
HGOP-lezing: Grafelijke hoven en ontginningen
Actueel 1.474 keer gelezenOnlangs was De Acker op een paar stoelen na vol, voor weer een lezing van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP). Deze avond zijn er twee sprekers. Wat ze gemeen hebben is dat ze spreken over de vroegste ontwikkelingen in dit deel van Nederland. Het eerste deel gaat over grafelijke hoven en ontginningen, het tweede over de manier waarop het landschap vormgegeven werd. En er was ook nog wat te vieren…
Door Jan-Paul van der Velden
Jubileum
Burgemeester Björn Lugthart is vanavond ook aanwezig bij deze lezing en wel met een feestelijke reden. Op 5 januari 2025 bestond het HGOP 65 jaar. De volle zaal laat zien dat de vereniging springlevend is en elke lezing trekt meer dan honderd geïnteresseerden. In totaal heeft het HGOP 300 leden. De burgervader prijst de vele actieve vrijwilligers en de goede samenwerking tussen de gemeente en het genootschap bij plaatselijke projecten zoals de historische informatieborden en de stolpersteine (struikelstenen) die her en der in de gemeente te vinden zijn.
Klimaatveranderingen
Tim de Ridder, stadsarchivaris van de stad Vlaardingen, komt als eerste aan het woord. Hij vertelt dat het Nederland van de vroege middeleeuwen eigenlijk niet zoveel voorstelde. Het gebied dat nu Nederland heet hoorde bij het Duitse keizerrijk en in die tijd was een groot deel van dat gebied een groot drassig veengebied. Een gebied waar de zee nog regelmatig het land overstroomde. Te nat om te bewonen. In de tiende eeuw veranderde er wel wat, door klimaatveranderingen - ja toen ook al - werd het gebied een stuk droger. Duingebieden droogden uit en het zand verstoof naar het achterland. De drogere bodem gaf mogelijkheden tot ontginning.
De eerste hoven
Graaf Dirk III kreeg van de Duitse keizer toestemming om het land te gaan ontginnen, tevens moest het land beschermd worden tegen de Vikingen die bij tijd en wijlen het gebied binnenvielen.
Een hof was een centraal punt van waaruit de ontginning gestart werd. Rondom de hof ontstonden boerderijen. De hof werd gebruikt om voorraden te bewaren. De graaf reisde van hof naar hof. Dan kwam de graaf ook zijn ding doen, oftewel rechtspreken. Er is een verschil tussen ‘de hof’ en ‘het hof’. Spreekt men over de hof dan gaat het over een tuin of boomgaard, spreekt men over het hof dan gaat het om een woonplaats van een vorst, hofhouding en gerechtshof.
Langzaam maar zeker groeiden de hoven uit tot grotere plaatsen en kregen deze plaatsen stadsrechten. Steden als Vlaardingen, Haarlem, Leiden, Delft en Dordrecht zijn zo tot wasdom gekomen. In deze steden is de hof door de tijd heen dus gegroeid naar het hof.
Den Haag was in die tijd nog geen plaats van betekenis. Het Binnenhof is pas relatief laat ontstaan als hof. Door die late ontwikkeling heeft Den Haag ook nooit stadsrechten gekregen en is het een mooi dorp achter de duinen.
Koningshof
Pijnacker is waarschijnlijk ook ontstaan vanuit een hof dat ongeveer op de plek zou hebben gestaan waar nu de Dorpskerk staat. Dat juist daar het hof ontstaan is, is ook logisch. Het was en is in Pijnacker het hoogste punt. Hier was dus de minste kans op overstroming. Ook anno 2025 zou je hier bij overstromingen vanuit zee of rivieren droge voeten houden.
De bewoning zal aanvankelijk geconcentreerd geweest zijn op de hof. Men moet zich dit voorstellen als een hoeve, ook vroonhoeve genoemd, met een ‘dienst-man’ of boer als rentmeester en misschien enige huisjes of hutten rondom. Het personeel van de hoeve bestond voor een deel uit vrije boeren en arbeiders en voor een deel uit ‘horigen’, die bij de hoeve ‘behoorden’. Rond de hof of hoeve lag het hofland (vgl. de Hoflandstraat), dat waren de akkers en de weiden.
De eerste vermelding van Pijnacker dateert uit 1222 waar Graaf Willem I van Holland uit zijn renten in “··· Delf, Pinacker, Maslant en Flerdinc .. ” (Delft, Pijnacker, Maasland en Vlaardingen) een bedrag van 100 pond aan de kerk van St.-Marie in Rinsburg (Rijnsburg) schenkt. Het is aannemelijk dat Pijnacker al voor 1063 bestaan heeft als hof.
Teunis Klapwijk
Na de pauze neemt Teunis Klapwijk de praatstok over. De achternaam Klapwijk lijkt een link met het Pijnackerse te suggereren, omdat we een wijk hebben die Klapwijk heet. Teunis is in Berkel geboren en die genealogie kan hem eigenlijk niet zoveel schelen, hij was van jongs af aan geïnteresseerd in andere geschiedenis. Echter geeft hij zich pas na zijn pensioen aan deze passie over. Na hoogleraar natuurkunde aan de TU Delft te zijn geweest, ging hij geschiedenis studeren aan de Universiteit van Utrecht. Voor zijn masterscriptie onderzocht Teunis waarom wegen lopen zoals ze lopen of anders gezegd: hoe ging men vroeger te werk als ze een weg of stuk land gingen aanleggen.
Bakens
Teunis gebruikt de oude uit 1712 stammende kaart van Kruikius, gemaakt voor het Hoogheemraadschap Delft, om zijn theorie toe te lichten. In 1712 bestonden bepaalde wegen al enige eeuwen. De uitdaging was te reconstrueren hoe het aanleggen van een weg in zijn werk gegaan is. In de middeleeuwen had men natuurlijk niet de apparatuur tot de beschikking die men nu heeft zoals GPS, lasers en dergelijke. Dus hoe ga je dan een lange weg aanleggen en niet de kans lopen dat deze niet recht loopt? Het antwoord is: gebruik een baken. Een baken is in deze context een bouwsel dat ergens in het landschap vanaf een grote afstand goed te zien is. Als je steeds datzelfde punt aanhoudt bij de bouw van de weg dan zal deze recht zijn. Een voorbeeld daarvan is de Ruyven polder, nu het bedrijvenpark in Delfgauw en Ruiven in Delft. De Ruyven polder was een langwerpig stuk polder dat doorliep tot aan het Oostmeer in Berkel. Als je vanuit de wegen die in de lengterichting het gebied afbakenden een lijn doortrekt, dan komen deze samen op een punt op de kaart bij het St. Maertensrecht. Dit was bezit van de St. Maerten’s kerk in Utrecht. Op de plek van het St. Maertensrecht ligt nu Schipluiden. Teunis heeft ook een weg gevonden waar de Oude Kerk van Delft gebruikt is als baken. Deze staat vlakbij de Nieuwe Kerk van Delft, maar die heeft niet kunnen dienen als baken, want die was nog niet gebouwd ten tijde van de aanleg van de betreffende weg,
Land opdelen met wiskunde
De Romeinen hadden in hun tijd al manieren gevonden om gebieden te ontginnen. Een grote lap grond werd opgedeeld in kleinere, steeds even grote stukken. Zij gebruikten daar wiskunde voor om te controleren of een stuk goed uitgemeten was. De standaard eenheid was de ‘actus’, 120 bij 120 voet. Om te controleren of dat inderdaad zo was, mat men de diagonaal en die moest dan 170 voet lang zijn. Deze techniek werd tijdens de ontginningen ook nog gebruikt om stukken weiland uit te zetten. De kennis van het landmeten liep via de abdijen. In de loop van de tijd was dat wel iets verder ontwikkeld door een apparaat dat zijn wortels had in de Arabische wereld: de astrolabe. Door gebruik te maken van de stand van de zon of een heldere ster kon een positie bepaald worden. Het apparaat werd door de Moren in Spanje gebracht en zo verspreidde het zich verder over Europa.
Twee uur was eigenlijk te kort om alles te vertellen over de grafelijke hoven en ontginningen. Het enthousiasme spatte er bij de sprekers vanaf. Het publiek was geïnteresseerd en er werden veel vragen gesteld.
De volgende HGOP-lezing is op donderdagavond 27 maart. Dit keer gaan we minder ver terug in de geschiedenis. Het gaat wel over een beladen onderwerp ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De lezing heet: Zwijgende vaders, het onbekende verhaal van de dwangarbeid. Tim Overdiek deed onderzoek naar de gedwongen tewerkgestelden, waar zijn eigen vader er een van was. Hij schreef hier een boek over dat vorig jaar uitkwam.
Locatie: De Acker, Park Berkenoord 2, Pijnacker. Aanvang: 20.00 uur, inloop vanaf 19.30 uur. Meer informatie is te vinden op hgop-pijnacker.nl



















