
Huisvesting arbeidsmigranten en vergunninghouders blijft achter
Actueel 306 keer gelezenDe gemeente slaagt er onvoldoende in om passende huisvesting te realiseren voor arbeidsmigranten en vergunninghouders. Dat concludeert de Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp na onderzoek naar het woonbeleid voor beide groepen. Vooral bij arbeidsmigranten zou de gemeente een actievere rol moeten spelen. Het college plaatst daar kanttekeningen bij.
Door: Amel Bali
De Rekenkamer onderzocht sinds december vorig jaar het beleid van de gemeente. Daarvoor werden documenten en gegevens geanalyseerd en gesprekken gevoerd met onder meer ambtenaren, bestuurders, woningcorporaties, de provincie en marktpartijen. Volgens de onderzoekers blijven de resultaten voor zowel arbeidsmigranten als vergunninghouders achter bij de doelstellingen.
Voor arbeidsmigranten bestaan duidelijke regels, maar die hebben sinds de vaststelling van het beleid nog niet geleid tot nieuwe huisvestingslocaties. Daardoor blijft deze groep grotendeels aangewezen op de reguliere woningmarkt. De Rekenkamer vindt de voorwaarden relatief strikt. Nieuwe locaties zijn vooral gekoppeld aan de glastuinbouwgebieden, terwijl uit het onderzoek blijkt dat arbeidsmigranten ook in andere sectoren werken. Bovendien blijkt 71 procent van de arbeidsmigranten die in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven langer dan vijf jaar in Pijnacker-Nootdorp te verblijven. Ook ontbreekt volgens de Rekenkamer een volledig beeld van hoeveel arbeidsmigranten daadwerkelijk in de gemeente wonen en werken. De gemeente is door onvolledige registratie grotendeels aangewezen op schattingen. Geadviseerd wordt daarom de registratie te verbeteren en actiever mee te zoeken naar geschikte huisvestingsmogelijkheden. Bij vergunninghouders ligt het probleem vooral bij het beperkte aantal beschikbare sociale huurwoningen. In de periode 2020 tot en met 2025 wist Pijnacker-Nootdorp alleen in 2022 de wettelijke taakstelling te halen. De gemeente bevindt zich sinds januari 2025 op trede vier van de interventieladder van de provincie.
Voorlopig grijpt de provincie niet verder in, omdat zij ziet dat de gemeente maatregelen neemt om de achterstand weg te werken. De Rekenkamer noemt tijdelijke woonlocaties en flexwoningen noodzakelijk, maar ziet die niet als structurele oplossing. De bestaande woningvoorraad bestaat voor ongeveer 17 procent uit sociale huur. In de plannen voor nieuwbouw ligt dat aandeel met circa 38 procent aanzienlijk hoger, maar het duurt voordat die woningen daadwerkelijk beschikbaar zijn. Het college onderschrijft dat de huisvesting van vergunninghouders achterblijft, maar is kritischer over de conclusies rond arbeidsmigranten. Volgens het college heeft de raad bewust gekozen voor een kaderstellende en faciliterende rol en is nooit een concreet aantal te realiseren plaatsen vastgesteld. Wel wil het college het beleid herzien, zodat initiatiefnemers meer duidelijkheid krijgen en meer passende, kleinschalige initiatieven mogelijk worden. De Rekenkamer houdt vast aan haar conclusie: de ambitie om passende huisvesting te bieden is er, maar de gekozen aanpak heeft tot nu toe niet tot nieuwe locaties geleid.
















