daarom misschien niet helemaal volledig zijn, maar daar was in de loop van de avond niets van te merken. Er klonk vanuit de zaal geen enkele kritische noot en er was alom respect over de thema’s die aan bod kwamen.

Het verhaal begon met de vraag waarom er eigenlijk molens waren in en rondom Pijnacker. Vervolgens kwamen de taken van de molens aan de beurt en passeerden de molens allemaal individueel de revue. Van de ooit dertien windmolens en een korenmolen zijn er momenteel nog twee over, een halve aan de Molenlaan en een halve aan de Noordeindseweg.

Hoe het begon
Aan het begin van de jaartelling was het middendeel van Holland een moerasgebied. Door afwatering werd bewoning mogelijk en ook kon met ontginning worden begonnen. Boerderijen werden gebouwd op de kleigrond van oude vloedkreken, die iets hoger lager en daardoor minder last van het water.

In de Middeleeuwen werd akkerbouw steeds lastiger. Door verdere inklinking van het veen en daling van de bodem werden de akkers steeds drassiger en de landbouw langzamerhand een armoedig bestaan. Boeren gebruikten hun land voor de steeds lucratievere turfwinning. Vooral in de buitengebieden van Pijnacker was veen en het gebied veranderde van een landbouwgebied met akkerbouw en veeteelt in een gebied van plassen, meren en vaarten. Die plassen en meren hadden geen nut en daarom werden vanaf de achttiende eeuw polders drooggemalen. Hiervoor werden her en der poldermolens gebouwd. Op oude kaarten kun je ze nog goed zien. Soms staan ze bij elkaar in een Viergang, zoals de molens aan de Katwijkerlaan (Van der Toolen), aan het Molenpad, aan de Rijskade (Neelemans) en Noordmolen aan de Rijskade. Deze Viergang maalde het water uit de polder in de Pijnackerse Vaart bij de vroegere sluis, via de Kromme Wetering en verder door naar de Schie. Zo werden diverse polders drooggemalen, zoals de Nieuwe of Drooggemaakte Polder, of de Helpolder, waarvan de herkomst van de naam niet helemaal duidelijk is. Al deze polders lagen rondom Pijnacker en Delfgauw en zo stonden er dus op verschillende plaatsen molens om het water op peil te houden.

Droogmaken was natuurlijk een kwestie van dijken opwerpen, watergangen maken voor de afvoer van het water en dan de molens aan het werk zetten. Het klinkt eenvoudig maar het was een hele logistieke onderneming die verricht werd in opdracht van het Hoogheemraadschap Delfland, het waterschap wat de waterhuishouding in het gebied rondom Delft – en dus ook rond Pijnacker - regelt en dit al doet sinds de dertiende eeuw. 

Molenindeling
Om molens in te delen zijn er verschillende mogelijkheden: naar aandrijving: door wind of door water, in Pijnacker stonden alleen windmolens; vervolgens naar functie: poldermolens of industriemolens. De meest voorkomende industriemolen is de korenmolen, daar hadden wij er eentje van, de Aker, aan de Delftsestraatweg. En dan kunnen molens ook worden onderscheiden naar model. In Pijnacker waren het achtkantige bovenkruiers. Dan draait alleen de kap van de molen. De term buitenkruier betekent dat de molen beneden/buiten in de wind gedraaid kon worden, dit in tegenstelling tot de binnenkruier, die bovenin de kap gekruid moest worden.

Alle veertien molens die er ooit waren, werden behandeld. Sommigen worden al genoemd in de zestiende eeuw. De Aker aan de Delftsestraatweg week af, omdat het een korenmolen was. Hij stond ook eigenlijk in Vrijenban. De steen boven de ingang is bewaard gebleven en toont de letters PAIC (Pax Anno In Christi), oftewel Vrede in het jaar des Heren, wat verwijst naar de vrede van Rijswijk in 1697. Overigens vroeg een molenaar ooit om een knecht die goed kon ‘billen’, dat is het scherpen van de molenstenen, de ligger en de loper. 

De Zuiddammolen stond het dichtst bij de Westlaan en werd ook wel Grote Molen genoemd vanwege de vlucht van 29 meter. Hij kwam hierdoor wel langzaam op gang en stond stil bij weinig wind.

Aan de Molenlaan stond een vijzelmolen met één vijzel en twee waterlopen. Dat is bijzonder, want hierdoor kon het water worden geloodst naar of een andere polder of naar de bergboezem (opslagplaats). 

Ook was er de constante angst van de molenaar voor ongelukken. Soms kreeg iemand letterlijk een klap van de molen, van een draaiende wiek of als de kap of een wiek door een storm afbraken. En omdat de meeste molens van hout waren, was brand ook vaak een risico. In de buitengebieden staan nog kleine poldermolens, de zgn. Bosman en Hertog-molens. Dit zijn namen van fabrikanten, deze molens zetten zichzelf in de wind door middel van een vlotter op het water. 

Veel molens verdwenen door brand of omdat ze in onbruik geraakten. Andere werden na verloop van tijd vervangen door een elektrisch gemaal. Gelukkig hebben we nog foto’s en schilderijen van de molens, maar ga ook zeker de tentoonstelling in het HIP bekijken, die is er nog tot en met augustus. 

Watersnoodramp
De volgende lezing is pas na de zomervakantie. Op 3 oktober verzorgt Corine Nijenhuis een lezing over het leven na de watersnoodramp van 1953. Meer informatie over het HGOP is te vinden op www.hgop-pijnacker.nl.

Aan het begin van de lezing werd stilgestaan bij de 12,5 jaar dat het Historisch Informatie Punt (HIP) bestaat. Een periode waarin ruim 35 tentoonstellingen en evenzoveel lezingen werden georganiseerd. De nieuwe tentoonstelling gaat over de molens van Pijnacker.
Er moesten weer veel stoelen bijgezet worden om de groeiende groep bezoekers bij de interessante en gezellige lezingen van het HGOP te kunnen plaatsen.
Annette Teeuwsen presenteerde de lezing over de molens van Pijnacker weer met heldere stem en met veel enthousiasme, deskundigheid en kwinkslagen.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant