
Wij & Water – Toen, Nu en Later
Actueel 2.955 keer gelezenNederland leeft al eeuwen met water, en nergens is dat zo zichtbaar als in Delfland. Tijdens de bijeenkomst Wij & Water – Toen, Nu en Later sprak Piet-Hein Daverveldt, dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland, over de geschiedenis, de actuele uitdagingen en de toekomst van het waterbeheer.
Door: Marianne van den Heuvel
“Wij doen veel meer dan die ene jaarlijkse aanslag die mensen kennen,” glimlachte hij, zichtbaar tevreden over de volle zaal bij de HGOP-lezing – waar zelfs leden van de Scouting uit Leiden aanwezig waren.
Ons land telt 21 waterschappen, waarvan er 19 worden geleid door een dijkgraaf. Twee hebben geen dijken, maar wel water, daar heet de bestuurder een watergraaf. De dijkgraaf is te vergelijken met een burgemeester of commissaris van de Koning: hij zit het dagelijks en algemeen bestuur voor. De hoogheemraden zijn de ‘wethouders’ van het waterschap, samen vormen zij de Verenigde Vergadering; het oudste democratische bestuur van Nederland.
Waar Nederland dertig tot veertig jaar geleden nog zo’n 3.000 waterschappen kende, zijn dat er nu nog 21. De grenzen volgen niet die van gemeenten, maar die van waterlopen. Delfland bestrijkt het gebied van Wassenaar tot Hoek van Holland en van Delfshaven tot Zoetermeer. Zo’n 1,2 miljoen mensen wonen in dit dichtbevolkte, sterk verstedelijkte en meest verharde waterschapsgebied van Nederland.
Het Hoogheemraadschap van Delfland werd opgericht op 8 september 1289, toen graaf Floris V de oprichtingsakte ondertekende. Sindsdien waakt Delfland onafgebroken over het water in de regio. Het Gemeenlandshuis in Delft, gebouwd in 1505, is al ruim vijf eeuwen het bestuurlijke hart van het waterschap. Dit monumentale pand is tijdens Open Monumentendag een bezoek meer dan waard.
De kerntaken zijn in al die eeuwen nauwelijks veranderd: zorgen voor veiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Alleen de middelen zijn meegegroeid met de tijd. Waar men vroeger afhankelijk was van eb, vloed en windmolens, zorgen nu moderne gemalen, stuwen en zuiveringsinstallaties voor de juiste balans. Delfland beheert vier grote zuiveringsinstallaties, waarvan de grootste in Schipluiden staat, in de ‘elleboog’ van de A4.
Pijnacker dankt zijn bestaan aan het water. De dorpskern ligt op een oude kleirug, gevormd door eeuwen van overstromingen en kreekafzettingen. Tussen 800 en 1000 na Christus vestigden de eerste bewoners zich op deze hoger gelegen grond. Om hun land te ontwateren groeven zij sloten, maar in de winter overstroomde het gebied regelmatig.
Het dorp maakte deel uit van de zogeheten Oost- en Westambachten, vroege samenwerkingsverbanden die waterpeilen regelden en dijken onderhielden. Dat ging niet altijd even voortvarend. “Dan kwamen de dijkgraven bij elkaar, aten goed in een taverne, maar deden niet direct iets,” grapte Daverveldt.
In de middeleeuwen bestond het oostelijk deel van Delfland uit veengebied, terwijl het westelijk deel uit hogere geestgronden bestond. Deze stonden via kreken in open verbinding met de Noordzee en de Maas. Door ontginning en het droogleggen van moerassen klonk de bodem in, waardoor de waterafvoer steeds moeilijker werd.
Om dit op te lossen werden sluizen aangelegd. Voor het beheer daarvan bundelden de ambachtsbesturen hun krachten in het samenwerkingsverband de Zeven Ambachten: Maasland, Vlaardinger-Ambacht, Kethel, Schipluiden, Vrijenban, Hof van Delft en Pijnacker. De oudste vermelding van deze samenwerking dateert uit 1282. Hieruit ontstond uiteindelijk het Hoogheemraadschap van Delfland.
In 1413 werd in Schipluiden de eerste windmolen van Delfland gebouwd, toen een technisch hoogstandje waarmee water kon worden weggepompt. Vandaag de dag gebeurt dat met krachtige gemalen en slimme systemen.
Daverveldt benadrukte dat klimaatverandering de opgave veel groter maakt: “Zomers worden droger, maar als het regent, regent het harder. In 2021 zagen we in de Eifel wat 48 uur regen kan doen. Als zo’n bui boven Zuid-Holland valt, bedraagt de schade naar schatting 2 miljard euro.”
Daarom investeert Delfland in het verruimen van de boezem en de uitbreiding van gemalen. Een doorbraak is immers niet alleen kostbaar, maar ook een direct veiligheidsrisico.
Niet alleen de hoeveelheid water vraagt aandacht, ook de kwaliteit. In de jaren ’80 was vissterfte nog dagelijkse kost. Dankzij de Europese Kaderrichtlijn Water (2003–2015) verbeterde veel, maar de doelstellingen werden niet gehaald en na uitstel ook niet in 2021. Waarschijnlijk worden de doelstellingen, na nieuw uitstel, ook in 2027 niet gehaald.
De glastuinbouw blijft de grootste vervuiler in het gebied. Ondanks intensieve controles worden nog altijd verboden middelen aangetroffen. “We werken samen met de sector, maar waar nodig treden we streng op,” aldus Daverveldt. “Proces-verbaal, dwangsommen en handhaving zijn geen doel op zich, maar soms noodzakelijk.”
Recent waren er in Pijnacker nog twee gevallen van verontreiniging; de kosten zijn verhaald op de betreffende tuinders. Tegelijkertijd ziet Daverveldt ook positieve ontwikkelingen: “Moderne, lekvrije kassen laten zien dat duurzaamheid en winst prima samengaan. Elke tuinder die meedoet, helpt het hele watersysteem.”
Wat velen niet weten: Delfland is koploper in circulaire energie. De rioolwaterzuiveringsinstallaties gebruiken bacteriën die biogas produceren, goed voor zo’n 8 miljoen kubieke meter aardgas-equivalent per jaar.
Weerbaar voor de toekomst
Met 4.000 kilometer aan watergangen, een laagste punt van 6,4 meter onder NAP in Lansingerland en een stijgende zeespiegel die waarschijnlijk meer dan een meter hoger uitkomt, is de uitdaging groot. Delfland onderzoekt scenario’s tot drie meter zeespiegelstijging De stijging is onder meer afhankelijk van het smelten van de ijskappen op Groenland en Antarctica.
De kustverdediging blijft een speerpunt. De Zandmotor is een kunstmatige zandvlakte voor de kust bij Ter Heijde die in 2011 is aangelegd als een experiment in dynamisch kustbeheer. De komende dertig jaar wordt onderzocht hoe de Delflandse dijkzone verder kan worden versterkt.
Volgens Daverveldt is waterbeheer niet alleen een taak van het waterschap. “Iedereen kan bijdragen,” zei hij. “Leg een geveltuintje aan, doe mee aan de tegelwipactie van de gemeente en ruim hondenpoep langs de waterkant op. Elke kleine handeling helpt.” De uitdagingen blijven groot: wateroverlast, droogte, vervuiling en zeespiegelstijging vragen om voortdurende aandacht en samenwerking. “We moeten niet reactief, maar vooruitdenkend blijven,” besluit Daverveldt. “We zijn nooit klaar met water. We leven ermee; toen, nu en later.”
Wie meer wil weten over de geschiedenis van Pijnacker, is op donderdag 27 november om 20.00 uur welkom in bibliotheek Pijnacker. Tijdens de thema-avond ‘Pijnacker op film’, georganiseerd door de werkgroep HIP van het HGOP, worden o.a. oude ansichtkaarten met behulp van kunstmatige intelligentie tot leven gewekt. Meer info: hgop-pijnacker.nl



















