Er lag nog sneeuw, maar de vele bezoekers hadden zich daardoor niet laten afschrikken.
Er lag nog sneeuw, maar de vele bezoekers hadden zich daardoor niet laten afschrikken.

Slavernijverleden van Delft en omstreken raakt ook Pijnacker

Actueel 2.832 keer gelezen

Op 12 januari 2026 organiseerde Historisch Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP) een lezing over een beladen, maar noodzakelijk onderwerp: het slavernijverleden van Delft en omstreken. Historicus Gerrit Verhoeven vertelde over de resultaten van het onderzoek dat de gemeente Delft in 2023 liet uitvoeren naar de betrokkenheid van de stad bij slavernij en koloniale uitbuiting. De avond maakte diepe indruk op de aanwezigen, mede doordat duidelijk werd dat het verhaal niet ophoudt bij Delft, maar ook raakt aan de regio, waaronder Pijnacker.

Door: Marianne van den Heuvel

Het onderzoek laat zien hoe nauw Delft verweven was met de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC), organisaties die eeuwenlang winst maakten over de ruggen van zwarte mensen in de overzeese gebieden. Verhoeven zette direct de toon: slavernij is meer dan een historische datum. Nederland schafte slavernij formeel af in 1863, maar in de praktijk duurde het nog tien jaar voordat mensen werkelijk vrij waren. Daarbij kregen niet de tot slaafgemaakten compensatie, maar de voormalige eigenaren. Slavernij draaide om economische uitbuiting, en die logica werkte nog lang door na de afschaffing.

Het machtige Delft
Delft speelde daarin een opvallend grote rol. Rond 1600 was de stad één van de machtigste steden van de Republiek. Zowel de VOC (opgericht in 1602) als de WIC (1621) hadden er een eigen kamer. Het stadsbestuur en de besturen van de compagnieën overlapten sterk. Verhoeven noemde het treffend: “twee handen op een buik”. Bij de VOC was zelfs 89 procent van de bewindhebbers tegelijk actief als bestuurder of burgemeester.

De oost had meer slavernij
Veel mensen kennen vooral de trans-Atlantische slavernij, waarbij mensen vanuit Afrika naar de Amerika’s werden vervoerd. Minder bekend is dat slavernij in het VOC-gebied in Azië minstens zo omvangrijk was, en zelfs groter. In steden als Batavia (het huidige Jakarta) leefden op enig moment meer slaafgemaakten dan vrije mensen. Over de zeventiende en achttiende eeuw gaat het om ongeveer een miljoen slaafgemaakten, bijna twee keer zoveel als via de Atlantische route door Nederlanders naar Noord en Zuid-Amerika werd vervoerd.

Boedels met een zwarte jongen
Slavernij was bovendien zo alledaags dat het nauwelijks werd bevraagd. Dat blijkt uit boedelinventarissen, testamenten en archieven van bijvoorbeeld de Delftse Weeskamer. Wanneer een VOC-functionaris in Azië overleed en minderjarige erfgenamen had in Nederland, werden zijn bezittingen geïnventariseerd. Tot slaaf gemaakte mensen werden daarin simpelweg opgenomen tussen meubels, kleding en servies, vaak zonder naam, aangeduid als “stuks”. Verhoeven gaf voorbeelden die het verleden akelig concreet maken: zo bezat een VOC-directeur in Malakka 37 slaafgemaakten, die na zijn overlijden werden verkocht en waarvan de opbrengst naar Delft werd overgemaakt. Ook gewone ambachtslieden deden mee. In een boedelbeschrijving van een timmerman uit Delfshaven staat naast textiel en huisraad vermeld: “één zwarte jongen”.

Ja, ook Pijnacker
Belangrijk voor het publiek van de lezing was de constatering dat de betrokkenheid niet ophield bij de stadsgrenzen van Delft. Ook mensen uit omliggende dorpen waren verbonden met de koloniale economie, als aandeelhouder, leverancier, bestuurder of militair. Verhoeven noemde daarbij expliciet dat in de VOC-archieven tientallen personen uit Pijnacker en omgeving terug te vinden zijn. Een concreet voorbeeld dat hij aanhaalde is Arnolds Brands, een theologie student die in de zeventiende eeuw in de problemen kwam in zijn privéleven en vervolgens in dienst trad van de VOC. In zijn testament uit 1737 wordt genoemd dat drie slaafgemaakten vrij zouden komen en dat zijn dochter Regina een slavin kreeg. Het is een voorbeeld dat laat zien hoe slavernij niet alleen iets was van ‘ver weg’ of ‘grote heren’, maar ook in de levens van mensen uit de regio aanwezig was.

Slaven in Nederland
Een aangrijpend deel van de lezing ging over zwarte mensen die door hun voormalige eigenaren werden meegenomen naar Nederland. Officieel was slavernij in Nederland verboden, maar in de praktijk bleef veel onduidelijk. Wisten deze mensen dat zij vrij waren? Kenden zij hun rechten? In kerkelijke archieven uit Delft vinden we doop- en begraafinschrijvingen van zwarte mannen, vrouwen en kinderen, soms met een naam, soms aangeduid met termen die vooral laten zien hoezeer zij werden gezien als ‘anders’ en niet als gelijkwaardig.

Nayo van Flores beter bekend als Bange
Verhoeven noemde ook het levensverhaal van Nayo van Flores, later Bange Hendrik Isaac van Baalen genoemd. Als kind gekocht in Nederlands-Indië groeide hij op in Delft, trouwde met een Nederlandse vrouw en kreeg zeven kinderen. Zijn familie bewaart nog een schriftje dat hij schreef met herinneringen aan zijn eerste jaren. Zulke persoonlijke bronnen maken duidelijk dat deze geschiedenis niet abstract is, maar bestaat uit individuele levens, die een plek zochten in een samenleving die hen vaak niet als volwaardig zag.

Kritieke punten
Tegen het einde van de achttiende eeuw kwam langzaam kritiek op slavernij op gang, onder invloed van de Verlichting en internationale ontwikkelingen. Ook in Delft klonken stemmen die pleitten voor menswaardiger behandeling en uiteindelijk afschaffing. Toch duurde het tot diep in de negentiende eeuw voordat slavernij werkelijk werd beëindigd, en zelfs toen bleef ongelijkheid bestaan in nieuwe vormen.

Het nu
Verhoeven sloot af met een indringende conclusie: dit verleden is dichterbij dan veel mensen denken. Pas in de afgelopen jaren is er bredere erkenning gekomen voor de schaduwkanten van de koloniale geschiedenis. Lange tijd overheerste trots op de Verenigde Oost-Indische Compagnie, onder meer zichtbaar bij de herdenking van 400 jaar VOC in 2002. Het maatschappelijke kantelpunt kwam in 2006, toen voormalig premier Jan Peter Balkenende sprak over de zogenoemde “VOC-mentaliteit” en daarbij zei: “Laten we trots zijn op die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek!” De uitspraak leidde tot veel kritiek en maakte pijnlijk duidelijk hoe eenzijdig het beeld van de VOC lange tijd was geweest. Hierna kwam er meer ruimte voor onderzoek naar geweld, uitbuiting en slavernij. Het onderzoek naar het slavernijverleden is geen beschuldiging van individuen, maar een oproep tot bewustwording, erkenning en gesprek. Omdat deze geschiedenis ook in de regio duidelijke sporen heeft nagelaten, raakt zij niet alleen Delft, maar ook Pijnacker en omgeving.

Het volgende HGOP-thema
HGOP kijkt terug op een inhoudelijk sterke en indrukwekkende avond. De volgende HGOP-lezing vindt plaats op 19 februari en heeft als thema: Holland in het jaar 1000: moord en doodslag. Meer info: hgop-pijnacker.nl.

Historicus én archivaris Gerrit Verhoeven hield een indrukkende lezing over het slavernijverleden.
Voorzitter Paul van Winden bedankt de spreker en beëindigd de lezing toch nog met een vrolijke noot. Foto’s: Olaf Korpel
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant