Glansmug met aan de linker achterpoot een pseudoschorpioen. (foto: Rebecca de Vriend)
Glansmug met aan de linker achterpoot een pseudoschorpioen. (foto: Rebecca de Vriend)

Aanhankelijke ukkepuk

Actueel

Vorig jaar schreef Rebecca de Vriend: “Gisteren was ik door mijn foto’s aan het scrollen en toen zag ik wat geks aan de achterpoot van een glansmug. Bij het inzoomen zag ik iets waar ik wel over gehoord had, maar nog nooit zelf gezien: een pseudoschorpioen! Het beestje had zich aan de poot van de glansmug geklemd. En ik maar denken dat ze over het algemeen kleinere prooien uitkiezen. Een pseudoschorpioen met grootheidswaanzin?”

Voordat ik reageer op het bericht van Rebecca zal ik eerst de beestjes voorstellen waar ze het over heeft. Pseudoschorpioenen (bastaardschorpioenen) zijn piepklein (4 millimeter of kleiner) en leiden een verborgen bestaan in de strooisel-laag of achter boomschors. Ze worden zelden gezien, maar zijn vermoedelijk niet zeldzaam. In Nederland zijn 23 soorten bekend. Ze worden gerekend tot de spinachtigen. Het zijn verre verwanten van echte schorpioenen. Pseudoschorpioenen hebben schaarvormige grijpertjes aan de voorkant waarmee ze gif injecteren in kleine prooidieren. Voor mensen zijn ze niet gevaarlijk. Glansmuggen zijn grote muggen, die niet steken. Ze doen denken aan langpootmuggen. In Nederland komen 7 soorten voor. Rebecca suggereert gekscherend dat de pseudoschorpioen op haar foto een overdreven grote prooi heeft uitgekozen. Uit haar grapje maak ik op dat ze zich afvraagt waarom de pseudoschorpioen aan de poot van de glansmug hangt. 

De foto herinnert me aan een artikel dat ik wel eens heb geredigeerd over het liftgedrag van ongewervelde dieren. Kleine ongevleugelde diertjes blijken soms fanatieke lifters te zijn. De glansmug is dus mijns inziens geen prooi voor de pseudoschorpioen, maar het transportmiddel. Als ik entomoloog Theo Zeegers vraag of hij dit kan bevestigen, antwoordt hij: “Zeker! Pseudoschorpioenen zijn wereldkampioen liften.” Zo’n ukkepuk kan zich vastgrijpen aan een groot gevleugeld insect en zodoende grote afstanden afleggen. Op die manier kunnen ze nieuwe plekken bereiken als hun leefomgeving verandert en minder geschikt wordt. Het is een riskante onderneming, dat liften, maar de insecten die ze als vervoermiddel uitkiezen hebben waarschijnlijk een voorkeur voor dezelfde plekken als zijzelf. Dat vergroot de kans dat ze goed terecht komen. In de natuur wordt veel gelift. Zaden met haakjes liften mee met dieren. Vissen met zuignappen laten zich door grotere vissen vervoeren. Lifters hebben vaak specifieke aanpassingen om zich te hechten aan hun transportmiddel. Pseudoschorpioenen gebruiken hiervoor hun schaartjes, die ze ook gebruiken om prooien te vangen.

Caroline

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant