
Naaldijs en lentedag
ActueelHalf februari vroor het. Ondanks blauwe lucht en zonneschijn vond ik het niet aangenaam buiten vanwege de ijzig koude wind. In de tuin was de aarde op sommige plekken omhoog gekomen en gebarsten. Onder een dun laagje grond zat een brokkelige laag, rechtopstaande, naaldvormige ijskristallen van ongeveer vijf centimeter dik.
Zulke ijskristallen had ik niet eerder gezien. Dochter Inge vond op internet dat het verschijnsel ‘naaldijs’ heet. Op Wikipedia valt te lezen dat naaldijs bestaat uit bevroren grondwater: “Het is een natuurfenomeen dat zich voordoet wanneer de temperatuur van de bodem net boven 0 °C en de temperatuur van de lucht net onder 0 °C ligt. Door capillaire werking wordt grondwater naar het oppervlak gebracht, alwaar het door de koude lucht bevriest tot naaldvormige ijskristallen.”
Lang konden we niet van het naaldijs genieten, want op 21 februari liep de temperatuur op tot 15 °C. Er woei een zachte zuidenwind en het leek wel of de lente plotseling was losgebarsten. Op diverse plekken zongen vinken en heggenmussen. De boerenkrokussen in de voortuin openden hun stralende lila bloemen en de witte rokjes van de sneeuwklokjes stonden zijwaarts gespreid alsof ze een pirouette maakten. Onze beide uitgevlogen dochters waren op bezoek en met het voltallige gezin maakten we een wandeling door de Groenzoom.
In een weiland vol ondiepe plassen stonden honderden vogels dicht bijeen. Een grote groep kieviten, die al maanden in het gebied verblijft, gedroeg zich onrustig. Ze vlogen telkens met z’n allen op, hingen een poosje zwijgend in een breed front in de lucht, om even later weer te landen. Op de grond spraken ze levendig met elkaar. De communicatie klonk anders dan het vertrouwde ‘kieuwiet’, dat ze ten gehore brengen tijdens hun luchtshows in het broedseizoen. Wij vonden het gezellig klinken. Waarschijnlijk verheugden de kieviten zich ook op het naderende voorjaar. Tussen de kieviten bevonden zich een stuk of twintig grutto’s. Zeker de helft van hen had al aardig wat oranje in het verenkleed: een teken dat het broedseizoen in aantocht is. Er waren nog meer soorten steltlopers te zien: ongeveer veertig scholeksters en drie eenlingen: een kluut, een tureluur en een wulp. Daarnaast nog diverse soorten eenden en ganzen. Twee nonnetjes, die al geruime tijd in de Groenzoom verblijven, doken voortdurend op en onder. Een knobbelzwaan verjoeg een paartje soortgenoten, die zich in zijn territorium waagden en we zagen futen baltsen. De winter is nog niet voorbij, maar het einde is in zicht.
Caroline
















