
Vuurwantsen
Actueel 374 keer gelezenTijdens het fotograferen van grote ereprijs in een grazige berm komt een nieuwsgierige kennis naar me toe. Ze had mij opgemerkt vanaf haar terras en wil weten wat mijn interesse heeft gewekt.
Welwillend kijkt ze naar de fraaie blauwe bloemen, die ze niet eerder bewust heeft gezien. Grote ereprijs is een lage bodembedekker. Vermoedelijk verwijst het ‘grote’ in de naam naar de verhoudingsgewijs grote bloemen. Als mijn kennis is uitgekeken zegt ze plotseling: “Er zitten gore beesten in onze tuin!” Uit navraag blijkt dat het gaat om insecten. Heel veel bij elkaar. Ze zijn rood met zwart. Deze omschrijving doet vermoeden dat het vuurwantsen zijn. Het is eind maart. Zelf had ik ze ook al op onze volkstuin gezien. We lopen naar het terras van mijn kennis en jawel: vuurwantsen. In de tuin van een buurman zijn er nog meer. Het gaat om enkele tientallen individuen. Waar komen ze vandaan? Vuurwantsen leven in de buurt van hun voedselplanten. Dat zijn onder andere: linde, hibiscus en kaasjeskruid. Sinds het eind van de vorige eeuw is de vuurwants sterk uitgebreid naar het noorden en tegenwoordig zijn ze zeer algemeen in Nederland. Deze insecten produceren een aggregatieferomoon (een soort lokstof), waardoor op sommige plekken grote aantallen samenkomen. Mijn kennis merkt op dat diverse stelletjes vuurwantsen met de achterkant aan elkaar zitten. Ze concludeert terecht: “Ze zijn aan het paren! Er is een ware orgie gaande in deze tuin!” Op dat moment arriveert de buurman. Hij vertelt dat hij op internet heeft gelezen dat een paring bij vuurwantsen heel lang kan duren, wel meer dan 12 uur. Mijn kennis vindt dat dit veel te lang duurt, ze moet er niet aan denken. Het valt niet mee om zonder oordeel naar de natuur te kijken. Er is een reden dat de paring van vuurwantsen zo lang duurt. Het is een tactiek van de mannetjes om te voorkomen dat een vrouwtje ook met andere mannetjes gaat paren. Ze zijn immers vaak met velen bij elkaar en dan zijn er talloze concurrenten in de buurt.
In de Veldgids wantsen van Berend Aukema en Theodoor Heijerman (in 2026 verschenen bij de KNNV-uitgeverij) lees ik nog wat aanvullende informatie. Vuurwantsen eten vooral zaden van hun voedselplanten en ze drinken van het sap. In bescheiden mate eten ze dierlijk voedsel, zoals dode insecten. Ze berokkenen de voedselplanten geen schade en komen niet opzettelijk in huis. Daar hebben ze niets te zoeken. Vuurwantsen stinken als ze in nood zijn en ze smaken ‘goor’. Deze eigenschappen hebben ze gemeen met vele wantsensoorten. Het is hun afweer tegen insecteneters.
Caroline
















