
Gebrek aan communicatie vormt rode draad in klachten over SkippyPepijn
Actueel 4.330 keer gelezenPijnacker-Nootdorp - Vorig jaar is er bij de redactie van deze krant een aantal meldingen binnengekomen van ouders die op de een of andere manier de communicatie vanuit kinderopvangorganisatie SkippyPepijn ter discussie wilden stellen. Het ging onder meer over de hoge kosten van kinderopvang, regels over hoeveel vakkrachten er voor een groep behoren te staan, maar ook bijvoorbeeld over het beleid rondom voeding. Wij hebben daar destijds geen reden in gezien om er verder in te duiken en hebben de ouders doorverwezen naar de organisatie zelf en, als laatste optie, naar de GGD of de Onderwijsinspectie.
De klachten en zorgen hielden echter aan en kregen ook een grotere omvang. Zowel vanuit de kinderdagverblijven, de peuteropvang als de buitenschoolse opvang kwamen opnieuw zorgen naar voren, afkomstig van zowel ouders als personeel van SkippyPepijn zelf. Waar het aanvankelijk vooral ging om losse vragen en opmerkingen, ontstond gaandeweg een breder beeld van onvrede binnen de organisatie. De grootste zorg lijkt de manier waarop de directie en het management communiceren met ouders en medewerkers.
De toewijding van het personeel zelf staat buiten alle discussie, al hebben wij over een drietal medewerkers van SkippyPepijn ook klachten binnengekregen. Het algemene beeld dat wij hebben gekregen, is echter dat veel ouders tevreden zijn over de inzet en betrokkenheid van het personeel. De meningen over regio- en vestigingsmanagers én de directie zijn in sommige gevallen minder rooskleurig.
Angstcultuur
Omdat er angst bestaat om een baan te verliezen, noemen wij de medewerkers niet bij naam en vermelden wij ook de locaties niet. Daarbij is het belangrijk om te melden dat SkippyPepijn veel vestigingen heeft en dat wij niet met medewerkers van alle locaties hebben gesproken. Het is daarom goed mogelijk dat het geschetste beeld niet voor iedere locatie geldt. In totaal hebben wij ongeveer tien betrokkenen gesproken. Een aantal personeelsleden schetste de afgelopen maanden tegenover onze redactie een angstcultuur, pestgedrag en een werksfeer waarin het motto zou zijn: ‘Doe wat je wordt opgedragen, anders worden er maatregelen genomen.’
Op dringende vragen van medewerkers wordt volgens hen kribbig gereageerd of volgt helemaal geen antwoord. “Mijn collega’s en ik ervaren voortdurend stress door het beleid binnen SkippyPepijn. Als je niet doet wat er wordt gezegd, kan het zomaar gebeuren dat je wordt overgeplaatst. Ik zie dat puur als pestgedrag”, vertelt een medewerkster. “We hebben vooral last van de slechte communicatie en managers die alleen maar bezig zijn met vragen afkappen en alles onder het tapijt vegen.”
Vierogenbeleid
Een andere medewerker zegt: “Ik weet ook dat er al langer dingen spelen met ouders. Dat gaat vooral over de manier van communiceren, of eigenlijk het gebrek daaraan, of de botte toon waarop wordt gereageerd. In dat geval ging het onder meer over het vierogenbeleid en de steeds wisselende gezichten op de groepen.” Dat dit verhaal overeenkomsten vertoont met ervaringen van ouders, blijkt uit gesprekken die wij met hen hebben gevoerd.
Ook bij ouders komt vooral de communicatie vanuit de organisatie terug als belangrijk punt van zorg. “Ons kind vertelde ineens dat er ook een meester was”, zegt een moeder. “Dat vonden wij vreemd, want wij hadden ons kind die ochtend nog afgegeven bij twee dames op de groep. Toen wij vroegen hoe dat kon, bleek dat er inderdaad regelmatig wordt gewisseld. Vervolgens weigerde de organisatie ons daar verder over te informeren.”
Volgens een betrokkene wordt het vierogenbeleid uitgevoerd in een grijs gebied van de wet. Het vierogenbeleid moet ervoor zorgen dat een kind nooit alleen is met één begeleider en dat medewerkers elkaar kunnen controleren. “Maar in de praktijk staat er iemand alleen op een groep, terwijl een collega buiten op het plein staat. Toen ik dat aankaartte, kreeg ik als reactie: ‘Ach ja, we kijken toch door het raam.’”
![]()
SkippyPepijn heeft veel opvanglocaties in Pijnacker-Nootdorp. Niet overal is er gesteggel over beleid en slechte communicatie, maar het loopt wel als een rode draad door de organisatie.
Steeds meer mannen
Ook kregen wij vragen over het feit dat er de laatste tijd steeds meer mannelijke medewerkers worden aangenomen of als vrijwilliger worden ingezet ter ondersteuning. Dat is een lastige discussie, omdat je natuurlijk niet alle mannen over één kam wilt scheren. Tegelijkertijd zijn er in het verleden verschillende incidenten geweest met mannelijke medewerkers in het onderwijs en de kinderopvang. Vrijwel maandelijks verschijnen daar berichten over in de media. “Ik kreeg van een manager te horen dat ik discrimineerde omdat ik vragen stelde over mannen op de groep”, zegt een moeder. “Mijn vragen over het aannamebeleid werden eigenlijk gewoon weggewuifd. Terwijl ik van medewerkers zelf hoorde dat zij een bepaalde collega ook vreemd vonden. Uiteindelijk heb ik mijn kind van de opvang gehaald.”
Volgens verschillende betrokkenen krijgen medewerkers die hun zorgen uiten over de situatie op de werkvloer – bijvoorbeeld over de vele personeelswisselingen, de onduidelijkheid rondom verhuizingen of de manier waarop de opvang wordt uitgevoerd – stelselmatig de deksel op de neus. “Eigenlijk durf je al bijna niets meer te zeggen, want je krijgt altijd een reactie waardoor je gaat denken dat je gek bent. En voor je het weet, krijg je weer boze blikken. Wij hebben vaak ook geen idee wat we tegen ouders moeten zeggen als het gaat om personeelswisselingen of het verhuizen van een groep naar een andere locatie. We weten het zelf namelijk ook niet. En als je ernaar vraagt, krijg je eigenlijk helemaal geen antwoorden.”
In tranen voor de groep
Ook speelde er op een locatie een roerige verhuizing. De medewerkers werden gevoelsmatig tegen elkaar uitgespeeld, omdat er maar één persoon mee kon. Er moest intern worden gesolliciteerd en met alle vragen en zorgen werd naar eigen zeggen helemaal niets gedaan. Collega’s die al jaren met elkaar werken, worden zonder enige inbreng uit elkaar getrokken en staan soms letterlijk met betraande ogen voor de groep. Zij moesten binnen twee weken besluiten wat ze zouden doen: solliciteren voor de nieuwe locatie of de flexpoule in gaan. Ook in deze situatie spelen onduidelijkheid en miscommunicatie weer de hoofdrol, met als gevolg veel stress onder het personeel. Een terugkerend patroon dat zorgt voor ziekmeldingen of zelfs het beëindigen van arbeidscontracten.
Inmiddels zitten volgens de betrokkenen meerdere medewerkers tegen een burn-out aan. Er zou zelfs bij sommige medewerkers sprake zijn van medische klachten, zowel fysiek als mentaal. Een van de medewerkers omschreef de situatie als volgt: “Ik zou eigenlijk heel hard willen schreeuwen.”
Moeizaam contact met directie
Uiteraard hebben wij, alvorens verder in deze zaak te duiken, contact opgenomen met de directie van SkippyPepijn. Wij hebben een uitgebreide e-mail gestuurd met tientallen vragen aan bestuurder Simone de Jonge. Op haar LinkedIn-profiel presenteert zij zichzelf als iemand met uitstekende communicatieve vaardigheden, die het liefst op meerdere borden tegelijk schaakt en zichzelf ziet als het boegbeeld van de organisatie. Wij hebben de directrice twee weken de tijd gegeven om te reageren op alle aantijgingen.
Nadat de eerste week was verstreken, hebben wij twee keer telefonisch contact opgenomen. De receptioniste liet weten dat mevrouw De Jonge niet beschikbaar was, maar bevestigde op ons aandringen wel dat onze vragen waren ontvangen. Daarbij werd toegezegd dat wij diezelfde middag zouden worden teruggebeld met een reactie op onze vraag of en wanneer de organisatie inhoudelijk zou reageren. Dit is niet gebeurd. In onze brief hadden wij bovendien een uitnodiging opgenomen voor een persoonlijk gesprek met onze hoofdredacteur op het hoofdkantoor van SkippyPepijn. Daarbij gaven wij aan dat het gesprek, indien gewenst, ook mocht worden opgenomen. Een reactie bleef echter uit.
Een week later hebben wij opnieuw zowel het hoofdkantoor als mevrouw De Jonge gemaild en nogmaals aangegeven dat wij de organisatie de gelegenheid wilden bieden om hoor en wederhoor toe te passen. Op donderdag 9 juli kwam er dan eindelijk een e-mail van Simone de Jonge. “Om met mijn team tot een juiste reactie te komen, heb ik de afgelopen twee weken intensief naar informatie gezocht en geïnventariseerd wat voorhanden is in relatie tot uw vragen”, werd onder andere gemaild. De deadline werd niet gehaald.
Op maandagavond 13 juli kwam er een mail met een algemeen antwoord. Op geen enkele vraag die wij hebben gesteld, is echt inhoudelijk ingegaan. Er wordt aangegeven dat cliënten of medewerkers met klachten daarvoor de juiste route moeten volgen. Maar dat is nu juist het probleem, zo stellen verschillende betrokkenen. Dat durven zij niet en als ze het al doen, krijgen ze vaak te maken met een afwijzend antwoord of in het ergste geval een overplaatsing.
Enkele dagen later kregen de medewerkers van SkippyPepijn overigens een e-mail waarin wordt aangegeven dat, als er vragen vanuit de pers of media zijn, deze op het hoofdkantoor afgehandeld dienen te worden. Dit werkte echter averechts, want vanuit de organisatie kregen wij juist nog meer verhalen over recente arbeidsconflicten en medewerkers die na hun interne opleiding van alles was beloofd, maar aan het einde van de rit een baantje in de flexpoule aangeboden krijgen. Meerdere zeer gewaardeerde medewerkers, die soms al jaren waren verbonden aan de organisatie, zijn hierdoor weer vertrokken bij SkippyPepijn.
Niet gehoord en niet gezien
Feitelijk komen alle verhalen, meldingen en klachten op hetzelfde neer. Er is sprake van een matige tot slechte communicatie binnen de organisatie. Medewerkers voelen zich niet gehoord, niet gezien en lopen vast in de lagen van vestigingsmanagers, regiomanagers en de directie, die volgens hen al helemaal onbereikbaar is. SkippyPepijn gaat in haar reactie niet inhoudelijk in op de afzonderlijke vragen die door de redactie zijn gesteld. In plaats daarvan benadrukt bestuurder Simone de Jonge opmerkelijk genoeg dat de organisatie geen recente meldingen, klachten of concrete signalen heeft ontvangen die aanleiding geven om een intern onderzoek of een wettelijke meldprocedure te starten. Dit in tegenstelling tot onze eigen bevindingen.
Volgens De Jonge geldt binnen de kinderopvang een wettelijke meld- en handelingsplicht bij vermoedens van grensoverschrijdend gedrag. Medewerkers zijn verplicht dergelijke signalen direct te melden, waarna - indien nodig - de vertrouwensinspecteur van de Onderwijsinspectie wordt ingeschakeld. De veiligheid en het welzijn van kinderen staan daarbij volgens haar altijd voorop. Verder stelt SkippyPepijn dat medewerkers uitsluitend beoordeeld moeten worden op professioneel handelen, concrete feiten en zorgvuldig onderzoek, en niet op aannames of vooroordelen. De organisatie wijst erop dat suggesties over medewerkers verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor zowel medewerkers als ouders en kinderen.
Daarnaast gaat De Jonge in op de maatschappelijke discussie over mannen in de kinderopvang. Volgens haar streeft SkippyPepijn bewust naar divers samengestelde teams, waarin ook mannelijke pedagogisch medewerkers een waardevolle rol vervullen. Alle medewerkers zouden aan dezelfde kwaliteitseisen, screeningsvereisten en professionele normen voldoen. De organisatie investeert naar eigen zeggen in begeleiding, professionele ontwikkeling en periodiek overleg met mannelijke medewerkers.
Tot slot roept SkippyPepijn iedereen die beschikt over concrete signalen of informatie die aanleiding geeft tot zorg op om gebruik te maken van de daarvoor bestemde meldroutes en bevoegde instanties. Alleen op die manier kunnen signalen volgens de organisatie zorgvuldig, onafhankelijk en op basis van feiten worden onderzocht. De Jonge spreekt de hoop uit dat haar reactie bijdraagt aan een zorgvuldig, evenwichtig en feitelijk beeld van de wijze waarop SkippyPepijn invulling geeft aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Wethouder Bas Gelton: “Signalen over kinderopvang nemen we altijd serieus”
![]()
Wij hebben de kwestie en alle vragen die wij hebben gesteld aan de directie van SkippyPepijn ook voorgelegd aan wethouder Bas Gelton, die verantwoordelijk is voor de kinderopvang in de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
In een verklaring namens het college van burgemeester en wethouders laat hij weten: “Signalen over een kinderopvang nemen we altijd serieus. Een veilige, open en professionele werkomgeving is een basisvoorwaarde voor iedere organisatie en zeker voor een organisatie die verantwoordelijk is voor de opvang en ontwikkeling van jonge kinderen. Medewerkers moeten zich vrij voelen om zorgen te uiten en erop kunnen vertrouwen dat die zorgvuldig worden opgepakt. Ouders moeten erop kunnen rekenen dat hun kinderen in goede handen zijn. Belangrijk is duidelijk te maken waar bevoegdheden en verantwoordelijkheden liggen. De gemeente is geen werkgever van de medewerkers van SkippyPepijn en heeft geen rol in de dagelijkse aansturing of het personeelsbeleid van de organisatie. Die verantwoordelijkheid ligt bij de directie van SkippyPepijn. Het is aan de directie om signalen zorgvuldig te beoordelen, waar nodig onderzoek te doen en passende maatregelen te treffen.”
“De gemeente gaat ervan uit dat de organisatie zorgvuldig handelt binnen haar eigen verantwoordelijkheden. De gemeente heeft regelmatig contact met aanbieders van kinderopvang, zowel vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheden als vanuit haar rol als subsidieverstrekker, bijvoorbeeld voor de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Deze contacten gaan over de uitvoering van gemeentelijke taken, de kwaliteit en beschikbaarheid van kinderopvang en de uitvoering van subsidieafspraken. Interne personeelsaangelegenheden maken daar in beginsel geen onderdeel van uit. Dat is anders wanneer er signalen zijn dat de kwaliteit en veiligheid binnen een opvanglocatie in het geding is. In dat geval is het aan de daarvoor bevoegde toezichthouders, zoals de GGD, om daarop toe te zien en volgt er een onderzoek naar die signalen. Op dit moment lopen er geen onderzoeken.”
Raadslid Nita Graafland (PNV): “Een veilige omgeving voor kinderen begint bij een veilige omgeving voor professionals”
![]()
Ook hebben wij onze bevindingen voorgelegd aan raadslid en politica Nita Graafland van de politieke partij Pijnacker-Nootdorp Vooruit (PNV). Vanuit haar werk en jarenlange ervaring als Kennismakelaar domein Business, Finance and Law aan een hogeschool is zij goed ingelezen op het gebied van onderwijs en zorg.
Wat is jouw eerste reactie op het feit dat personeel dat dagelijks met kinderen werkt – een kwetsbare doelgroep – zich niet gehoord voelt door de directie en het management?
“In een omgeving waar gewerkt wordt met (jonge) kinderen zou veiligheid te allen tijde met stip boven aan de lijst moeten staan. Of het nu gaat om fysieke veiligheid of mentale veiligheid. De eerste personen die een onveilige situatie signaleren zijn de medewerkers op de werkvloer. Deze signalen moeten in mijn ogen door de directie serieus opgepakt moeten worden.”
In hoeverre zie jij mogelijkheden om dit onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te krijgen en eventueel een nader onderzoek te laten instellen?
“De gemeenteraad heeft geen directe zeggenschap over de interne bedrijfsvoering, het personeelsbeleid of de cultuur van een private kinderopvangorganisatie zoals SkippyPepijn. De raad controleert echter wel het college van B&W, dat wettelijke taken heeft rondom handhaving en toezicht. Volgens de Wet kinderopvang is het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen.”
“Het college geeft de GGD Haaglanden opdracht om de inspecties uit te voeren. De GGD-inspecteur kijkt heel specifiek naar zaken als het vierogenprincipe, de VOG’s en de pedagogische praktijk. De GGD adviseert alleen; het is het college dat beslist over sancties. Als SkippyPepijn de regels overtreedt, moet het college optreden.”
Wat is volgens jou de taak van de verantwoordelijke wethouder, nu hij door onze redactie is geconfronteerd met de zorgen van ouders en personeel?
“Mijns inziens kan en mag de wethouder niet afwachten tot er een publicatie ligt. Zijn eerste taak zou (bij signalen van deze aard) moeten zijn direct contact opnemen met de GGD Haaglanden. Hij moet boven water krijgen of deze signalen (zoals over het vierogenprincipe of specifieke incidenten) al eerder in inspecties naar voren zijn gekomen.”
“Hij moet de GGD opdracht geven om op basis van deze concrete signalen direct een onaangekondigde, tussentijdse inspectie (een zogeheten flexibele inspectie) uit te voeren op de betreffende locaties.”
“Daarnaast zou de wethouder, indien de signalen dusdanig alarmerend zijn vanuit het oogpunt van maatschappelijke onrust, de gemeenteraad in alle transparantie moeten informeren. Aangezien de gemeenteraad de controlerende taak heeft.”
Wat kan er volgens jou, mede vanuit jouw onderwijsachtergrond, op dit moment worden gedaan om de werksfeer en de interne communicatie binnen SkippyPepijn te verbeteren?
“Vanuit de onderwijspraktijk weet ik: een veilige omgeving voor kinderen begint bij een veilige omgeving voor de professionals die er werken. Als medewerkers zich niet durven uitspreken, is dat een alarmsignaal. Vooral door de ervaren werkdruk heeft het personeel vaak de tijd niet om het onderwerp op de agenda te zetten.”
“Het lijkt erop dat er een externe, onafhankelijke partij nodig is om de communicatie tussen de werkvloer en het management te herstellen. De directie moet nu laten zien dat feedback geen bedreiging is, maar een noodzakelijke spiegel om de kwaliteit en de veiligheid te garanderen.”
Wat zou je willen meegeven aan ouders en medewerkers die zich zorgen maken over de situatie binnen SkippyPepijn?
“Tegen de ouders en medewerkers wil ik zeggen: laat uw stem horen en blijf alert. Een kwalitatieve en veilige opvang staat of valt met de openheid tussen de werkvloer en de ouders.”
“De signalen van de ervaringsdeskundigen — de ouders en de professionals op de groep — zijn van groot belang. Schroom niet om ook de politiek te benaderen als u merkt dat de officiële kanalen verstopt blijven.”
Lees hier de volledige reactie van SkippyPepijn
Reageren op dit artikel
Wij begrijpen dat dit artikel mogelijk herinneringen, verhalen of andere ervaringen oproept. We vragen je daarom respectvol te reageren en nadrukkelijk geen namen van medewerkers of locaties te noemen. Heb je zorgen of wil je aanvullende informatie delen? Neem dan gerust VERTROUWELIJK contact op met onze redactie via redactie@telstarmediacentrum.nl. Wij kunnen je eventueel in contact brengen met de juiste instanties.
















