
De Olympische droom
Column 1.568 keer gelezen“Maar Jutti, doe het voor al die meisjes met dezelfde dromen als jij”, dat zegt Ruud Leerdam, tomatenteler met Westlandse tongval via een spraakbericht tegen zijn dochter die op het punt staat schaatsgeschiedenis te gaan schrijven in Milaan. Hij spreekt zijn dochter moed in via een commercial van telefoonprovider Odido, sponsor van team Jutta. En daar ga ik al, kippenvel, brok in mijn keel, opwellende tranen. Odido heeft met deze commercial bij mij precies de juiste snaar geraakt voor de aankomende Olympische Spelen in Milaan. Want wat heb ik hier weer naar uitgekeken. Twee weken lang mogen we weer genieten van sporters die alles opzij hebben gezet de afgelopen vier jaar, alles wat maar mogelijk is gedaan hebben, om op dat juiste moment in hun sport te kunnen pieken en wellicht misschien een medaille te winnen. En dat is wat ik zie als iemand wint, of trouwens verliest, de energie die er in gestoken is, de blijdschap, de euforie, of de bittere teleurstelling als het niet lukt. Een sporter is in die Olympische schijnwerpers zo ontzettend kwetsbaar en wij als kijker zien alles. We voelen alles, we leven mee, en we dromen mee.
En dat zorgt ervoor dat ik altijd een soort gieter ben tijdens de Spelen. Ik jank werkelijk om alles. Om de winst, om het net vierde worden, om de angst als iemand zich blesseert, om de klanken van de volksliederen als bij de sporter pas echt doordringt dat er een medaille om iemands nek hangt. Die blik in die ogen, alles komt dan voorbij, denk ik zo. De weg naar de medaille toe, maar dat geldt evenzo bij de mensen waar het niet lukt, die hebben dezelfde weg afgelegd, maar aan hen enkel de keuze om weer die energie te vinden om het over vier jaar weer te proberen. Of het besef dat vier jaar te ver is, en je carrière dus nu plotsklaps voorbij is.
Want laten we eerlijk zijn, als ik vroeger naar Yvonne van Gennip keek die goud won in Calgary, op mijn zwart-wit tv’tje, kon ik nog wel eens mijmeren of ik zelf iets soortgelijks zou kunnen presteren. Die illusie heb ik niet meer. Mijn kinderen zijn zelfs al te oud om nog sportief op Olympisch niveau uit te gaan blinken in iets. Maar Jutta schaatst voor mij, voor mijn dromen, met haar familie en geliefden dicht om haar heen om te helpen, en dat is goud waard.
















