
Van Rome tot Linköping, van beeldengroepen tot Beeldenstorm
Cultuur 1.841 keer gelezenEr zijn films waar na het uitkomen van de film ook nog een ‘the making of’-versie komt waar je een kijkje in de keuken krijgt bij wat er allemaal bij komt kijken om een film te maken. Op 8 oktober werd het publiek van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP) op zoiets getrakteerd. Christi Klinkert, senior conservator oude kunst bij het Frans Hals Museum, nam de aanwezigen mee in het werk en leven van de renaissancekunstenaar Maarten van Heemskerck én vertelde hoe de pas geopende tentoonstelling in het Frans Hals Museum, Stedelijk Museum Alkmaar en het Teylers Museum over hem tot stand kwam.
Door Jan-Paul van der Velden
Het verhaal van Maarten van Heemskerck begint in 1498 in Heemskerk. Hij werd geboren als Maerten van Veen als boerenzoon. Hij ontdekte al vroeg zijn talent voor tekenen en schilderen. Eigenlijk was hij voorbestemd om de boerderij van zijn vader over te nemen, maar het liep anders.
Leerling schilder
Meesterschilder word je niet zomaar in de middeleeuwen. In het systeem van de gilden ging je als leerling in de leer bij een gerenommeerd schilder. Maarten ging in de leer bij de Haarlemse schilder Cornelis Willemsz. Na in Delft in de leer geweest te zijn bij Jan Lucasz, keert hij weer terug naar Haarlem om verder te leren bij Jan van Scorel. Deze belangrijke meester was in Italië geweest om te schilderen volgens de daar gebruikelijke manier. Hiermee werd de Renaissance naar Nederland gebracht.
Rome
Op 23 mei 1532 vertrok hij naar Rome, om daar de klassieke kunst en het werk van de eigentijdse meesters te bestuderen. Een reis naar Rome had meer voeten in de aarde dan een vliegtuigticket boeken. Een reis naar Rome in die tijd kostte zo’n zes weken en was niet zonder gevaar. Op de weg naar Rome kon je overvallen worden of erger, het niet overleven. Niet wetende of hij zijn vader - die al op leeftijd was - nog in levenden lijve zou terugzien, schilderde hij voordat hij vertrok een portret van hem.
Sculpturen
Maarten woont vierenhalf jaar in Rome. Hij schetst veel van de klassieke sculpturen die her en der in de stad te vinden zijn. Met de aanbevelingsbrieven die hij meegekregen heeft uit Nederland van zijn leermeester Jan van Scorel, openden zich deuren die voor anderen gesloten bleven. Zo kon hij op de Belvedere-binnenplaats van de Paus schetsen maken van de beelden die daar staan. Zo leert hij veel over de anatomie van het menselijk lichaam, wat later ook terug te zien is in zijn schilderijen. De titel van het artikel dat de Volkskrant wijdt aan de tentoonstelling, zegt alles: Ruim baan voor ‘bizar gespierde blote mannen’ van Renaissanceschilder Maarten van Heemskerck.
Eigentijdse meesters
Maarten leert in Rome ook veel van het werk van Michelangelo en Rafaël, beide meesters van de Renaissance. Rafaël is de eerste kunstenaar in Rome die werkt met prenten. Een ontwerp werd door Rafaël gemaakt, waarna een professionele graveur het ontwerp in overzette op een koperplaat. Daarna konden meerdere afdrukken in spiegelbeeld gemaakt worden, welke voor de kopers ook goedkoper waren in aanschaf dan kunst waar maar een stuk van gemaakt werd. Van Heemskerck werkt in Nederland ook met prenten. In de boedel van Rembrandt van Rijn is een van zijn prenten gevonden.
De ervaring die hij in deze jaren opgedaan heeft maakt van hem een innovatieve schilder, zelfs on-Hollands.
Beeldenstorm
In 1566 werden door Protestanten veel heiligenbeelden, schilderijen en andere objecten vernield, dit is de Beeldenstorm gaan heten. Veel van het werk van Maarten van Heemskerck was religieuze kunst. Na de Beeldenstorm heeft hij een paar jaar niet geschilderd. Waarschijnlijk was hij te teneergeslagen door het feit dat zijn kunststukken verwoest waren. Hij blijft tot het einde van zijn leven Katholiek, de acties van de Protestanten tijdens de Beeldenstorm zullen voor hem niet bepaald geholpen hebben om zich te bekeren.
Het Laurentius altaarstuk, dat wordt gezien als het hoogtepunt van Van Heemskerck’s oeuvre, werd gemaakt voor de Grote of Sint Laurenskerk in Alkmaar. Het is het grootste werk van zijn soort dat in de Noordelijke Nederlanden gemaakt is. Na de Reformatie verloor het zijn functie en is het verkocht.
Via een tussenpersoon kwam het in bezit van de toenmalige koning van Zweden, die het in de kathedraal van Linköping plaatste en waar het nu nog steeds staat. De kathedraal behoort tot de Zweedse kerk, wat een Lutherse kerk is. Luther en Calvijn waren beiden kerkhervormers. Lutherse kerken zijn over het algemeen meer ‘aangekleed’ dan Calvinistische kerken.
Beleg van Haarlem
In 1573 belegerden de Spanjaarden Haarlem, Maarten ontvluchtte de stad en ging in Amsterdam wonen. De Spanjaarden waren de kwaadsten niet, ze plunderden niet zomaar elke stad, men kon kiezen voor plunderen of afkopen. Haarlem is plundering gespaard gebleven doordat een aantal sponsoren het geld bij elkaar bracht. Een van de sponsoren was Maarten van Heemskerck. Na het beleg van Haarlem keert Maarten er weer terug.
Drie musea
De conservatoren van het Frans Hals Museum (Haarlem), Stedelijk Museum Alkmaar en Teylers Museum (Haarlem) hebben gezamenlijk een overzichtstentoonstelling samengesteld over het leven en werk van Maarten van Heemskerck. Nu in 2024 is het 450 jaar geleden dat hij overleed. Onder de noemer: één tentoonstelling in drie musea wordt in elk museum een deel van het werk uitgelicht. De tentoonstelling is nog te zien tot 19 januari 2025.
Voorbereiding
Het was de bedoeling geweest om de tentoonstelling eerder te organiseren. Veel van het werk van Van Heemskerck is verspreid over verschillende musea in verschillende landen. Om objecten in bruikleen te krijgen voor een tentoonstelling moet veel moeite gedaan worden en soms speelt de factor geluk ook een rol. Zo had een museum in Berlijn een prentenboek van Van Heemskerck in bezit. Men was begonnen met het restaureren van het prentenboek. Om die reden was het boek uit elkaar gehaald. Daardoor was het mogelijk om een aantal bladen naar Nederland te krijgen.
In sommige gevallen lukt het ook niet, zoals met een groot schilderij dat in Amerika is. En soms deels. Bij het Laurentius altaarstuk dat in de kathedraal van Linköping staat, was het niet mogelijk om het middenstuk te vervoeren omdat het te kwetsbaar is. Het was wel mogelijk om de zijpanelen in 2018 naar de Grote of Sint-Laurenskerk in Alkmaar te krijgen ter ere van het 500-jarig bestaan van de kerk. Het altaar is hier getoond alsof de altaarluiken dichtgeklapt waren en het niet zo opviel dat het middenstuk ontbrak.
Ook is er een werk dat bestaat uit twaalf panelen. De panelen tonen Griekse goden. De inspiratie is waarschijnlijk gekomen tijdens de jaren dat Van Heemskerck in Rome woonde en er studies maakte van Romeinse beeldengroepen. Tijdens een veiling zijn de panelen eens apart geveild. Het waren 4 sets van 3 panelen. Uiteindelijk heeft geen enkel museum een complete set in de collectie.
Al de stukken naar Nederland krijgen is een kostbare operatie, het heeft een miljoen euro gekost, omdat de stukken in vochtgereguleerde kisten vervoerd moesten worden en de stukken geëscorteerd moeten worden.
HGOP voorzitter Paul van Winden is normaliter scherp op de tijd, vandaag kon hij het niet over zijn hart verkrijgen om Christi’s enthousiaste verhaal af te kappen voordat alles verteld was over Maarten van Heemskerck. Het was dan ook al over kwart over tien toen Christi een daverend applaus kreeg van het publiek.
Op 14 november is de volgende lezing van het HGOP, dit keer blijven we dichter bij huis, dichter bij de plaatselijke historie. De lezing gaat namelijk over het CJMV-gebouw. Het gebouw dat recentelijk is verkocht aan een kinderopvangorganisatie. Men is nu druk bezig met het verbouwen, de historische elementen zullen bewaard blijven.
Locatie
Bibliotheek Pijnacker, Julianalaan 47, Pijnacker. Inloop 19.30 uur, aanvang 20:00 uur. Meer informatie is te vinden op hgop-pijnacker.nl



















