Voorzitter Paul van Winden verwelkomt de 150 bezoekers en geeft aan dat hij hoopt dat er de volgende keer niet nóg meer bezoekers komen; dit is echt het maximum van de zaal. (Foto's Olaf Korpel)
Voorzitter Paul van Winden verwelkomt de 150 bezoekers en geeft aan dat hij hoopt dat er de volgende keer niet nóg meer bezoekers komen; dit is echt het maximum van de zaal. (Foto's Olaf Korpel)

De Verborgen Verhalen van de Atlantikwall bij het HGOP

Afgelopen week zat het ‘theater’ van het Historisch Genootschap Oud-Pijnacker (HGOP) in De Acker tot de laatste stoel vol voor een onderwerp dat ons nog altijd lijkt te fascineren: de Atlantikwall. De titel van de lezing: Schatgraven in de duinen!

Door Jan-Paul van der Velden

Nick Warmerdam is een van oorsprong uit de Bollenstreek afkomstige archeoloog en specialist in militair erfgoed, die als coördinator kennis bij Erfgoedhuis Zuid-Holland werkt en uitgebreid onderzoek doet naar de geschiedenis van de Atlantikwall en de naoorlogse mijnenopruiming.
Warmerdam toonde aan dat de indrukwekkende betonnen kolossen vooral dienden om de schijn van onoverwinnelijkheid op te houden en de geallieerden af te schrikken, terwijl de linie achter de schermen vaak knutselwerk op knutselwerk was.
Direct na de capitulatie van Nederland in mei 1940 was er bij de Duitsers nog geen enkele sprake van verdedigingsdrang. Ze verkeerden in een euforische overwinningsroes en dachten de oorlog snel te winnen. Een verdedigingslinie aanleggen zou immers betekenen dat je rekening hield met een lange strijd, en dat was precies het trauma van de Eerste Wereldoorlog dat ze wilden vermijden.
In plaats van bunkers te bouwen, gedroegen de soldaten zich als toeristen. Ze zwommen in de zee bij Wassenaar, maakten foto’s van het verwoeste Rotterdam en genoten van tochtjes in de Bollenstreek. Nederland werd gezien als een 'broedervolk' dat ze op een beleefde manier wilden bejegenen.

Binnenvaartschepen
Terwijl in 1940-1941 de soldaten genoten van het Nederlandse landschap, lag de focus van de legertop op de oversteek naar Engeland: Operatie Seelöwe. Er moesten enorme voorraden en troepen worden verzameld aan de kust. Omdat echte landingsboten nog nauwelijks bestonden, werden gewone binnenvaartschepen omgebouwd.
De Duitsers voorzagen ze van laadkleppen en vliegtuigmotoren om de oversteek te wagen. De soldaten brachten hun dagen door met het eindeloos oefenen van het in- en uitladen van materiaal op het strand. In hun dagboeken schreven ze hoopvol dat de oorlog binnen drie maanden voorbij zou zijn; niemand vermoedde toen dat ze er in 1944 nog steeds zouden zitten.
In de loop van 1941 begon men in te zien dat de kust toch enigszins bewaakt moest worden, al was er nog steeds geen sprake van een massale linie. De Duitsers maakten slim gebruik van wat er al was: de oude, kleine Nederlandse kazematten. Deze betonwerkjes waren oorspronkelijk door Nederland gebouwd om neutraal te blijven, maar de Duitsers vonden ze nuttig als observatieposten.
Het resultaat was een zeer dunne verdedigingsschil langs de kust. Wie in die tijd tussen Den Haag en Hoek van Holland fietste, zag vooral houten barakken, zandzakken en af en toe een wachttorentje. Van een diepe verdediging was nog totaal geen sprake.

Een nieuw front
De grote ommekeer kwam niet vanuit het westen, maar vanuit het oosten. De inval in Rusland in 1941 bleek een cruciale strategische fout. De Duitsers dachten Moskou snel te bereiken, maar raakten hopeloos vast in de modder en de ijzige winter.
Plotseling was er geen sprake meer van een snelle overwinning aan één front. Duitsland was nu omsingeld: de Russen in het oosten, de Britten en de Amerikanen die zich in de strijd mengden in het westen. Deze insluiting dwong de nazi's tot een besluit dat ze altijd hadden willen voorkomen: zichzelf ingraven en een permanente verdedigingslinie aanleggen.
In 1942 gaf Hitler het bevel om de 'Neue Westwall' te bouwen, die later de ronkende naam Atlantikwall kreeg. De naam was puur bedoeld voor de propaganda; het moest klinken als een ondoordringbare muur van Noorwegen tot Spanje.

Parelketting
In werkelijkheid was het echter geen aaneengesloten muur, maar een 'parelketting' van losse vestingen. De bouw was bovendien bittere noodzaak: door de enorme verliezen in Rusland moesten ervaren soldaten naar het oostfront. De linie in het westen moest zo sterk worden dat hij met zo min mogelijk en vaak minder fitte manschappen verdedigd kon worden.
Om de enorme bouwoperatie - de grootste van de twintigste eeuw - te stroomlijnen, werd er modulair gebouwd. Er bestond een soort 'IKEA-boek' voor bunkers: de Regelbau. Voor elk type bunker was er een standaardontwerp, zodat de aannemers precies wisten hoeveel beton en staal er nodig was.
Toch liep dit in de praktijk vaak in de soep. Er was chronisch tekort aan beton, waardoor plannen constant werden aangepast. Soms was een bunker net af als het geschut werd verplaatst, waardoor de kersverse muren direct weer gesloopt moesten worden om de nieuwe wapens passend te maken.
De Duitse propagandamachine draaide op volle toeren om de Atlantikwall als een onneembare vesting te presenteren. Foto's toonden rijen dikke kanonnen en onoverwinnelijke soldaten. In werkelijkheid was de situatie vaak schrijnend. Op veel plaatsen staken de lopen van de kanonnen wel uit de bunkers, maar was er nauwelijks munitie.
Soms hadden batterijen alleen lichtspoormunitie, wat leuk was voor de show, maar weinig uitrichtte tegen een echt schip. De mannen die de muren moesten bemannen waren vaak geen elite-eenheden, maar oudere soldaten of jonge onervaren jongens die blij waren dat ze niet naar het oostfront hoefden.
Toen generaal Rommel in 1944 op inspectie kwam, schrok hij van de staat van de verdediging. Hij vond het systeem verouderd en veel te statisch.

Paniekvoetbal
Onder zijn leiding brak een fase van paniekvoetbal aan. Overal verschenen 'Rommel-asperges': palen op het strand en in de polders met mijnen erop, om landingen van parachutisten en boten tegen te gaan. Zelfs met Pinksteren 1944 waren soldaten nog druk bezig met het plaatsen van hindernissen in de branding. De linie werd in deze laatste fase nog razendsnel uitgebreid met landfronten diep in het achterland, zelfs tot nabij Pijnacker.
De impact op de Nederlandse bevolking was gigantisch. Om een vrij schootsveld te krijgen en ruimte te maken voor tankgrachten, lieten de Duitsers duizenden huizen slopen. Hele dorpen zoals Monster verdwenen bijna volledig van de kaarten in Katwijk werd de hele boulevard weggevaagd.
Tienduizenden mensen moesten hun huis verlaten en werden geëvacueerd naar het oosten van het land. Wie mocht blijven, leefde in een 'Sperrgebiet' en had speciale pasjes nodig om zijn eigen straat in te komen. Het dagelijks leven was volledig ontwricht door een muur die vooral diende om een regime te beschermen dat al op instorten stond.
Na de bevrijding wilden we het liefst zo snel mogelijk van het Duitse beton af. Veel bunkers werden gesloopt of onder het zand geschoven. Maar de muur liet zich niet zomaar wegpoetsen. Duitse krijgsgevangenen werden, onder levensgevaarlijke omstandigheden, ingezet om de miljoenen mijnen te ruimen die nog in de duinen lagen.
Vandaag de dag zijn de overgebleven bunkers een bijzonder soort erfgoed geworden. Waar vroeger soldaten zaten te wachten, huizen nu zeldzame vleermuizen en groeien bijzondere mossen. De discussie blijft actueel: moeten we alles bewaren als herinnering aan die donkere tijd, of mogen we het beton laten overwoekeren door de natuur?
Met dit boeiende verhaal over ons kustverleden eindigde de avond. Waar de lezing van Nick Warmerdam ons meenam naar de verwoesting van de kust, kijkt de volgende bijeenkomst naar de opbouw. Ook hier speelt beton een hoofdrol, maar wordt met een ander doel ingezet. In deze lezing van het Historisch InformatiePunt (HIP) staat de ontwikkeling van de 'nieuwe' wijken van Pijnacker centraal. De lezing is op donderdagavond 28 mei 2026 in de Bibliotheek Pijnacker, Julianalaan 47 te Pijnacker. Inloop 19:30, aanvang 20:00 uur. Meer informatie is te vinden op hgop-pijnacker.nl.



Marry de Baat zoekt een hobbyist-horlogemaker 

Marry de Baat van GroenRijk De Wilskracht zoekt een hobbymatige horlogmaker die haar kan helpen met het plaatsen van nieuwe batterijen in horloges en het repareren van horloges repareren voor zo ver dat nog mogelijk is.

Alle horloges komen dan bij de sieraden in de winkel van GroenRijk De Wilskracht te liggen aan de Donau in het Forepark. De opbrengst van sieraden en horloges is volledig voor onderzoek naar kanker bij LUMC in Leiden. Wie o wie ziet het zitten om Marry te helpen?

Je kunt haar bellen, appen of mailen: 06 – 4822 8471. Het mailadres is: marrydebaat@hotmail.com

Specialist militair erfgoed Nick Warmerdam bleek een enthousiast verteller te zijn die een enorme kennis heeft van de Atlantikwall.
De spreker wordt bedankt met een fles Pijnackerse wijn.