
Gespierde bomen
ActueelTijdens een wandeling in het Heempark in Delft werd mijn aandacht getrokken door drie bomen met een opmerkelijke groeivorm. Op een bordje bij de voet van één van deze bomen las ik: Carpinus betulus ‘fastigiata’.
Uit de eerste twee wetenschappelijke namen blijkt dat deze bomen haagbeuken zijn. De toevoeging ‘fastigiata’ betekent dat het een cultivar betreft die is geselecteerd op de groeivorm: vanaf één punt, laag op de stam, stralen veel takken uit. Als deze bomen jong zijn, dan hebben ze de vorm van een schoppen aas uit een kaartspel. Naarmate ze ouder worden neemt de kroon meer de vorm aan van een brede ballon. De natuurlijke groeivorm van haagbeuken ziet er anders uit. Die hebben een stam met verspreid staande takken. Lang geleden raakte ik onder de indruk van haagbeuken in het Hasbruch, een stukje oerbos in het noordwesten van Duitsland. Daar groeien veel goed ontwikkelde, volwassen haagbeuken. Vooral de stam van deze boomsoort vind ik bijzonder: onder de tamelijk gladde schors bevinden zich vloeiende welvingen, die mij doen denken aan spieren onder de huid. Zulke bomen had ik in Nederland niet eerder bewust gezien. Inmiddels heb ik meerdere volgroeide wilde haagbeuken gezien in eigen land, maar ze zijn niet talrijk. In de omgeving Pijnacker zou ik op dit moment geen fraaie individuen weten te vinden.
Een aantal jaar geleden stond er een rijtje haagbeuken van aardig formaat aan de Groen van Prinstererlaan, maar die zijn voor de aanleg van Kindcentrum Schatkaart verwijderd. Dit rijtje was waarschijnlijk ooit eens aangeplant als heg. Op zeker moment is het snoeien van de heg gestaakt en zijn de bomen naar beste kunnen uitgegroeid tot een dicht opeenstaand bosje. In onze straat groeide ook ooit een haagbeuken-heg, maar die is vervangen door een schutting. De naam haagbeuk heeft iets verwarrends. Er bestaat namelijk ook zoiets als een beukenhaag: dat is een heg van beuken. Maar je kunt dus ook een heg maken van haagbeuken. De vorm van een haagbeukenblad lijkt op die van de beuk. Dat is waarschijnlijk de achtergrond van de naamgeving van de haagbeuk. Deze twee boomsoorten zijn echter niet aan elkaar verwant. De haagbeuk behoort tot de berkenfamilie, terwijl de beuk bij de napjesdragers-familie behoort. De bladeren van beuk en haagbeuk zijn makkelijk van elkaar te onderscheiden, want beuken hebben een gladde bladrand en die van de haagbeuk zijn gezaagd. De vruchten van haagbeuken zijn geen beukennootjes. Ze hebben kleine zaden met een groot lichtgroen schutblad, die in een trosje bij elkaar hangen aan de toppen van twijgen.
















