Witte nachtvlinder gevonden in mezennestkast in Koningshof. (Foto: Truus van der Hulst)
Witte nachtvlinder gevonden in mezennestkast in Koningshof. (Foto: Truus van der Hulst)

Plakker in nestkast

Actueel

In oktober toonde Truus van der Hulst mij een bijzondere vondst, die ze had gedaan tijdens het schoonmaken van nestkasten met leden van de Natuur- en Milieubescherming Pijnacker. Op het oude nestmateriaal uit een mezennestkast lag een grote witte nachtvlinder met tientallen zwarte ‘kraaltjes’ ernaast.

Truus heeft de witte vlinder als plakker gedetermineerd. Hermelijnvlinder zou een mooiere naam zijn voor deze fluwelige witte vlinder met zwarte vlekjes, maar die naam is al gegeven aan een andere nachtvlindersoort. Vrouwelijke plakkers plakken hun eieren tegen de schors van bomen en bedekken ze met haren van hun achterlijf, dus de naam is wel toepasselijk. De eieren overwinteren. In het voorjaar komen daar kleine rupsjes uit, die bladeren van allerlei loofbomen lusten. Vaak worden ze op eiken aangetroffen.

De plakker in het nestkastje is wit. Daaraan kun je zien dat het een vrouwtje is, want mannelijke plakkers zijn bruin. De mannetjes zijn kleiner dan de vrouwtjes en hebben geveerde antennes, die zeer gevoelig zijn voor de geurstoffen van de vrouwtjes. Hoewel de vrouwtjes vleugels hebben schijnen ze nauwelijks te vliegen. De mannetjes vliegen naar hen toe om te paren. Waarom zou het plakkervrouwtje in een nestkast zitten?

We kijken naar de tientallen zwarte kraaltjes die naast de vlinder liggen. Ze zijn circa vier millimeter lang. Door de bijzondere oppervlaktestructuur doen ze denken aan ‘handgranaatjes’. Het zijn poepjes van een grote rups. Een volgroeide plakkerrups is behoorlijk groot: ongeveer vijf centimeter lang. Het zijn vrijwel zeker plakker-rups-poepjes. Vlinders hebben nooit zulke poepjes, want die eten uitsluitend vloeibaar voedsel. Dat levert geen robuuste poep op. Plakkervrouwtjes eten vermoedelijk helemaal niet. Het komt vaker voor dat vlinders niet eten, ze hebben soms niet eens monddelen. Als rups hebben ze genoeg gegeten om te vasten tijdens hun korte leven als vlinder.

Gezien het aantal poepjes denk ik dat de bijna volgroeide rups de nestkast heeft gebruikt als schuilplaats om de dag door te brengen. Waarschijnlijk is de rups daar ook tot vlinder ontwikkeld. De vleugeltoppen zijn een beetje naar binnen gebogen, waaraan je kunt zien dat de vleugels niet volledig zijn opgepompt. We hebben geen pophuid gezien tussen het nestmateriaal. In een andere nestkast had Truus echter wel een pop aangetroffen, die eruit zag als een plakker-pop. Later meldde ze dat er nog een plakkervrouwtje is gevonden in een andere nestkast. Deze nachtvlinders kwam ze nooit eerder tegen in voorgaande jaren.

Caroline

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant