
Bloeiende magnolia’s
ActueelOmstreeks half maart begint de indrukwekkende bloei van de magnolia’s. De zacht behaarde knoppen openen zich, waarna een overdaad aan grote roze, witte of gele bloemen verschijnt op de kale takken.
Het is aan te bevelen om het bewonderen van magnoliabloei niet uit te stellen, want voor je het weet is het weer voorbij. Bij ongunstige weersomstandigheden, vorst, wind en regen, kunnen de tere bloemen al in enkele dagen bruin verkleuren. De stermagnolia (Magnolia stellata) begint meestal als eerste te bloeien, maar de noordelijke Japanse magnolia (Magnolia kobus) is er ook vroeg bij. Daarna volgen de gewone magnolia’s (Magnolia x soulangeana cultivar). Er zijn verschillende soorten magnolia’s, die van nature alleen voorkwamen in Azië en Amerika. In tuinen worden meestal hybriden aangeplant, die zijn ontstaan uit kruisingen van verschillende soorten. In de tijd dat ze bloeien probeer ik mijn wandelingen en fietstochtjes zo te plannen dat ik langs bekende groeiplaatsen kom van goed ontwikkelde magnolia’s. Vroeger hoefde ik maar uit het raam te kijken om een magnifieke magnolia te zien in de tuin van buren enkele huizen verderop. Helaas is deze boom door overmatig snoeien om zeep geholpen. Tegen snoeien zijn ze slecht bestand en ze worden er niet mooier van. Enkele jaren geleden ontdekte ik een mooie magnolia, die volgens de eigenaar veertig jaar oud was.
Op internet las ik dat de oudste magnolia in Wageningen groeit en 150 jaar oud is. Behalve magnolia’s bloeien er nog veel meer struiken in het vroege voorjaar, waaronder de toverhazelaar, sierkers, sierpruim, krentenboom en forsythia. Als bloemaanbidder geniet ik met volle teugen van al die bloesem, maar toch heb ik mijn bedenkingen. Tegenwoordig worden er steeds minder bomen en struiken in tuinen en openbaar groen aangeplant en men kiest vooral voor siergewassen. Ook olijfboompjes en palmen zijn in trek. Maar in hoeverre zijn die soorten geschikt als onderkomen en voedselbron voor vogels, insecten en ander gedierte?
Magnolia’s zijn ongeschikt voor vogels om in te nestelen, want de kroon is veel te open. Vroeger waren veel tuinen begrensd door hoge, brede ligusterheggen. Daar doken huismussen in om aan gevaar te ontsnappen en andere vogels bouwden er nesten in. Voor de biodiversiteit zou het goed zijn als er meer struiken in de bebouwde kom een kans krijgen om weelderig uit te groeien. Geen grote vakken identieke struikjes die op kniehoogte tot blok worden gesnoeid, maar een grote variatie aan struiken en bomen die weinig onderhoud behoeven.
Caroline
















