Op haar 78ste werd ze op de fiets aangereden maar ze gaf de moed niet op.
Op haar 78ste werd ze op de fiets aangereden maar ze gaf de moed niet op.

Met Mieke van der Kuij is een Pijnacker-icoon heengegaan

Actueel 49 keer gelezen

Op 8 augustus overleed Mieke van der Kuij-Lalleman. Het hart van de vrouw die zo veel hart had voor haar directe familie, voor Pijnacker en eigenlijk voor de hele wereld, wilde niet meer. Maandag 15 augustus was haar uitvaart. Met Mieke van der Kuij is een Pijnacker-icoon heengegaan. 

Ze was 68 jaar lid van de Partij van de Arbeid. Ze zat twaalf jaar voor deze partij in de gemeenteraad van Pijnacker, van 1982 tot 1994. Ze was een van de oprichters van het jaarlijkse kunst- en cultuurevenement Verbeelding. Ze was ook een drijvende kracht achter het HIP, Historisch Informatiepunt Pijnacker. Tot het laatst toe is ze met van alles actief gebleven. Heel veel mensen en organisaties gaan haar missen. 

In november 2019 kreeg Mieke de Gouden K, een onderscheiding voor haar inzet voor kunst en cultuur. Dat was toen aanleiding voor een ‘dorpsgenotenverhaal’ over en met Mieke in deze krant. Dit verhaal blijkt uitstekende input voor een In Memoriam over Mieke. 

Ze was toen 83 en nog steeds herstellende van een ernstig fietsongeluk van vijf jaar eerder. Ze was op de fiets aangereden op het fietspad aan de overkant van het water langs de Delftsestraatweg. Daar heeft ze heel lang van moeten herstellen. Onder meer haar hoofd en rug waren zwaar aangetast. Helemaal hersteld was ze nog steeds niet in november 2019. Lopen was nog heel lastig, maar ging wel met een rollator. Fietsen ging gelukkig nog, zodat ze nog naar het dorp kon voor een boodschap of naar de bibliotheek voor het HIP. 

Ze vertelde hoe ze via een ééntweetje met cultuurwethouder Jenneken Nuijt Verbeelding oprichtte. “Nootdorp had een Kunstroute. Dat moest dan toch in Pijnacker ook kunnen. Jenneken Nuijt was het met me eens en zo is in 1993 Verbeelding er gekomen. Het is nog steeds een mooie jaarlijkse cultuurhappening.”

Via een een-twee-drie-viertje kreeg Mieke het tot ergernis van diverse ‘raadsmannen’ eerder al voor elkaar om de destijds nieuwe wijk Klapwijk van prachtige vrouwennamen te voorzien! 

Mieke kon overal zo ontzettend van genieten. Tijdens het interview was ze bezig met het intikken van een dagboek van Gerard Hazeu uit Delfgauw. “Het is toch zo ontzettend leuk om te lezen. Het dagboek speelde vanaf zo ongeveer de Eerste Wereldoorlog. Jammer genoeg zette hij niet overal de datum bij, maar het is zo leuk om te lezen. Hij was eerst tuinder en werd later bakker. Dat trok hem meer. Hij vertelt dan hoe ze met zijn vriendin voor het allereerst een paar dagen op vakantie gingen. Onder andere naar het Uddeler Meer op de Veluwe. En hoe ze komkommers gingen telen en hoe het eerste kindje werd geboren. Ik vraag me dan meteen af: welke dokter zou daar bij geweest zijn. Misschien Willem Van der Horst wel.” 

Mieke is zelf geboren in de Emmadwarsstraat op 30 januari 1936. Dat is nu de Sophiastraat. Toen ze drie maanden was, is het gezin verhuisd naar de Delftsestraatweg. “We woonden schuin aan de overkant van het benzinestation dat er toen nog niet was. Mijn vader was metselaar bij zijn eigen vader Arie die een aannemersbedrijf had. ‘Kun jij de huur wel betalen’, vroeg vader Arie aan zijn zoon Jaap, mijn vader dus. In Pijnacker betaalde mijn vader 1,20 huur en in Delfgauw zes gulden. Blijkbaar ging het.” 

Mieke komt uit een rood gezin zonder christelijke religie. “Mijn vader was een echte SDAP-man. Later werd dat de Partij van de Arbeid. Mijn moeder was ook actief bij de Rooie Vrouwen. Mijn vader kwam op zijn 27ste in de gemeenteraad van Pijnacker voor de SDAP. Hij kreeg als metselaar toen ontslag van zijn eigen vader, omdat een rood gemeenteraadslid niet goed was voor de naam van het bedrijf. Later werd hij door bemiddeling van een paar ooms weer in genade aangenomen. Die lui van de SDAP bleken blijkbaar toch zo rot nog niet.”

“Na zijn ontslag is mijn vader correspondent geworden voor meerdere kranten en verzekeringsagent. Hij kon heel goed schrijven en heeft later ook voor Het Weekblad – de voorganger van de Telstar – en de Telstar heel veel leuke stukjes geschreven. Mijn ouders waren heel betrokken sociale mensen. In de oorlog namen ze joodse mensen in huis. Heel gek dat je als kind van drie of vier jaar al leert om daar je mond over te houden. Toen de oorlog voorbij was, stonden de buren met grote ogen te kijken dat mijn ouders joodse mensen hadden laten onderduiken.” 

Mieke was muzikaal en dat had ze van beide ouders die elkaar hadden ontmoet tijdens een optredentje van haar moeder met een mandoline-orkestje. “Ik heb later zelf ook veel aan muziek gedaan. Heel lang was ik lid van het Delftse koor Cantarella waar ik ook bestuurlijk van alles gedaan heb. 32 keer heb ik de Mattheus Passion gezongen. Ik heb altijd ontzettend veel gezongen én gelachen.” 

Op haar 83ste had Mieke nog volop plannen. “Eigenlijk zou ik een biografie over mijn vader moeten schrijven, maar eerst moet ik het dagboekje van Gerard Hazeu afronden. Van beroep ben ik eigenlijk boekhandelaar maar ik heb nog allerlei andere banen gehad, onder meer bij de Kinderbescherming en als begeleider van moeilijk opvoedbare kinderen. Een tijdlang heb ik bij een boekwinkel van De Arbeiderspers gewerkt in Delft. Van daaruit heb ik in 1956 mijn latere echtgenoot, Kees van der Kuij, leren kennen. Hij was dertien jaar ouder en werkte als telefonist bij Het Vrije Volk. Met de hele wereld had hij contact. Heel veel talen sprak hij, onder meer Russisch.”

“Ik had hem aan de lijn en werd verliefd op zijn stem. Hij was in de oorlog blind geworden door het bombardement op Hamburg. Hij was daar vanuit Nederland naar toe gebracht voor de arbeidsinzet. Later heb ik er nog een boek over geschreven met als titel ‘Das verdanken wir dem Führer’. Dat hebben we aan de Führer, Hitler dus, te danken. Toch had Kees geen hekel aan Duitsers. Dat vond ik heel knap. Hij was niet verbitterd.”
“De verkering ging eerst uit omdat mijn moeder zei: weet je wel zeker dat je met een blinde man wilt trouwen? Een jaar of zeven later had ik hem toevallig weer aan de lijn en kregen we alsnog verkering. We hebben een prachtig huwelijk gehad waar twee zoons uit voortkwamen. Natuurlijk was Kees wel een extra zorg voor mij, maar dat kwam vooral omdat ik van nature overdreven zorgzaam ben. Hij kon zichzelf prima redden. In 2005 is hij overleden en sindsdien red ik me in mijn eentje.”

Mieke was graag met het verleden bezig maar niet het type dat zegt dat vroeger alles beter was. “Nee helemaal niet. We steunen op het verleden en het is leuk om bezig te zijn met hoe mensen vroeger leefden. De ruimte, de rust en de eenvoud, maar verheerlijken moet je het verleden zeker niet. De mensen moesten ongenadig hard werken en het leven was – los van de gezelligheid – vaak heel zwaar. Pas zei iemand tegen mij dat vroeger alles beter was. Ik heb toen gevraagd: zou je de gezondheidszorg van toen dan weer terug willen hebben?”

In het interview had Mieke het natuurlijk ook over haar twee zonen, Reinier en Arno die daar waar nodig goed voor haar hebben gezorgd. Voor de kleinkinderen was ze een hele leuke energieke oma. De directe familieleden zullen Mieke het meeste missen, maar ook heel veel andere mensen in wier herinnering ze levend blijft. 

Mieke zat van 1982 tot 1994 voor de PvdA in de gemeenteraad van Pijnacker.
Tot op hoge leeftijd was Mieke van der Kuij actief met van alles.
Ze komt uit een heel sociaal 'rood' gezin.
De Pijnackerse was betrokken bij de totstandkoming van diverse boeken over de historie van Pijnacker.
Mieke met Theo van den Bulk, een van haar mede-strijders bij De Verbeelding.

Uit de krant

Uit de krant