
De Viersprong
ActueelEnkele maanden geleden was ik met mijn man in de Kwade Hoek bij Ouddorp. Het was zonnig, maar de voorgaande dagen had het geregend, waardoor het zand in dit kustgebied nog vochtig genoeg was om diersporen vast te leggen.
We zagen in het zand een spoor van een paar meter lang. De pootjesafdrukjes waren allemaal vergelijkbaar van formaat: ongeveer twee centimeter lang en breed. Ze stonden vaak twee aan twee vlak naast elkaar, maar soms waren ze meer verspreid. We dachten aan het spoor van een hermelijn. In de ‘Veldgids diersporen Europa’ van Annemarie van Diepenbeek vond ik een afbeelding die ons vermoeden leek te bevestigen. Omdat ik twijfelde over de interpretatie van het spoor stuurde ik bijgaande foto naar Annemarie met de vraag wat zij ervan dacht. De reactie van Annemarie: “Mooie foto, maar het is toch niet wat je dacht. Als je de teentjes telt van de voorpootjes zie je dat het er vier zijn in plaats van vijf. Dat duidt op een knaagdier. In Nederland komen drie soorten knaagdieren voor die zich gewoonlijk in viersprongen voortbewegen: de eekhoorn (achtervoeten wijzen altijd ietsje naar buiten, achtervoeten komen meestal achter de voorvoeten terecht), en de twee bosmuizen: de grote en de gewone. Uiteraard vervalt hier het eekhoornspoor, dat is zovele malen groter dan het muizenspoor.”
Annemarie: “In Ouddorp komt de grote bosmuis niet voor, dus moet het daar de gewone bosmuis zijn. Deze soort maakt op geschikte ondergrond inderdaad prachtige loopsporen, die bijna altijd uit viersprongetjes bestaan, en hoe sneller het dier vooruit wil, hoe mee de achtervoeten de voorvoeten passeren. Dit laatste is gebeurd bij het loopspoor dat je gefotografeerd heb, je krijgt dan een soort mini-hazensprong. Vergelijk het prentpatroon maar eens met de foto’s en informatie in Veldgids Diersporen Europa. Je komt op circa twee cm breed. Dat is nogal breed voor bosmuis, maar door het zeer losse zand lijken de prenten groter dan de voetjes waren. Los zand en smeltende sneeuw maken prenten groter dan ze waren. Hermelijn heeft aan elke voet vijf tenen, waarvan de eerste teen (binnenste) overigens vaak slecht of soms niet afdrukt. Niettemin kun je ze van muizen onderscheiden door de minder vingerachtige tenen en ovale voetkussentjes, in combinatie met de vorm van het middenvoetskussen.” Ik ben aangenaam verrast door de diepgaande en overtuigende analyse van Annemarie. Het interpreteren van diersporen is een kunst op zich. Bosmuizen komen voor in de omgeving van Pijnacker, dus zulke viersprongen kun je ook hier aantreffen!
Caroline
















