
Vikingen en verraad: lezing over moord en doodslag in de polder
Cultuur 1.232 keer gelezenWie dacht dat het er in de middeleeuwen rustig aan toeging in onze regio, kwam onlangs bedrogen uit tijdens de lezing van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker. Gastspreker Kees Nieuwenhuijsen nam het publiek mee op een bloederige reis door de geschiedenis van het vroege Holland toen nog Frisia geheten. De titel ‘Moord en Doodslag’ bleek geen woord te veel gezegd: van hinderlagen in het moeras tot een fataal toiletbezoek, de geschiedenis van onze polders is gedrenkt in bloed.
Door: Jan-Paul van der Velden
De geschiedenis van onze regio begint in het jaar 695, toen werd het Bisdom Utrecht gesticht door Willibrord, die door de paus en de Duitse keizer werd benoemd tot de eerste ‘bisschop der Friezen’. Utrecht werd zijn zetel, en vanuit daar regeerde hij over een gebied dat het grootste deel van het huidige Nederland besloeg.
Wie denkt dat bisschoppen toen alleen maar vroom in hun kerkbankjes zaten te bidden, heeft het mis. Het Bisdom Utrecht was een economische en politieke wereldmacht. De bisschop was een ‘wereldlijk leider’ met een eigen lappendeken aan boerderijen en landerijen waar pacht werd geïnd. Om al die rijkdom te verdedigen, beschikten ze zelfs over een eigen leger. Sommige bisschoppen ruilden hun staf dan ook zonder pardon in voor een zwaard om persoonlijk het slagveld op te gaan.
Dit stabiele machtsblok kreeg rond het jaar 800 echter te maken met een geduchte vijand: de Vikingen. Deze mannen uit Denemarken lieten een spoor van vernieling achter en hielden zo ongenadig huis dat de bisschop van Utrecht uiteindelijk zijn biezen pakte. Hij vluchtte naar het veilige Deventer, waardoor het noorden en westen van ons land volledig in handen van de Vikingen viel.
Een twijfelachtig verbond
De Duitse keizer, de eigenlijke baas van ons land, had niet genoeg militairen om die lastige Vikingen het land uit te bonjouren. Daarom besloot keizer Karel de Dikke het over een andere boeg te gooien: als je ze niet kunt verslaan, moet je ze maar inhuren. Hij sloot een akkoord met de vikingleider Godfried de Deen. In 885 werd Godfried benoemd tot hertog van Frisia. Dit was destijds niet alleen het huidige Friesland, maar besloeg de volledige kustlijn.
Wijn en bedrog aan de Rijn
Godfried de Deen bleek echter een ambitieus type, hij zocht een excuus om de keizer uit de tent te lokken. Hij stuurde twee boodschappers die de boodschap aan de Duitse keizer overbrachten dat het in dit kille ‘Frisia’ maar niks was; er groeiden geen druiven en een edelman kon natuurlijk niet alleen maar ‘klein bier’ drinken. Hij eiste wijngaarden aan de Moezel. Als de keizer zou weigeren, had Godfried een reden voor oorlog en als de keizer toegaf, kreeg de Viking een strategische machtsbasis midden in het hart van het Duitse rijk. De keizer rook onraad en lokte Godfried de Deen naar een overleg in Spijk, Spijk ligt op de plek waar de Rijn tegenwoordig Nederland binnenkomt. Dat gesprek liep - geheel volgens plan - volledig uit de hand. Godfried werd ter plekke met een zwaard op zijn kop geslagen en dat betekende het einde van zijn heerschappij.
Het machtsvacuüm dat ontstond, werd opgevuld door de broers Gerulf en Gardulf, die eerder de boodschappers waren van Godfried. Gerulf werd de stamvader van de ‘Gerulfingen’, de eerste graven van wat later Holland zou gaan heten. In die tijd was onze eigen omgeving, waaronder Pijnacker, nog een wild en drassig veenmoeras waar vooral kikkers en watervogels het naar hun zin hadden. Pas toen men ontdekte hoe je dit land kon droogleggen, werd het economisch interessant en begon de strijd om de grond pas echt.
Moddergevecht in Vlaardingen
Rond het jaar 1000 botsten de belangen van de graven van Holland en de bisschop van Utrecht voortdurend. Een hoogtepunt (of dieptepunt) was de Slag bij Vlaardingen in 1018. Graaf Dirk III hield langs de Merwede illegaal schepen tegen van handelaren uit Tiel om tol te heffen, je zou dit kunnen zien als een vorm van piraterij. In de vroege middeleeuwen was het de Duitse keizer die de autoriteit had om te bepalen of er tol geheven mocht worden.
De keizer stuurde een leger van duizend professionele ridders om Dirk een lesje te leren. Dirk kon veel minder mensen mobiliseren, de Vlaardingers, veelal gewone boeren, kenden de omgeving echter op hun duimpje en lokten de te zwaar bewapende ridders een hinderlaag in. De ridders zakten weg in de modder, raakten in paniek en werden door de lichtvoetige boeren met speren in hun rug gestoken. De bisschop van Utrecht koos eieren voor zijn geld en vluchtte als een van de eersten terug naar zijn schip.
Een pijnlijk toiletbezoek
Een van de meest bizarre verhalen van de avond vond plaats in het rampjaar 1076. De toenmalige machthebber, hertog Godfried met de Bult was een gevreesd militair. Een huurmoordenaar genaamd Giselbert had zijn huiswerk goed gedaan. Zo wist hij dat Godfried op een bepaald moment in Vlaardingen zou verblijven. Ook wist hij dat Godfried altijd ‘s nachts naar het toilet moest. Middeleeuwse toiletten waren destijds uitbouwplaatsen aan de buitenmuur, waarbij alles rechtstreeks in de gracht viel. Giselbert wachtte hem op met een scherpe speer. Toen de hertog met zijn achterwerk op de bril zat, sloeg de moordenaar van onderaf toe. Hoewel de hertog niet direct dood was, bezweek hij een week later in Utrecht aan zijn verwondingen. Giselbert kwam er in een bootje mee weg en werd nooit gepakt.
De val van Floris V
Spreker Nieuwenhuijsen stond ook stil bij een van de bekendste moorden uit de Nederlandse geschiedenis: die op Floris V in 1296. Waar Gerulf de stamvader was, was Floris een van de laatste heersers van de Gerulfingen-dynastie. Hoewel Floris bekend stond als een krachtige leider die populair was bij het volk, raakte hij verstrikt in een internationaal politiek steekspel tussen Engeland en Frankrijk. Hij werd tijdens een valkenjacht ontvoerd door ontevreden edelen, onder wie Gijsbrecht van Amstel en Gerard van Velsen. Toen boeren uit de omgeving de graaf probeerden te bevrijden, raakten de ontvoerders in paniek. Gerard van Velsen stak Floris maar liefst 22 keer.
Nieuwenhuijsen legde uit dat er later nog een sappiger verhaal is verzonnen: Floris zou de vrouw van Gerard van Velsen hebben verkracht, wat de moord tot een wraakactie maakte. Hoewel moderne historici dit betwijfelen, zorgden toneelschrijvers als Joost van den Vondel ervoor dat dit smeuïge verhaal nog eeuwenlang als de enige waarheid werd verteld.
Jan I
Jan I, de zoon van Floris V, was de laatste mannelijke erfgenaam van de Gerulfingen-dynastie. Zijn leven stond grotendeels in het teken van internationale politieke spelletjes; hij groeide op in Engeland en was zelfs verloofd met de dochter van de Engelse koning Edward I. Koning Edward hoopte Jan na de uitschakeling van zijn vader als een soort marionet in Holland te installeren om zo de Engelse invloed in de regio te herstellen.
De gehoopte machtsgreep mislukte echter doordat Hollandse en Henegouwse edelen zelf de voogdij over de jonge graaf op zich namen. Het bewind van Jan I was van korte duur; hij stierf al rond zijn vijftiende aan dysenterie. Met de dood van Jan I stierf de dynastie in de mannelijke lijn uit en verloor Holland zijn zelfstandigheid aan het graafschap Henegouwen.
Zo eindigde een avond vol intriges, machtswellust en bloedige anekdotes. Mocht u na al dit geweld behoefte hebben aan wat meer emancipatie, noteer dan alvast 23 maart in uw agenda.
Dan komt de conservator van het Maritiem Museum Rotterdam vertellen over ‘Maritieme Vrouwen’. Vrouwen die hun mannetje stonden op schepen, soms zelfs verkleed als man, en die zo hun eigen stempel op de geschiedenis drukten. Voor de liefhebbers is er in Rotterdam overigens ook net een tentoonstelling over dit onderwerp geopend.
Deze lezing vindt plaats in De Acker, Park Berkenoord 2. Inloop 19:30 uur, aanvang 20.00 uur. Voor meer informatie zie: hgop-pijnacker.nl.



















