
Arie Vuyk: cabaret in een Pijnackerse achtertuin
Cultuur 176 keer gelezenBert en Wil Duijndam organiseren in hun tuinhuisje aan de Vlielandseweg regelmatig muziekavonden. Het is gemakkelijk te bereiken via de Boezemweg aan de achterzijde van het perceel aan de Vlielandseweg.
Ter afwisseling was er vrijdagavond een cabaretavond met de verrassend scherpe en sprankelende Arie Vuyk. Bert Duijndam, vriend Leo Lugtigheid en biljartmaat Jan van der Stel hadden de op de Krimpense Bijbelbelt geboren en getogen Rotterdammer aan het werk gezien in De Cultuurschuur, een klein theatertje in Monster. Ze vonden het zo grappig en verrassend dat ze Arie uitnodigden in Pijnacker een avondje te komen verzorgen. Even wennen voor het vaste vriendenpubliek van Bert en zijn vrouw Wil, die doorgaans een zorgvuldig geselecteerd bandje krijgen voorgeschoteld.
In het Pijnackerse ‘cultuurgasthuis’ was het nu twee keer drie kwartier stilzitten geblazen, maar zowel voor als na de pauze vloog de tijd, gewoon omdat Arie Vuyk in een duizelingwekkend tempo sketches, wijsheden, a capella gezongen liederen het zaaltje in slingerde. Het was gewoon heel verrassend, vermakelijk en ook diepgravend.
Het thema van Arie Vuyk was: op zoek gaan naar de kern van waar het werkelijk om gaat in het leven en bij het vinden van eenvoudig geluk. Onderweg maakte hij vertellend, zingend en dichtend korte metten met alles wat nep en nagemaakt is. Zoals de boekjes van W.G. van der Hulst.
Van tevoren had Arie aangegeven dat het publiek hem vooral zijn gang moest laten gaan en beter niet kon onderbreken - terwijl juist interactie voor de hand ligt in een kleine setting - dus op sommige momenten gebeurde dat toch en dat leverde dan heel veel hilariteit op. Zeker toen de cabaretier ontdekte dat die man op de tweede rij die hij even eerder tot de grond had afgebrand de recensent voor de lokale krant bleek te zijn. Arie vreesde meteen het ergste.
Niks aan de hand. Zo kleinzielig zijn we niet. Behalve zeer taalvaardig en spitsvondig, bleek Arie Vuyk ook mimisch heel sterk. In zijn eentje voerde hij bijvoorbeeld een poëziefestival uit, waarbij hij de presentatrice speelde en drie of vier verschillende dichters en dichteressen.
In het tweede deel riep Arie het publiek op om de naam van een bekende cabaretier te noemen en dan zou hij een gedicht in de stijl van die cabaretier declameren. Maar als iemand Youp van ‘t Hek riep, dan zei Arie: ‘Ok, Toon Hermans.’
Bij de zoektocht naar de kern gebruikte Arie ook wat verschillende attributen, zoals een heel bijzonder speelartikel en een ook heel rustgevend muziekinstrument waar hij zogezegd duizend euro voor had betaald. Een heel bedrag maar als het je helpt om vanuit een burn-out weer de echte kern van het leven en het geluk terug te vinden, dan is het zeker de moeite waard. Zoals de voorstelling van cabaretier zeer de moeite waard was. Vond ook organisator Bert Duijndam die met veel plezier evenementjes en avondjes blijft organiseren in zijn gasthuis… (SO)

















