De bezoekers luisterden geboeid naar het verhaal over de nu relatief onbekende prenten, waarvan er jaarlijks in Amsterdam méér van verkocht werden dan er inwoners waren.
De bezoekers luisterden geboeid naar het verhaal over de nu relatief onbekende prenten, waarvan er jaarlijks in Amsterdam méér van verkocht werden dan er inwoners waren.

HGOP lezing: centsprenten, een massamedium in vroeger tijden

Cultuur 1.062 keer gelezen

Het is op dinsdagavond 9 januari flink koud buiten, dat deert een hoop mensen niet, zij zijn naar een lezing van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP) in de Acker gekomen. Vanavond vertelt Aernout Borms, dé expert in Nederland op het gebied van centsprenten, over dit soort prenten.

De lezinggever Arnoud Borms begint de lezing door op te komen verkleed als 17de eeuwse prentenventer en roept luid: 

Prenten! Prenten!
Een prent heb je al voor een cent
Prenten van koningen, prenten van boeven
Prenten over rampen die wij niet hoeven
Prenten in zwart en prenten in kleur
Voor iedereen prenten, te kust en te keur

Zo gingen vroeger prentenventers en marskramers door het land om prenten te verkopen. Ze liepen met hun prentenstok op hun mars, dat is een mand of kist die ze op hun rug droegen en verdienden hun brood met de verkoop van prenten, vooral centsprenten.

Middeleeuwse strip op rijm
De eerste centsprenten stammen uit de 17de eeuw. Het is een tijd waarin drukwerk nog relatief duur is en mensen over het algemeen niet erg geletterd waren. Centsprenten werden gedrukt op een formaat dat vergelijkbaar is met het A3 formaat. Op centsprenten stonden meestal 12 afbeeldingen in 3 rijen van 4 afbeeldingen en onder elke afbeelding stond een stukje tekst. De teksten waren altijd ondergeschikt aan het beeld. De tekst was vaak in (kreupel)rijm. Kreupelrijm is niet-zuiver rijm, dat is wanneer de klank waarop gerijmd wordt niet altijd helemaal overeenkomt. Een voorbeeld een rijm bij centsprenten over de Hollands zee-glorie op kinderprenten:

Ziet, Kindren! deeze schepen aan,
Niet om er mee op zee te gaan,
Of op de vaart naar verre kusten;
Maar om uw oogen te verlusten.
Betaalbaar voor Jan en alleman

Een centsprent kostte inderdaad ook één cent, dat wil zeggen als het een zwartwit prent was. Als het een kleurprent was kostte de prent twee cent. Bij een kleurenprent moet men zich niet een kleurendruk voorstellen, maar handmatig ingekleurde afbeeldingen. Omdat het goedkoop moest blijven mocht het inkleuren ook niet te veel kosten. Daardoor waren het vooral gekleurde vegen op de prent. Dat centsprenten een massaproduct was, maakte ook dat de kosten laag konden blijven en dat ze voor iedereen betaalbaar waren in die tijd. Het dagloon op het platteland en in de industrie bedroeg rond 1830 een halve tot een hele gulden en een kilo roggebrood kostte zeven cent. Dus zowel qua inkomen als qua koopkracht kon iedereen zich wel eens een centsprent veroorloven. Een goedkoop boek kostte in die tijd meer dan een dagloon, wat voor veel mensen te veel geweest zal zijn.

Drukkerijen
Zo waren er op de top in Nederland meer dan 50 drukkerijen die centsprenten drukten. Dit was meer dan in ons omringende landen. Boeken waren over het algemeen duur, want er kwam meer papier aan te pas. Ten tijde van economische stagnatie was goedkoop drukwerk ook een manier voor de drukkerijen om het hoofd boven water te houden omdat de verkoop van boeken en duur drukwerk dan kelderde. Dat aan dit goedkope drukwerk toch goed verdiend kon worden, toont een kostenberekening voor een oplage van 3,6 miljoen exemplaren door drukkerij Sythoff, waar onder de streep een winst van circa 30% overbleef.

Verspreiding
De centsprenten werden direct door de drukkers verkocht en vaak ook via wederverkopers. Marskramers verkochten de prenten op het platteland, terwijl in de stad er prentenkramen waren op kermissen. Op scholen werden centsprenten aan kinderen gegeven als beloning en het kwam ook voor dat schoolmeesters hun schamele inkomen aanvulden door centsprenten te verkopen.

De tand des tijds
Centsprenten werden op dun en goedkoop papier gedrukt. De prenten van voor 1840 werden nog op scheppapier - met rafelige randen - gedrukt, dat was dikker en dus steviger. Dit handgemaakte scheppapier was duurder dan het machinaal gefabriceerde papier dat na 1840 gebruikt werd, dit papier had geen rafelige randen. Van de centsprenten die op het dunne machinaal gefabriceerde papier gedrukt waren, zijn er maar weinig van bewaard gebleven, juist omdat ze zo fragiel waren. Onze ouders of grootouders hebben ze vast ooit gehad, maar er zijn er dus maar weinig die de tand des tijds overleefd hebben. Drukkers gaven elke uitgave van een prent een nummer, op die manier is duidelijk geworden dat van sommige uitgaven niets meer bewaard is gebleven.

Tijdgeest
De centsprenten geven een goed beeld van de tijdgeest toentertijd. Wat hield de gewone man/vrouw/kind toen bezig? Uit toen gepubliceerde boeken die voor de elite gemaakt werden kon dit beeld veel minder goed gehaald worden. Des te jammerder is het dat zoveel van deze prenten verloren zijn gegaan.

Van heiligen prenten tot volkseducatie
De onderwerpen die aan bod kwamen op de centsprenten varieerden nogal. Toch waren het niet de kranten van vroeger. De onderwerpen waren vaak tijdloos en hetzelfde ontwerp werd vaak decennialang gebruikt. De oudste centsprenten waren heiligen prenten, bijvoorbeeld met afbeeldingen van Maria met het kindeke Jezus en andere heiligen. Andere onderwerpen die op centsprenten uitgegeven zijn: Tijl Uilenspiegel, historische gebeurtenissen, sprookjes, Gullivers reizen, Robinson Crusoe, Luilekkerland, vorstenprenten, planten, bloemen, dieren, sport en spel, natuurrampen.

De onderwerpen waren nooit controversieel, omdat het drukwerk een groot publiek moest aanspreken. In later eeuwen richtten de centsprenten zich steeds meer op kinderen. Er werden ABC’s, rekenprenten en kalenders gedrukt. Bij deze kinderprenten werd geweld onverbloemd in beeld gebracht, bijvoorbeeld over de gruweldaden van de Franse overheersers.

Nog later keerde het tij en kwamen er juist nettere afbeeldingen en moraliserende verhalen. Dit werd gevoed door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. ‘Het Nut’ stimuleerde de uitgevers tot het drukken van prenten om het volk normen, waarden en gepaste rolmodellen bij te brengen, compleet met het Nutszegel, dat aangaf dat de inhoud goedgekeurd was. Onder deze volkseducatie viel ook vaderlandse geschiedenis, Bijbelse geschiedenis, dierkunde en werktuigen. Zelfs sprookjes als Roodkapje en klein duimpje moesten eraan geloven.

Houtsnedes
In begin 1400 werden al prenten gemaakt op stoffen door met in reliëf gesneden houten blokken te stempelen. Bij de afdruk van een centsprent is ook de basis een houten blok, vaak van perenhout omdat dit een relatief zacht soort hout is dat goed te bewerken is. De afbeelding werd in reliëf in het blok hout gesneden. Door gebruik van roet vermengd met beenderlijm werd dan een afdruk gemaakt. Later verdrongen de kopergravure en de ets deze manier van vermenigvuldigen van afbeeldingen, omdat met deze methoden meer detail verkregen kon worden.

Het houtsnijwerk werd later alleen gebruikt voor goedkoop drukwerk. Het was primitief houtsnijwerk dat door ambachtslieden gedaan werd, niet door kunstenaars. Ook hier moesten de kosten laag blijven. De houten blokken werden soms twee eeuwen lang gebruikt, zo kon een en hetzelfde houtblok gebruikt worden voor honderdduizenden afdrukken. Dat de blokken oud waren, was aan de afdrukken af te zien, omdat de beschadigingen van het blok zichtbaar waren op de afdruk, of dat houtwormen zich tegoed gedaan hadden aan het perenhout.

Centsprent collecties
Particuliere verzamelaars zoals Aernout Borms en zijn grootvader hebben ervoor gezorgd dat zoveel als mogelijk centsprenten bewaard zijn gebleven. Sommige van deze collecties zijn geschonken aan musea. Zo heeft de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag een grote collectie centsprenten.

De volgende lezing van het HGOP is op maandag 5 februari en gaat over het Plakkaat van Verlatinghe. De Nederlandse opstand tegen de toenmalige Spaanse vorst Filip II; omdat Nederland als republiek verder wilde gaan.

De lezing wordt gehouden door Dr. Anton J.L. van Hooff in De Acker, Park Berkenoord 2 in Pijnacker. Aanvang: 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur.

Door: Jan Paul van der Velden
Foto’s: Olaf Korpel


Arnoud Boms komt bij de lezing op, verkleed als 17de eeuwse verkoper van centsprenten.
Arnoud Borms brengt centsprenten tot leven met een helder opgebouwd verhaal tijdens zijn boeiende lezing.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant