Van Leeuwenhoek ontdekte dat de zaadcel van een walvis niet veel groter is dan die van een vlo.
Van Leeuwenhoek ontdekte dat de zaadcel van een walvis niet veel groter is dan die van een vlo. JopsRobroeks

De ontdekkingstocht van Antoni van Leeuwenhoek

Actueel 2.056 keer gelezen

Zo’n 100 belangstellenden kwamen op 6 maart af op de lezing over Antoni van Leeuwenhoek, die het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP) organiseerde in De Acker. 

Als spreker was Dirk van Delft gestrikt, die wel een heel toepasselijke naam had, want Van Leeuwenhoek kwam immers uit Delft. Helaas, Dirk van Delft komt uit Leiden waar hij jarenlang directeur was van Rijksmuseum Boerhaave. Hij is (mede)auteur van enkele vuistdikke biografieën van Nederlandse Nobelprijswinnaars voor natuurkunde: Heike Kamerlingh Onnes, Hendrik Lorentz en Martinus Veltman.

Anno 2023 lijkt Van Leeuwenhoek wat te zijn ondergesneeuwd onder zijn beroemde stadgenoot Johannes Vermeer. Maar schijn bedriegt. In 2004 verkoos Nederland Van Leeuwenhoek als vierde Grootste Nederlander aller tijden. En in 2018 in een tv-programma over hèt pronkstuk van Nederland werd de Van Leeuwenhoekmicroscoop tweede, ná het Plakkaat van Verlatinghe, maar vóór de Nachtwacht. Dirk van Delft schreef recent over de ontdekker van het ‘onzichtbare leven’ ook een biografie en dat was het onderwerp van de interessante lezing.
Wie was Van Leeuwenhoek? Delft was in de zeventiende eeuw een bloeiende stad met zo’n 20 tot 25.000 inwoners. Willem van Oranje had Delft als zijn verblijfplaats gekozen, de VOC had er een afdeling, en belangrijke handelsproducten waren laken, bier en natuurlijk Delftsblauw.

Daar werd Van Leeuwenhoek geboren op 24 oktober 1632, een paar dagen eerder dan die andere beroemde Delftenaar Johannes Vermeer. Waarschijnlijk kenden de twee elkaar niet. Vermeer stierf in 1675 in armoede, waarna Van Leeuwenhoek wel optrad als executeur bij de Vermeers failliete boedel. Daarbij bleek dat Antoni niet op heel goede voet stond met de familie van Johannes.

Antoni was de zoon van een mandenmaker, hij trok naar Amsterdam en werd daar opgeleid tot lakenhandelaar. Terug in Delft begon hij een winkel in stoffen en manufacturen. Vanaf 1660 had hij verschillende functies op het Delftse stadhuis. Antoni kende veel persoonlijk leed, hij werd twee keer weduwnaar. Met zijn eerste vrouw trouwde hij overigens in Pijnacker.Pas rond zijn veertigste ging de microscoop een rol spelen in Van Leeuwenhoeks leven. In 1660 was de Royal Society of London opgericht. Die hield zich bezig met waarnemingen en experimenten om door empirisch onderzoek verbanden en wetmatigheden te zoeken in de natuur. Robert Hooke was een van de leden en diens boek ‘Micrographia’ werd enorm succesvol en Van Leeuwenhoek kreeg hier weet van.

200 brieven
Antoni werd in 1673 door Reinier de Graaf geïntroduceerd bij de Royal Society en in 1680 werd hij daar fellow. In totaal zou hij zo’n 200 brieven aan de Royal Society sturen over allerlei bijzondere waarnemingen die hij met zijn microscopen deed. Het Engels beheerste hij echter niet en hij schreef zoals hij sprak: erg onbeholpen en onsamenhangend: ‘de geest sleept hem vaak sneller mede dan zijn pen kan volgen’.

Voor de toehoorders was het een tegenvaller dat Van Leeuwenhoek niet de uitvinder is van de microscoop. Niet zeker is wie dat wel is geweest. Drebbel, Swammerdam en Hudde worden genoemd. Maar Van Leeuwenhoeks microscopen waren wel heel sterk en konden tot 266 keer vergroten. Hoe werkt nu zo’n microscoopje? Van Delft legde het geduldig uit. Het objectief, het klein bolvormige lensje, zat ingeklemd tussen twee metalen plaatjes. Een preparaat werd op een schroefpen gestoken en door de schroef te draaien kon je de microscoop scherp stellen.
In 1747 werden zo’n 500 van Leeuwenhoekmicroscopen geveild. Daarvan resteren er tegenwoordig nog slechts elf. Een exemplaar bleek bewaard te zijn tussen de spulletjes in een poppenhuis, waar het bij toeval werd ontdekt. Op een veiling bracht deze originele Van Leeuwenhoekmicroscoop een slordige half miljoen euro op. Soms komen ze ook – letterlijk – nog boven water, want er is er ooit een uit de Delfts grachten gebaggerd. Dit ontlokte Van Delft de oproep om dan maar alle grachten te gaan leegpompen.

Waarnemingen
Gedurende zo’n vijftig jaar deed Van Leeuwenhoek talloze waarnemingen. In 1674 deed hij onderzoek naar eencelligen in de Berkelse meren. Dat is waar nu ongeveer de Groenzoom is bij het Tolhek. In 1676 ontdekte hij ‘kleijne diertgens’, die nog kleiner waren dan een grof zandkorreltje.

Een totaal onbekende wereld werd zodoende ontdekt en daarmee was de microbiologie een feit. Hierna ontdekte van Leeuwenhoek onder meer rode bloedcellen, bacteriën en spermacellen. Hij onderzocht spierweefsel, de bloedsomloop en het facetoog van een libelle.

Van zijn ontdekkingen liet hij dan tekeningen maken. In zijn grenzeloze nieuwsgierigheid onderzocht hij met zijn lensjes allerlei houtsoorten, maar ook tenenkaas, oorsmeer en tandplaque, dat hij afnam bij zichzelf en anderen. Over de bevruchting ontdekte Antoni tot zijn teleurstelling dat de zaadcellen van een walvis nauwelijks groter zijn dan die van een vlo.

William Harvey was een tegenstander van Van Leeuwenhoek. Deze hing de theorie aan dat de bevruchting uit het ei ontstaat. Antoni was van mening dat het zaad bepalend was bij de voortplanting, want het leven kenmerkt zich door beweging.

Constantijn Huygens gaf hoog op van de niet-academicus Van Leeuwenhoek en diens onovertroffen microscopen. Diens zoon Christiaan Huygens was eerst sceptisch, maar later ook een aanhanger. Hij zorgde voor de Franse vertaling van Antoni’s brieven. Talloze vorsten en hoogwaardigheidsbekleders, waaronder tsaar Peter de Grote, bezochten Delft om kennis te maken met Van Leeuwenhoek.

Zijn geheim gaf hij echter nooit prijs. Dat leidde soms tot botsingen, want hij gaf geen openheid van zaken. Van Leeuwenhoek werd ook steeds zelfzuchtiger. Van een bescheiden, ongestudeerde, naïeve onderzoeker groeide hij uit tot een onafhankelijke autoriteit die zijn eigen waarnemingen als de enige waarheid achtte. Gelukkig waren er ook geleerden op zijn hand, zoals Gottfried Leibnitz. Deze gaf echter wel aan dat het essentieel is om de waarnemingen te verbinden met de theorie.

Antoni stierf in 1723 op 90-jarige leeftijd en werd begraven in de Oude Kerk van Delft. Talloze straten in Nederland dragen zijn naam en ook het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam is naar hem vernoemd. In 1981 werden in de Royal Society originele Van Leeuwenhoekpreparaten ontdekt. Daardoor werd het mogelijk om zichtbaar te maken wat Van Leeuwenhoek zelf moet hebben gezien. Na afloop van de lezing signeerde Dirk van Delft diverse exemplaren van zijn Van Leeuwenhoekbiografie voor hen die zich nog verder willen verdiepen in het leven van deze markante Delftenaar. De volgende lezing is op 17 april a.s. en gaat over de inname van Brielle in 1572. Zie hgop-pijnacker.nl.

Door Ron Brand

Paul van Winden bedankt Dirk van Delft voor de boeiende lezing. (foto's Jops Robroeks)
De spreker signeert zijn boek.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant