
Bijenwolven tussen de tegels
Actueel 3.882 keer gelezenEind juni maakte ik een avondwandeling in Klapwijk toen mijn aandacht werd getrokken door een kolonie van een stuk of tien graafwespen. Ze groeven holletjes tussen de stoeptegels.
De graafwespen waren ongeveer even groot als de wespen die op limonade afkomen. Oppervlakkig gezien leken ze daar ook op, maar hun gedrag was anders. Ze maakten flinke hoopjes zand op de tegels, net als mieren dat doen. Vrouwelijke graafwespen maken voor hun nageslacht ondergrondse holletjes. Daar stoppen ze verlamde prooien in, meestal insecten. Daar leggen ze hun eitje bij. De prooien dienen als voedsel voor de larve. De mannetjes zijn kleiner en graven niet. In Nederland komen circa 160 soorten graafwespen voor. De determinatie-app Obsidentify zei met 100% zekerheid dat het de bijenwolf betrof. Ik wist niet dat die hier voorkwamen. Bovendien had ik verwacht dat ze groter zouden zijn, want hun prooien bestaan uit honingbijen en die zijn bijna net zo groot. Als ik aanvullende informatie opzoek, dan blijkt dat bijenwolven in vrijwel het hele land voorkomen en het formaat en uiterlijk klopt.
In het boek ‘Het dier in zijn wereld, deel 1’ van Niko Tinbergen las ik eens over het onderzoek dat hij heeft gedaan naar het oriëntatie-vermogen van bijenwolven. Hij voerde experimenten uit met bijenwolven in hun natuurlijke omgeving, om te achterhalen hoe ze hun holletjes terugvinden. Hij verplaatste dennenappels en andere voorwerpen om hun gedrag te bestuderen. De uitkomst van het onderzoek weet ik niet meer, maar de beschrijving van het veldwerk vond ik inspirerend.
Bijenwolven vliegen vooral bij droog en warm weer. Ik vroeg me af waar ze honingbijen vingen. Enkele dagen later ontmoette ik toevallig een imker die in Klapwijk woont. Hij vertelde dat het goed gaat met zijn bijenvolken. Zijn kasten staan op circa 300 meter afstand van de kolonie bijenwolven. Nabij de kolonie bevindt zich in het openbaar groen een weelderige struiklaag van koraalbes (Symphoricarpos), met talloze kleine bloemetjes die zeer aantrekkelijk zijn voor honingbijen. Dat is vermoedelijk het jachtterrein van de bijenwolven. Eén vrouwtje stopt maximaal tien honingbijen in haar holletje. Een kleine kolonie bijenwolven vormt geen bedreiging voor een gezond bijenvolk.
Als ik later langs de nestjes van de bijenwolven loop, zie ik dat er vloeistof in de holletjes is gegoten. Wellicht kokend water, omdat men een mierenplaag vreest of een wespenplaag. Ik heb enkele omwonenden geïnformeerd dat bestrijding niet wenselijk is. Graafwespen vallen nooit mensen lastig.
















