Logo telstar-online.nl
<p>Een geelbuik- en een roodwangschildpad (foto: Raymond van der Ham).</p>

Een geelbuik- en een roodwangschildpad (foto: Raymond van der Ham).

Schildpadden kunnen goed tegen de kou

  •   keer gelezen   Actueel

In het Nederlandse oppervlaktewater leven verschillende soorten exotische moerasschildpadden. Het gaat om vrijgelaten huisdieren, waarvan de voorouders uit Midden- en Zuid-Amerika komen.

In het voorjaar van 2020 zag ik in de Groenzoom een zonnebadende moerasschildpad. Het was lang geleden dat ik zo’n reptiel in de gemeente Pijnacker zag. Ik kreeg dit jaar nog twee andere meldingen uit de omgeving. Zo ontdekte Bou van der Ham op 23 mei twee schildpadden langs de Pijnackerse vaart: een roodwang en een geelbuik.

De andere waarneming kwam op 8 augustus van David Dilling, een dorpsgenoot die regelmatig natuurfilmpjes plaatst op internet onder de naam: Pijnacker01. David: “Bij het verlaten van Klapwijk via de Klaproostunnel, kwamen we twee relatief grote roodwangschildpadden tegen in een kleine vijver. Ze waren erg verlegen en doken in het water toen we dichterbij kwamen. Dit gebeurde tweemaal, op verschillende dagen. Ik vind het niet erg dat ze daar zijn, best gaaf zelfs, maar ze horen hier in Europa eigenlijk niet thuis.” In 2009 heb ik voor de Telstar een stukje geschreven over moerasschildpadden. Destijds zag ik ze naar mijn idee vaker dan de afgelopen jaren. Zouden ze goed tegen vorst kunnen? Ik vraag het aan Jelger Herder van Stichting RAVON. Zijn antwoord: “De schildpadden kunnen heel goed tegen de kou. In hun natuurlijke leefgebied is het een landklimaat met nog veel koudere winters. Het wordt juist problematisch als ze zachte kwakkelwinters hebben. Dan is het te warm om in winterslaap te blijven en te koud om lekker actief voedsel te kunnen zoeken.”

Jelger: “De lettersierschildpadden staan sinds 2016 allen op de ‘Unielijst’ van invasieve exoten en mogen niet meer verkocht of verhandeld worden. Omdat ze zich tot op heden niet succesvol voortplanten in Nederland is de verwachting dat ze langzaam uitsterven. Maar individuen kunnen heel oud worden en overleven prima in ons klimaat. Wij volgen met het ‘Meetnet Lettersierschildpad’ of ze ook werkelijk afnemen en zich dus niet door voortplanting in stand houden.” De naam ‘lettersierschildpad’ hoor ik voor het eerst. Dit blijkt de gezamenlijke soortnaam te zijn voor drie ondersoorten: geelbuik-, geelwang- en roodwangschildpad. Mensen die een bijdrage willen leveren aan het Meetnet Lettersierschildpad, door op een vaste plek schildpadden te tellen, kunnen zich hiervoor aanmelden via de website van RAVON. Daar is ook de onlangs verschenen RAVON-Balans te vinden, met een artikel over lettersierschildpadden en hun aantalsontwikkeling vanaf 1975.

Caroline

Meer berichten