
Ingezonden brief: 15 m² voor één bewoner, de rekening voor de hele buurt
Ingezonden 504 keer gelezenDe gemeente Pijnacker-Nootdorp zegt in haar woonvisie in te zetten op doorstroming, energietransitie en woonkwaliteit. Mooie ambities. Maar hoe valt dat te rijmen met het stimuleren van opbouwen die juist het tegenovergestelde effect hebben?
Opbouwen worden vaak toegestaan op plekken waar het Omgevingsplan oorspronkelijk een maximale bouwhoogte van 7 meter voorschrijft. Bewoners kopen hun woning in de veronderstelling dat deze regels bescherming bieden. Pas later ontdekken zij dat via een afwijkingsprocedure toch veel hogere bebouwing mogelijk is.
Voor één bewoner levert dat ongeveer 15 m² extra ruimte op. Voor de buren betekent het verlies van privacy, minder licht, minder zon, minder uitzicht en een kleiner gevoel van ruimte. De lusten zijn voor één huishouden, de lasten voor de hele straat.
Ook vanuit duurzaamheid roept dit vragen op. Veel opbouwen bestaan uit lichte constructies met een beperkte levensduur. Na tien tot vijftien jaar zijn bij diverse opbouwen al zichtbare verouderingsverschijnselen te zien: loslatende afwerkingen, verkleuringen en slijtage. De levensduur wordt vaak geschat op enkele decennia, terwijl de oorspronkelijke woningen meer dan een eeuw kunnen meegaan. Bovendien zijn deze extra bouwlagen in de praktijk vaak warmer in de zomer, kouder in de winter en vragen zij extra energie voor verwarming en koeling.
Maar misschien nog belangrijker is wat er gebeurt met het karakter van de wijk. Emerald is ontworpen als een samenhangende woonomgeving. De architectuur van de wijk was geen toeval. Toch verschijnen steeds meer grote rechthoekige opbouwen die weinig relatie hebben met het oorspronkelijke ontwerp. Wat ooit een zorgvuldig ontworpen woonwijk was, begint op sommige plekken steeds meer op versnipperde en ongecoördineerde bebouwing te lijken.
Opvallend is ook dat de beleidsregels waarmee van het Omgevingsplan kan worden afgeweken voor veel inwoners nauwelijks bekend zijn. Mensen die een huis kopen, gaan uit van het geldende bestemmings- of omgevingsplan. Weinigen weten dat elders aanvullende beleidsregels bestaan die een heel ander resultaat mogelijk maken.
Nog zorgelijker is dat vergunningen kunnen worden verleend zonder dat omwonenden vooraf daadwerkelijk betrokken zijn. Participatie blijkt in de praktijk vaak beperkt of afwezig, terwijl de gevolgen juist bij de omgeving terechtkomen.
De vraag is daarom simpel. Wat weegt zwaarder: de woonkwaliteit van een hele buurt of enkele vierkante meters extra voor één woning?
Als de gemeente werkelijk staat voor doorstroming, energietransitie en woonkwaliteit, dan verdient die vraag een eerlijk antwoord.
Inwoonster Delfgauw
















