
Spinnenliefde
ActueelIn januari bezocht ik de tentoonstelling ‘Clara en Onderkruipsels’ in het Rijksmuseum in Amsterdam. Die onderkruipsels zijn in dit geval kleine diertjes, zoals: insecten en spinnen. Echt iets voor mij…
In de onderkruipsel-tentoonstelling waren veel kunstwerken bijeen gebracht uit de zeventiende eeuw. Destijds zag men in kleine diertjes de hand van God. Ze werden met liefde en detail afgebeeld, onder andere in bloemstillevens. Het verheugde me om de drie delen van ‘Metamorphosis Naturalis’ te zien van Johannes Goedaert, waarin hij zijn jarenlange studie naar de gedaanteverwisseling van insecten heeft vastgelegd in tekst en tekeningen. Enkele jaren geleden heb ik mij verdiept in zijn werk, toen ik samen met Johan Haringsma werkte aan het boek ‘Wonderlijcke Veranderinghen’: een ode aan Goedaert.
In de expositie waren ook enkele hedendaagse kunstwerken opgenomen. Het meest tot mijn verbeelding sprak een reusachtig spinnenweb, gemaakt door spinnen in het atelier van de Argentijnse kunstenaar Tomás Saraceno. Volgens de beschrijving werkten de volgende spinnen mee aan de creatie: Nephila sp., Cyrtophora citricola, Larinioides sclopetarius en Uloborus plumipes. De twee eerstgenoemde spinnen leven niet in Nederland, ze prefereren warmere landen. Hun Engelse namen zijn respectievelijk golden silk orb-weaver en tropical tent-spider. Beide soorten produceren grote webben die herkenbaar zijn in het kunstwerk. De twee laatstgenoemde spinnensoorten komen in Nederland voor, ook in de omgeving van Pijnacker.
Hun Nederlandse namen luiden: brugspin en kaskaardespin. Brugspinnen maken hun wielwebben vaak dichtbij elkaar op plekken waar veel insecten rondvliegen, bijvoorbeeld: bij een lamp in een tunnel. Kaskaardespinnen leven in kassen. Ze maken enigszins rommelige, schuine wielwebben en kunnen zich ook vrij dicht bij elkaar vestigen. Dergelijke semi-sociale eigenschappen zijn noodzakelijk als je spinnen een gezamenlijk kunstwerk wilt laten weven. In het kunstwerk kan ik de bijdrage van de inheemse soorten echter niet terugvinden. Als ik aan spinnenkenner Peter Koomen vraag of hij het spinnenweb-kunstwerk heef gezien is zijn spontane reactie dat hij de bijdrage van brugspin en kaskaardespin niet kon terugvinden in het geen-kunst-kunstwerk. Peter heeft zijn liefde voor spinnen jaren geleden succesvol aan mij overgedragen. Op internet lees ik dat de interesse van Tomás Saraceno voor spinnen heeft geleid tot de oprichting van de gemeenschap ‘Arachnophilia’ (Spinnenliefde), waarin kunst en wetenschap samenkomen. Een mooi initiatief!
Caroline
















