
HGOP duikt de diepte in met lezing over oude kastelenresten
Actueel 183 keer gelezenHet Historisch Genootschap Pijnacker was even met reces en veel leden zullen van die zomer gebruik hebben gemaakt om oude Franse of Duitse kastelen te bezoeken. Maar dat je daarvoor ook prima in de regio Midden-Delfland kan blijven, liet de lezing van maandag 13 september lokale kastelen en adellijke huizen in onze regio zien.
Door: Richard Korpel
Toegegeven: een beetje verbeelding is daarbij wel nodig. Want vrijwel alle kastelen in Holland bleken niet tegen het geweld van de Kabeljauwse en Hoeksche twisten in de 14e en 15e eeuw bestand. Een gastenboek, souvenirwinkeltje en audiotour zul je er dus niet meer bijkrijgen. Je hebt een schep, een getraind oog en een goede gids nodig.
Toch bleek uit de lezing dat zelfs het kleinste ‘mottenkasteel’ nog zijn sporen achterlaat in het landschap. Zo vinden tuinders nog steeds ‘kloostermoppen’ in de grond; zachte stenen die voor de bouw van grotere kastelen zijn gebruikt. Ook werd er altijd een gracht gebouwd, waarbij de uitgegraven grond gelijk als verhoging diende voor het kasteel. (Half)ronde sloten en een hoogteverschil verraden zevenhonderd jaar later dus een verborgen geschiedenis.
Indiana Jones zonder de hoed
Jacques Moerman en Harry Groenenwegen groeven die verborgen geschiedenis grondig verbaal op met hun drukbezochte duo-presentatie. Jacques trapte de eerste helft af met het in kaart brengen van de verschillende kastelen die in de regio Midden-Delfland gestaan hebben. Met ogenschijnlijk net zo veel slides als pagina’s in het boek waar de lezing op gebaseerd was, ging hij in rap tempo van het ene kasteel naar het andere.
De oren spitsten zich vooral toen Jacques als ‘cadeautje’ twee kastelen uit Delfgauw etaleerde. Mottenkasteel Ruiven (‘Ruw veen’) aan de zuideinde en Kasteel Craaijenburg aan de noordeinde. Van dat laatste kasteel weten we dat de eigenaren er niet lang plezier van hebben gehad, want de gevonden stenen in de grond waren nog relatief nieuw. Naast symbolisch machtsvertoon, waren de kastelen broodnodig om de voortdurende twisten onderling het hoofd te bieden.
De tachtigjarige oorlog zorgde voor verdere afbraak. Tijdens het opgraven van een oude waterput kwam Jacques resten van een dood kalf tegen; een middel om te voorkomen dat de Spanjaarden uit die put konden drinken. Andermaal vond hij vlechtwerk om de grond op zijn plaats te houden, of houten palen die door het grondwater goed zijn geconserveerd.
Overigens bleek Jacques, die zich al vijftig jaar bezighoudt met lokale opgravingen, zelf ook onderdeel van de (meer recente) geschiedenis. Nog voor de eerste Indiana Jones-film moest uitkomen markeerde een krantenknipsel uit 1966 (‘Enkele scholieren hebben een deel van het terrein bewerkt’) zijn eerste, nogal brutale, opgraving.
Er warmpjes bijzitten?
Na de pauze ging Harry Groenenwegen, als kind geïnspireerd door Floris, verder met het schetsen van een meer dagelijks beeld. Dat deed hij door dieper in te gaan op kasteel Honselersdijk. Een wat groter kasteel waarvan je in de gelijknamige plaats nog altijd onder een van de poorten van het buitenhuis door kan rijden.
Het kasteel was bezit van de rijke Naaldwijk-familie, een echte lokale dynastie. Hendrik 1 van Naaldwijk gaat in 1299 naar Engeland om samen met 70 edelen en de Engelse vorst te onderhandelen wie Floris de vijfde opvolgt. Die was listig vermoord bij de valkenjacht dat jaar. Aan intriges en markante figuren dus ook in de middeleeuwen geen gebrek.
Dat de Naaldwijks rijk en machtig waren, onder andere door het heffen van tol in Leidschendam en Gouda, bleek wel uit het feit dat het kasteel een botenhuis had en een kapel waar 3 fte’s aan priesters op de ‘loonlijst’ stonden. Er was zelfs geld over voor een ‘oudemannenhuis’, een vroege aanzet tot onze hedendaagse verzorgingsstaat.
Toch had al het geld van de wereld toentertijd moeite om de kou buiten de deur te houden tijdens de ‘kleine ijstijd’. Een schets van de slaapkamers laat en een grote open haard en een dik tapijt voor de deur zien. Niet voor niets had de tapijtmaker in de late middeleeuwen meer aanzien dan de schilder, aldus Harry. Overigens niet al te gek, aangezien het primitivisme van sommige middeleeuwse schilderijen tot enige hilariteit in de zaal leidde. Zeker toen er een wat vertekend beeld van een ‘zeehond’ vertoond werd uit de pen van Jacob van Maerlant
Rembrandt versus Frans Hals
Over schilders gesproken: de volgende lezing van het HGOP op 27 oktober gaat over de rivaliteit tussen Rembrandt en Frans Hals. De conservator van de nieuwe tentoonstelling Rembrand-Hals die in het Frans Hals museum in Haarlem op 6 november wordt geopend komt vertellen over de Foreman versus Ali van de 17e eeuw.
En wat deze lezing betrof: bij aanvang merkte voorzitter Paul van Winden al op dat er bij twee sprekers altijd het risico bestaat dat ze allebei ‘net te veel tijd nodig hebben’. Een rake voorspelling. Dus voor het tijdstip te onchristelijk zou worden voor de middeleeuwse voorvaderen, werd de onderhoudende avond vlot afgerond. En wel met als sprekersgeschenken een fles Franse én een fles Pijnackerse wijn. Onze kastelen hebben dan wel betere tijden gekend, maar voor een interessant terroir kun je net zo goed in de eigen regio zijn.




















