
Naar de grote stad
ColumnBuitenkansje! Ik mocht samen met een vriendin naar Acda & De Munnik, in het concertgebouw in Amsterdam, een concert voor winnaars van de Vriendenloterij. Samen zaten we te dubben welke van de drie concerten we zouden reserveren. We kozen voor de zondagmiddag. Tis toch een hele onderneming dat Amsterdam en dat is minder spannend overdag.
Aan mij de eer om een mooie parkeerplaats te reserveren van tevoren en aan haar om de kaartjes te printen. Zo zijn wij, lekker alles op papier. Via de navigatie kwamen we al gauw in hartje Amsterdam en stonden we voor de paal van de parkeergarage. Bijna blinde paniek omdat de QR-code niet gescand werd lazen we de boodschap op het schermpje, pas toen ik mijn leesbril had opgezet: “Achteruit, er komt een auto uit de lift.” Bedeesd reden we achteruit, terug de straat weer op en warempel er kwam een auto uit dezelfde deur als waar wij in moesten. Nog nooit zoiets gezien!
Langzaam reden wij ook die ‘lift’ in. De deur sloot achter ons, motor uit en een rare sensatie in onze maag, we gingen met auto en al naar beneden. We slaakten wat bakvisachtige gilletjes en nadat we gestopt waren ging de deur open en zagen we een miniparkeergarage. We besloten om net te doen zoals de andere mensen daar en niet met open mond te gaan staan kijken hoe wonderlijk dit eigenlijk was.
Naar buiten, op zoek naar het concertgebouw, volgens de app maar 500 meter lopen. Daar gingen we! We stuitten op een groepje jonge meiden van begin twintig en mijn vriendin zei gelijk vrolijk hallo. Ze schrokken, duidelijk niet gewend aan onze dorpse manier van groeten, ze keken ons na, waarop er eentje terugriep: “wat een leuke jurk!”. Mijn vriendin was uiteraard gevleid en riep terug: “Je mag hem wel eens lenen hoor!” Het meisje riep terwijl ze een hartjesgebaar maakte: “we love you.” Tevreden keek mijn vriendin mij aan en zei dat we nu al nieuwe vrienden hadden gemaakt in de grote stad.
In het concertgebouw knoopten we gesprekjes aan met de portier, de barman, de zaalwacht en de mensen naast ons in de zaal. Nadat we uit volle borst meegezongen hadden togen we huiswaarts. Al pratende over ons uitstapje naar de grote stad passeerden we het bordje ‘Pijnacker’ en concludeerden: “je kunt het meisje wel uit het dorp halen, maar het dorp niet uit het meisje.”
















