
Ster in stam
AlgemeenDit najaar liet Truus van der Hulst mij foto’s zien die Jeannette van Giesen had gemaakt van drie doorgezaagde boomstammen met een ster in het midden. Die stammen met sterren maakten me nieuwsgierig…
Op zoek naar de oorsprong van de sterren benaderde ik drie bomenkenners. De eerste was oud-collega Jos Otte: voormalig docent bij Hogeschool Inholland. Honderden studenten heeft hij leren bomen determineren en boomveiligheid beoordelen. In september had Jos me twee boeken aanbevolen: ‘Wat bomen ons vertellen’ van Valerie Trouet en ‘Op zoek naar de moederboom’ van Suzanne Simard. Stond er in deze boeken iets over boomsterren? Jos had hier niets over gelezen en kende het verschijnsel niet, maar hij merkte op dat de ster er stroperig uitzag en donkerder dan het omringende hout. Dat doet vermoeden dat er gom of hars in de ster zit. Deze stoffen conserveren het hout, waardoor het veel moeilijker afbreekbaar wordt voor micro-organismen.
Interessant, maar het was me nog niet duidelijk hoe zo’n boomster ontstaat. Daarom heb ik bomenkenner Jaap Smit gevraagd of hij dit verschijnsel kende. Zijn reactie: “Volgens mij gaat het om hout van coniferen (naaldbomen). Sparren en dennen (en veel meer coniferen) maken takkransen waar takken op groeien. Sterven de takkransen af, dan worden in het hout door de boom barrièrezones gevormd, om de verspreiding van ziekteverwekkers tegen te gaan. Ik vermoed dat als je de stam 10 centimeter lager of hoger afzaagt, je geen ster hebt. Waar de takkrans zat weer wel.” De verklaring van Jaap vond ik meteen overtuigend. Ik snapte er echter nog geen hout van hoe de ster midden in de boom kan zitten, terwijl er aan de buitenkant van de stam geen takrestanten te bespeuren zijn.
Dus stuurde ik de foto’s naar Gerard de Hoog, die vanwege hovenierswerk en vrijwilligerswerk voor de Natuur- en Milieuvereniging Pijnacker veel ervaring heeft met het onderhouden en omzagen van bomen. Gerard: “Dat ziet er uit als de stam van een spar of den. Dit soort sterren ontstaan op de plaats waar een ring takken gezeten heeft. Deze zijn afgezaagd of afgestorven. De boom is verder in dikte gegroeid en heeft het bedekt. Als je precies op zo’n takkenring zaagt dan zie je dit.” De verklaringen van Jaap en Gerard zijn eensluidend. De opmerking over diktegroei was voor mij echter een verhelderende aanvulling. Door diktegroei van de stam is het litteken van de takkrans helemaal in de boom verdwenen. Daar zit een ster die pas zichtbaar wordt als de boom is geveld. Kerstbomen hebben takkransen, dus studiemateriaal is ruim voorhanden dezer dagen.
Caroline
















