'Meneer Kadar' is trotse huismeester van 't Hofland
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5227763&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=telstar-online.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=263,264" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Logo telstar-online.nl
Kadar Sayadi is huismeester in 't Hofland in Pijnacker: "Ik heb nog nooit zoveel plezier in mijn werk gehad, ik denk vooral door het contact met de bewoners.
Kadar Sayadi is huismeester in 't Hofland in Pijnacker: "Ik heb nog nooit zoveel plezier in mijn werk gehad, ik denk vooral door het contact met de bewoners.

'Meneer Kadar' is trotse huismeester van 't Hofland

  •   1105 keer gelezen   Actueel

Pijnacker - Kadar Sayadi is huismeester van 't Hofland, een voormalig verzorgingstehuis in Pijnacker waar sinds anderhalf jaar starters en statushouders wonen. Onder de bewoners van de flat staat hij bekend als 'meneer Kadar' met zijn favoriete uitspraak: 'Is goed!' We nemen plaats in de grote woonkamer waar vroeger bingo werd gespeeld. Nu is de ruimte gevuld met vele tafels en stoelen, een tafeltennistafel, biljarttafel, spelletjeskast en fijne banken met een tv. Als huismeester houdt Kadar de boel schoon, voert hij kleine reparaties uit en is hij het aanspreekpunt voor de bewoners.

Tijdens het gesprek worden we een aantal keer gestoord: iemand is zijn sleutels vergeten, een bloemetje wordt gebracht terwijl de bewoner niet thuis is en meerdere keren gaat zijn telefoon met een dringende vraag. Meestal zit Kadar in de woonkamer en houdt hij een praatje met de bewoners. Middenin ons gesprek vliegt de deur open: een klein meisje dat in de flat woont rent op hem af. Ze geeft hem een knuffel, haar vader stapt binnen om gedag te zeggen. Ze begroeten elkaar met 'salam aleikum', wat 'vrede zij met u' betekent. Kadar spreekt vloeiend Arabisch, wat goed uitkomt als huismeester in een flat waar naast Nederlands ook veel Engels, Arabisch, Koerdisch, Farsi en meer wordt gesproken.

Is Arabisch je moedertaal?
Ik ben geboren in Algerije, maar verhuisde toen ik zeven jaar was met mijn ouders, broer en twee zussen naar het platteland van Marokko. We hadden daar niet veel, we gingen ook niet naar school. Mijn vader ging werken in Nederland, wij bleven thuis bij opa en oma. Af en toe kwam hij terug, maar hij wilde ons vaker zien. Daarom heeft hij ons naar Nederland gehaald, ik was toen dertien. Ik schrok me rot! Wat een verschil met Marokko, hier waren mooie wegen, lantaarnpalen, fietsen, auto's. Dat heb je niet op het platteland. De mensen hebben het hier heel goed voor elkaar. In Marokko ging ik niet naar school, hier heb ik vier jaar op school gezeten. Op mijn achttiende begon ik met werken en drie jaar later trouwde ik. Bijna elk jaar bezoek ik nog mijn familie in Marokko, maar dan wil ik weer snel terug. Ik houd van Nederland.

Hoe ben je huismeester geworden?
Ik heb altijd schoongemaakt op scholen en in kantoorpanden. Vanaf 1991 maakte ik ook schoon op het gemeentehuis, later werd ik leidinggevende. Helaas ging het bedrijf failliet. Via Rinus Gerritsjans, vastgoedmanager bij de gemeente, kreeg ik de vraag of hij wat voor me kon betekenen. Toen de plannen voor 't Hofland bekend werden, zochten ze nog een huismeester en hij benaderde me. Ik heb met de gemeente een aantal gesprekken gehad hoe ik een goede huismeester kon zijn, wat ik voor de bewoners kan betekenen, hoe ik ze kan helpen. Je krijgt 64 huissleutels, je moet te vertrouwen zijn dat je niet zomaar binnenloopt. Als er nood is, bijvoorbeeld als iemand zijn sleutel is vergeten, kom ik er aan. Ook als dat 's avonds of in het weekend is.

Wat doe je als huismeester?
Als huismeester doe ik van alles, ik maak de gemeenschappelijke ruimtes schoon zoals de woonkamer, keuken en de gangen. De bewoners moeten zelf de afwas doen, in het weekend stapelt dat zich nog wel eens op. Maar niemand maakt hier expres rommel, ze letten er zelf op en spreken elkaar aan. Daarnaast zorg ik voor de reparaties van het gebouw. Rinus heeft me veel gesteund, als er wat moet worden gerepareerd in 't Hofland neem ik met hem contact op. Hij regelt dan een elektricien of een loodgieter. Als het iets kleins is, repareer ik het zelf of bel ik zelf iemand op. Af en toe heb ik een gesprek met de gemeente, willen ze weten hoe het gaat en of er iets beter kan. Ik heb nog nooit zoveel plezier in mijn werk gehad, ik denk dat dat komt door het contact met de bewoners. Ik praat regelmatig met ze en geef ondersteuning. Als je kan helpen moet je het ook doen, vind ik. Soms ga ik met een paar statushouders naar de bibliotheek, leg ik ze dingen uit in het Arabisch. Daarnaast heb ik contact met de buren die tegenover de flat wonen. Vooral in het begin klaagden ze nog wel eens. Soms komen de buren langs voor een kopje koffie, ze zijn meer dan welkom!

'Meneer Kadar' maakt de gemeenschappelijke ruimtes schoon.

Hoeveel koppen koffie zet je?
Geen idee, iedereen mag een kopje koffie of thee komen drinken. Ik zit ook hier om met de bewoners te praten, maar vooral om veel te luisteren. De statushouders die hier wonen zijn gevlucht voor de oorlog in hun land. Wat ze daar hebben meegemaakt, dat blijft in je hoofd spoken. Ze vertellen dat ze heel slecht slapen. Ze dromen over pistolen, kogels die in de rondte vliegen, schreeuwende mensen. Ik vertel dat je dat blijft zien en dat het lang, heel lang, duurt voordat je het niet meer ziet. Gelukkig is Nederland een vrij land, kan je doen en laten wat je wilt en hoef je niet in angst te leven. Daarbij vertel ik dat dit land goed zorgt voor iedereen. Toen ik hier in 1978 aankwam zijn we goed ontvangen en is alles voor ons geregeld. We hadden helemaal niks, alleen de kleren die we aanhadden. In dit land kan je heel ver komen, hoe ver je komt ligt aan jezelf. Niemand houdt je tegen. Sommige mensen beseffen niet hoe goed het leven in Nederland is.

Komt je vrouw ook uit Marokko?
Mijn vrouw Jamilla groeide op in Al Hoceïma, een stadje in Marokko. Ze is intelligenter dan ik, spreekt naast Arabisch en Nederlands ook Frans. Ik leerde haar kennen toen ik zestien was, ben nog nooit zo verliefd geweest als op haar. Ik ben blij dat we elkaar zelf hebben uitgekozen, vroeger regelden de ouders dat. Ik ontmoette Jamilla toen ze haar zus in Rotterdam bezocht. Ik kwam haar op straat tegen, we raakten aan de praat en we bleven maar praten. De eerste keer dat ik haar zag was ik gelijk verliefd. Wat een prachtige vrouw! Ik ben vrienden geworden met haar broer zodat ik haar zo veel mogelijk kon zien. Ik vroeg aan hem wanneer zij langs zou komen, dan was ik aan het wachten in dezelfde straat zodat ik haar toevallig tegen zou komen. Ze kende ook mijn familie, we hadden een goede naam en dat we vrouwen ook vrijheid geven. Haar zus moest van haar man vooral thuisblijven. Dat past niet bij Jamilla en mij. We hebben vijf jaar verkering gehad voor we gingen trouwen.

Jamilla is een schattig mens, nog net zo schattig als vroeger. Ik hoop dat ze zo blijft tot het einde. Ze geeft me zoveel energie en ze gaat goed om met het gezin en de kleinkinderen. Als ik aan haar denk word ik al blij. Ze heeft ervoor gezorgd dat onze kinderen niet op het verkeerde pad komen, dat vind ik heel knap van haar. Ze bidt en leest veel, ik kijk liever tv. Van haar moet ik dat met ondertiteling kijken zodat mijn Nederlands beter wordt. 's Avonds zet ze altijd thee met citroen en gember en dan praten we bij. Ik ben heel gelukkig in Nederland, het is goed zo. Dat we gezond en gelukkig zijn is veel belangrijker dan geld. Geld is ook maar papier.

Hoe is de relatie met je familie?
Mijn vier kinderen zijn erg gelukkig en werken allemaal. Mijn zoon Othman helpt mij soms met schoonmaken in 't Hofland. Hij begon met schoonmaken als bijbaantje, hij kon het zo goed dat hij op zijn achttiende een eigen bedrijf oprichtte: Clean Service Sayadi. Het is leuk om met hem te werken, hij doet ontzettend zijn best en levert hoge kwaliteit. Rijk word je misschien niet van dit werk, maar wel blij. Met mijn ouders en twee zussen heb ik heel goed contact. Met mijn broer heb ik geen contact meer. Hij heeft mij, en mijn hele familie, ontzettend veel pijn en verdriet gedaan. Gelukkig hebben mijn vrouw en kinderen mij goed ondersteund toen het bedrijf failliet ging. Ik werd ook ziek, kreeg epilepsie, had geen inkomen meer. Ik heb altijd hard gewerkt en kon me niet voorstellen dat dit waar zou zijn. Onze kinderen hebben ons goed ontvangen, daar hebben we veel geluk mee gehad.
Ik heb altijd gewaardeerd wat ik heb en alles met anderen gedeeld zodat niemand iets tekort komt. Het vreet me op hoeveel pijn iemand zijn eigen familie aan kan doen. Ik heb geprobeerd mijn leven zo goed mogelijk te leiden en heb daar eigenlijk nooit iets voor teruggevraagd of gekregen. Allah heeft mij beloond met mijn werk in 't Hofland. Ik ben ontzettend blij dat ik deze kans heb gekregen.

Wat wil je nog meer?
De bewoners mogen wel vaker een feestje geven, misschien als ze hier twee jaar wonen. Ik wil graag een feestje waar iedereen is uitgenodigd: de bewoners, buren, Rinus, de burgemeester. Ik regel dan de catering met heerlijk Arabisch eten. Zo kunnen we iets terugdoen en zorgen we ervoor dat we samen blijven en goed voor elkaar en de flat zorgen. We moeten zorgen dat het geen puinhoop wordt, zodat we iedereen een kans geven om hier te wonen. Dat is wat ik wil.


<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5227763&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=telstar-online.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=263,264" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=9767773&size=160x600&promo_sizes=120x600&cb=[CACHEBUSTER]&promo_alignment=center&referrer=telstar-online.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=263,264" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5227765&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=telstar-online.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=263,264" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>