Warme baby’tjes

Dit jaar blijf ik thuis tijdens de vakanties. Reden is de wc-renovatie die op handen is. Er wordt hier straks heel luxe gepiest en gepoept in Huize Bijl, en daar moet je wat voor over hebben. Om de pijn iets te verzachten heb ik de tuin gepimpt. Nieuwe kussenhoesjes, een vrolijk parasolletje, een hip tafelzeiltje en het is helemaal mijn happy place geworden.

Op een zonnige weekenddag lig ik alvast te genieten, met een fleece vest aan weliswaar, in de vrolijke hangmat en ben me aan het voorstellen wat ik allemaal ga doen deze zomer. Dagjes uit, veel wandelen met Moos, de was buiten drogen, dat soort dingen. Ik wieg met één voet de hangmat zachtjes heen en weer en kijk om me heen.

Ik zie dat de tuin nog wel een onderhoudsbeurtje kan gebruiken voor die tijd als het gaat om onkruid, uitgebloeide tulpen en weggewaaide bloesemblaadjes als mijn oog valt op wat vlokken hondenhaar. Ook de hond is klaar voor de zomer. Ik blijf borstelen en kammen om hem te verlossen van zijn bontvacht die bestand is tegen Siberische temperaturen. Ik laat die vlokken altijd liggen omdat ik me dan inbeeld dat er een vogeltje komt die het meeneemt naar zijn nestje om zijn pasgeboren vogelbaby’tjes in de warme wol te verpakken zodat ze het niet te koud hebben in de frisse lente. Maar ik heb dat eigenlijk nog nooit echt zien gebeuren.

Ik lig nog wat te schommelen en ineens hoor ik gefladder. Ik zie een pimpelmeesje nieuwsgierig landen op een tak van de blauwe regen die in volle bloei staat en hij kijkt me aandachtig aan. Zou ze een gevaar zijn of blijft ze liggen. Ik ben dol op pimpelmeesjes die sinds een aantal jaren vaste gast zijn in mijn tuin.

Ik houd mijn adem in en kijk toe, en wat denk je? Hij vliegt op zo’n vlok haar af die zelfs nog groter is dan zijn eigen lijfje, pikt het op en vliegt weer de blauwe regen in en gaat vlak voor mijn neus met zijn snaveltje al pikkend en duwend een compact pakketje maken van die wollige haren van Moos.

Na een kwartiertje peuteren is hij klaar en vliegt hij weg met zijn vierseizoenendekbed in zijn snaveltje. Ik slaak een diepe tevreden zucht. Ergens zijn er straks nu blote pimpelmeeskindjes die verwarmd gaan worden door de vacht van mijn lieve Moos. Er valt zoveel te beleven dicht bij huis.