
Herdenkingslezing: Pijnackernaren in de Tweede Wereldoorlog
Actueel 2.397 keer gelezenOp maandagavond 19 mei 2025 vond in de bibliotheek van Pijnacker een indrukwekkende herdenkingslezing plaats. Onder de titel “Pijnackernaren in de Tweede Wereldoorlog” vertelde Annette Theeuwsen-Kardol het verhaal van het dorp en haar bewoners in de jaren 1939 tot 1945. De lezing, georganiseerd door het Historisch Informatie Punt, werkgroep van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker, trok vele belangstellenden. De lezing maakte zichtbaar dat ook in een klein dorp grote en aangrijpende dingen zijn gebeurd.
Door: Marianne van den Heuvel
Van mobilisatie tot oorlogsdreiging
Het verhaal begon in de zomer van 1939, toen Nederland zich begon voor te bereiden op mogelijke oorlog. Op 19 augustus kregen dienstplichtige mannen het bevel zich onmiddellijk te melden. Velen uit Pijnacker vertrokken richting Fort de Bilt of andere kazernes. Ook de net getrouwde vader van Annette meldde zich.
In het dorp waren leden van de Luchtbeschermingsdienst. Markeringen op gevels van woningen van een ‘L’ in een cirkel, soms met een ‘t’ erbij als zij een telefoon hadden, gaven aan waar zij woonden. Zij liepen ’s nachts door de straten om te controleren of ramen goed verduisterd waren, maar waren ook vaak actief in het verzet. Dit initiatief werd geleid door inwoners zoals jonkheer Hesselt van Dinter en Barend Noorland.
In oktober 1939 werden soldaten en pontonniers in Pijnacker gelegerd. Ze oefenden op het veilingterrein en werden ondergebracht in onder andere het CJMV-gebouw en de Hervormde school. Omdat de school in gebruik werd genomen door militairen, verhuisden de leerlingen tijdelijk naar andere gebouwen. Er was nog hoop dat Nederland, net als in de Eerste Wereldoorlog, neutraal zou blijven. In de nacht van 17 op 18 april 1940 viel de al langer scheef staande toren van de Hervormde kerk om. Militairen die er toch waren hielpen met het puinruimen. Het was een voorbode van een tijd waarin hulp en inzet van alle kanten nodig zouden zijn.
10 mei 1940: Oorlog in het dorp
Op 10 mei werd die hoop op neutraliteit abrupt doorbroken. In alle vroegte denderden Duitse vliegtuigen over Pijnacker. De eerste bom viel op de Noordweg bij de boerderij van Ruigrok. De pontonniers, die sinds oktober in het dorp verbleven, schoten met hun karabijnen op de vliegtuigen. Bij de Molenlaan moest een Duits transportvliegtuig een noodlanding maken. De bemanning gaf zich over aan de pontonniers, geholpen door nieuwsgierige dorpelingen zoals Marinus Beckers. Ooggetuigen zoals Jan Wenteler en Cor Letterman beschreven hoe ze als kinderen dachten dat parachutes witte paraplu’s waren. Een winkel aan de Pijnackerseweg werd geplunderd, omdat de winkelier ervan verdacht werd pro-Duits te zijn.
Er vielen al snel slachtoffers. Op 11 mei sneuvelde Pieter Gerrit van Pelt, dienstplichtig wachtmeester der huzaren. Zijn lichaam werd per bakfiets naar Pijnacker gebracht en begraven op het RK kerkhof. In 1979 werd hij herbegraven op de Grebbeberg. Op 13 mei vielen meerdere bommen op de Emmastraat, waarbij huizen verwoest werden. Rina van Ruitenburg, toen een jong meisje, beschreef hoe zij en haar familie ternauwernood overleefden. Haar zus zag iets vallen en duwde haar de gang in, precies waar een muur overeind bleef staan: het redde hun levens.
Leven onder bezetting
Na de capitulatie op 15 mei begon het leven onder Duitse bezetting. Duitse soldaten werden ingekwartierd bij inwoners. Sommige huizen, zoals dat van de familie Bukman aan de Noordeindseweg en bij de Fresco’s aan de Vlielandseweg, kregen ongevraagd soldaten binnen. De reacties varieerden van angst tot afkeer, maar openlijk verzet was gevaarlijk. Gerda Tas vertelde hoe ze de kraan in hun huis moesten afstaan aan Duitse soldaten. Marcel Fresco herinnerde zich hoe angstig hij was toen een Duitse soldaat ineens in de huiskamer stond.
Joodse inwoners werden langzaam maar zeker uitgesloten. Jacob Sanders, een arts die zich in juli 1940 in Pijnacker vestigde, bood onderdak aan verzetsstrijder Jan Emmer. Beiden werden later opgepakt en overleden in concentratiekampen. Andere Joodse gezinnen zoals dat van Heijman en Hedwig Moses, en de familie Van Duren werden gedeporteerd naar Westerbork en daarna naar Auschwitz. In 2024 zijn op verschillende plekken; Zuiderstraat 17, Julianalaan 17, Emmapark 60 en Kerkweg 34 in Pijnacker Stolpersteine geplaatst, kleine messing gedenkstenen voor hun voormalige huizen, om hun herinnering levend te houden.
Verzet en ondergrondse
Ook in Pijnacker groeide het verzet. Dokter Willem van der Horst hielp bijna honderd Joodse mensen met onderduiken en verstrekte valse medische verklaringen. Zijn hulp redde tientallen levens. Ben Horsthuis smokkelde bonkaarten weg uit het distributiekantoor, geholpen door mensen zoals Cor de Roos en Napoleon van Hemmen. In december 1944 werd in een gewaagde overval door het verzet uit Delfgauw het bevolkingsregister uit het gemeentehuis aan de Oostlaan gestolen. Deze actie voorkwam dat mannen op transport gingen naar Duitsland voor de Arbeitseinsatz. Namen als Joop de Hoog en Niek Notenboom staan symbool voor dit dappere verzet. De gevolgen van het verzet waren groot. Cor de Roos en Napoleon van Hemmen werden naar concentratiekamp Dachau gestuurd, Cor overleefde, maar Napoleon niet. Henk Goldberg, die Britse piloten hielp vluchten, werd verraden en op 20 april 1944 gefusilleerd in Brussel. In Pijnacker draagt nu een wandelpad zijn naam.
Hongerwinter en gaarkeuken
Marianne van Ginkel vertelde het verhaal van de zusjes Nelly en Nora Mathlener: In de winter van 1944-1945 was het bar. Inwoners verzamelden kolen langs de spoorlijn of stalen spoorbielzen voor brandstof. Boeren deelden voedsel uit. Er kwamen gaarkeukens, onder andere aan de Oostlaan, waar kinderen herinneringen bewaren aan bloembollensoep en spruitenstamppot. Sommige kinderen kregen via bemiddeling bij boeren een warme maaltijd per dag. Ook vee slachtingen vonden stiekem plaats.
De situatie werd nijpender. In januari 1945 vonden razzia’s plaats in Pijnacker en Delfgauw. De Duitsers zochten naar mannen die de arbeidseinsatz probeerden te ontlopen. Henk Drop vertelde over 27 januari 1945: “Paniek! Er komen soldaten die de huizen binnen vallen op zoek naar mannen, er komt een razzia! Als de Duitse soldaten komen dan vinden ze het ingemaakte varken dat zich op zolder bevindt, worsten, hammen enz. Er werd sneeuw in de gang gestrooid, dan kon tegen soldaten gezegd worden ‘hier zijn ze al geweest’. Gelukkig zijn de soldaten niet geweest, ik weet dan ook niet of de gestrooide sneeuw veel geholpen zou hebben. Het varken dat enige weken daarvoor door slager Bas Hoogeboezem aan zijn clandestiene eindje was geholpen was gered.” Op 27 januari 1945 vielen vijftig mannen in handen van de Duitsers, maar velen mochten dezelfde dag terugkeren. Toch was de angst groot. Mensen doken onder. Alles draaide om overleven.
Rondom en in Pijnacker worden rond 12 april 1945 voortdurend huiszoekingen door soldaten van de Wehrmacht gedaan, zogenaamd om fietsen te vorderen. In werkelijkheid ging het erom levensmiddelen los te krijgen. Toch was het goed als je een vrijstelling van vordering in je bezit had, ondertekend door de burgemeester of door de heer Van der Vaart.
De bevrijding
En toen was daar eindelijk de capitulatie van de Duitsers. Kapelaan Raadschelders vertelde: “Op 5 mei 1945 vreesde ik dat het dokter Van der Horst in de bol was geslagen. Hij had een enorme vlag uitgehangen die bijna tot op de straat hing. Later hoorde ik via de Engelse zender dat de Duitsers de capitulatie hadden ondertekend.” Op deze dag klonk de klok van de RK Jongensschool, de enige klok die de Duitsers niet hadden meegenomen.
De bevrijding was daar. Canadezen reden het dorp binnen, toegejuicht door een uitzinnige menigte. Er werd gezwaaid, gelachen, maar ook gehuild. De vreugde werd echter overschaduwd door de afrekeningen die volgden. ‘Moffenmeiden’ werden kaalgeschoren en publiekelijk vernederd. Dominee Van Dingstee werd gearresteerd vanwege zijn NSB-verleden.
Velen keerden terug: mannen uit Duitsland, verzetsstrijders, onderduikers. Dokter Bolle en zijn vrouw, gearresteerd in 1943, werden in juni 1945 vrijgelaten. Op 8 mei reden Canadese tanks door Pijnacker, met een erehaag van juichende bewoners. Lourens van Vliet was aardappelen aan het poten met zijn vader. Zijn vader stuurde hem naar de bevrijdingsintocht, omdat dat een bijzonder moment zou zijn.
Daantje
De Duitse vrachtwagen, buitgemaakt door de ondergrondse bij molen De Aker, bleek vol luxe goederen van Rijkscommissaris Seyss-Inquart. Na de bevrijding dook de wagen op uit een hooiberg en kreeg hij een nieuw leven. In oranje letters stond op de cabine de naam Daantje, vernoemd naar een verzetsstrijder. De wagen werd ingezet door de Binnenlandse Strijdkrachten en bracht meer dan 90 ton voedsel naar ondervoede dorpen waaronder Pijnacker. Wat ooit een symbool van de bezetter was, werd een rijdende triomf van vrijheid en hulp.
Nawoord
Voorzitter van het HGOP, Paul van Winden, sloot de avond af met de woorden: “We maakten een hink-stap-sprong door zes donkere jaren. We konden niet alles vertellen, maar voor een klein dorp gebeurde er heel veel. De verhalen van toen verdienen het om verteld en doorgegeven te worden.”
Volgende lezing
De volgende HGOP-lezing vindt plaats op zondag 29 september 2025 in De Acker. Historica Ineke Huysman spreekt dan over het leven van Johan de Witt, aansluitend op de tentoonstelling “De wereld van Johan de Witt” in het Dordrechts Museum.



















