De waterral is een geheimzinnige moerasbewoner. (foto: Peter Elfferich)
De waterral is een geheimzinnige moerasbewoner. (foto: Peter Elfferich)

Waterrallen op het ijs

Actueel

Half december begon het te vriezen. Binnen de kortste keren was het oppervlaktewater bedekt met ijs. Veel dieren hebben het moeilijk tijdens vorstperiodes. Sommige vogelsoorten, waaronder waterrallen, zijn onder zulke omstandigheden wel veel beter te zien dan normaal.

Waterrallen zijn verwant aan waterhoentjes. Ze lijken op elkaar wat betreft uiterlijk en gedrag, maar waterrallen zijn een stuk kleiner, zeldzamer en geheimzinniger. Een waterral is niet veel groter dan een spreeuw en weegt ongeveer driemaal zo weinig als een waterhoen (110 gram versus 340 gram). Waterrallen leven in weelderige oevervegetaties op modderige bodems van moerasachtige gebieden. Daar scharrelen deze alleseters hun kostje bij elkaar. Op hun menu staan: kikkers, kuikens, slakken, insecten, larven, visjes, garnalen en aas, maar ook scheuten en wortels van planten.

Vroeger zag ik nooit waterrallen in de omgeving van Pijnacker. Zo’n veertig jaar geleden ontdekte Peter, mijn echtgenoot, een waterral in een greppel in de Hertenkamp in Delft. Op die plek hebben we nadien nog jarenlang vaak gekeken, maar altijd zonder succes. Door de aanleg van natte natuur- en recreatiegebieden zijn waterrallen hier in de buurt in aantal toegenomen. Tegenwoordig horen we ze tijdens het broedseizoen regelmatig in de Groenzoom, de Scheg en soms in het Krekengebied. Dit is een sterke aanwijzing dat ze in de gemeente broeden. De landelijke broedpopulatie wordt geschat op minder dan 5000 broedparen. Op de website van SOVON staat: “Midden in de winter zijn waterrallen relatief schaars. Ze vallen weinig op, tenzij ze door vorst gedwongen worden om open water op te zoeken en dan soms tot in stadstuinen (voerplaatsen) doordringen, vooral in het westen van het land. Tussen augustus en oktober is de verspreiding het grootst en zijn de aantallen het hoogst. De eigen broedvogels, die overwegend wegtrekken naar Engeland en Frankrijk, worden dan aangevuld door trekkers uit Noord- en Oost-Europa. In de duinstreek, met name op de Waddeneilanden, kan het dan lokaal wemelen van de waterrallen.” 

Op 17 december 2022, er lag bijna overal ijs, pakte Peter de camera om waterrallen te fotograferen in de Groenzoom. Ik ging mee om die kleine rakkers eens mooi te bekijken. Het vroor een paar graden en het was helder en zonnig. We vonden een oever met riet waar een stuk of vijf waterrallen in zaten. We hoorden veelvuldig hun weinig charmante gekrijs en ze liepen om de haverklap over het ijs. In een half uur zag ik vaker een waterral dan in de afgelopen veertig jaar!

Caroline

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant