Vangst van kleine bruine naaktslakjes, gevonden onder houten planken (foto: Peter Elfferich)
Vangst van kleine bruine naaktslakjes, gevonden onder houten planken (foto: Peter Elfferich)

Sla en slakken

Actueel 4.603 keer gelezen

Begin april kocht ik enkele jonge slaplanten. De man die ze verkocht waarschuwde dat het een ongunstig moment was om ze in de volle grond te poten. De aanhoudende regen zorgde voor veel activiteit van slakken en die vinden sla onweerstaanbaar lekker.

De verkoper zag mijn aarzeling en gaf een tip: als je naast de slaplantjes een plank op de aarde legt, dan kruipen de slakken daaronder. Door dagelijks de slakken te verwijderen onder de plank kon je het aantal enigszins reduceren. Nog steeds twijfelde ik over de aanschaf, maar het leek me interessant om te testen of deze wijze van slakken bestrijden effectief is. We spraken nog wat over naaktslakken en kwamen tot de conclusie dat vooral de kleine bruine naaktslakjes slecht zijn opgevoed.

De slaplantjes kregen een plek in de volkstuin met aan weerszijden een houten plank, plat op de aarde. Ik kon me voorstellen dat de naaktslakken zich overdag onder de plank zouden verstoppen, want ze gaan vooral ‘s nachts op strooptocht. De volgende dag bleken er inderdaad een stuk of dertig naaktslakken onder de planken te zitten. Ze waren allemaal klein en bruin. Obsidentify determineerde de dikkere exemplaren als rode wegslakken (Arion rufus). Die zijn variabel van kleur: van knaloranje tot bruin. Een volgroeid exemplaar kan 10 tot 15 centimeter lang worden, maar de rakkers die wij vingen waren jonkies met een lengte van circa 3 centimeter. Onder de planken zaten ook slanke bruine naaktslakjes, die Obsidentify als zwervende akkerslak (Deroceras invadens) determineerde. Op Wikipedia las ik dat deze soort, die maximaal 3,5 centimeter lang kan worden, sinds 1975 in aantal is toegenomen in ons land. Het is tegenwoordig een vrij algemene soort, vooral in gecultiveerde velden. Ze blijken graag onder planken te kruipen... De groenteplantenverkoper adviseerde om de vangsten in een gesloten zakje bij het restafval te deponeren. Wij hebben de slakjes tussen de braamstruiken gekieperd. Dagelijks zaten er circa dertig naaktslakjes onder de planken. We hebben ze niet allemaal gedetermineerd. Het afvoeren verhinderde niet dat er ‘s nachts ijverig werd gegraasd door een nieuwe lichting slijmerige slaliefhebbers. Na een week waren alle slaplantjes vrijwel volledig verdwenen. De restanten herinnerden me aan het gedicht ‘Jonge sla’ van Rutger Kopland: “Alles kan ik verdragen/het verdorren van bonen/stervende bloemen, het hoekje/aardappelen, kan ik met droge ogen/zien rooien, daar ben ik/werkelijk hard in/Maar jonge sla in september,/net geplant, slap nog,/in vochtige bedjes, nee.”

Caroline

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant