
Hoera, een oorworm!
ActueelIn een bloem van het zegekruid in onze voortuin ontwaarde ik half augustus een langwerpig, donkergekleurd insect. Ik keek eens wat beter en zag tot mijn vreugde dat het een oorworm was! Die had ik al jaren niet meer gezien.
Toen ik Truus van der Hulst informeerde over mijn bijzondere vondst, reageerde ze: “Gisteren vond ik een dode oorwurm onder een steen en ik sneed er onlangs per ongeluk eentje doormidden bij het schillen van valappels. Daarvoor heb ik al heel lang geen oorwurm gezien.” Bijzonder dat we beide kort na elkaar, sinds lange tijd weer een oorworm zagen. In de vorige eeuw zag ik vaak oorwormen. We noemden ze oorwurmen, net als Truus. Ze zaten vroeger vaak onder bloempotten of in klokhuizen van onbespoten appels. Oorwormen kruipen graag in holletjes en spleetjes waarin ze een beetje klem zitten. Soms zat er eentje tussen het wasgoed dat ’s nachts buiten had gehangen. Hoe ze daar terechtkwamen begreep ik pas toen ik een foto zag van een oorworm met uitgevouwen vleugels. Onder de kleine dekschilden op hun voorlichaam zitten keurig opgevouwen ronde vleugels, waarmee ze ’s nachts luchtreizen kunnen ondernemen. Op Wikipedia las ik dat ze niet vaak vliegen. Sommige soorten hebben slecht ontwikkelde vleugels.
In Nederland komen van nature vijf soorten oorwormen voor. De oorworm in het zegekruid is door Roy Kleukers van EIS Kenniscentrum Insecten gedetermineerd als gewone oorworm. Eerlijk gezegd vond ik ze vroeger een beetje eng. Aan het achterlijf hebben ze twee tangachtige aanhangsels, waar ze een mens voelbaar mee kunnen knijpen, maar niet verwonden. De vrouwtjes zijn heel zorgzaam voor hun eieren en jonkies. Bij het Baken in Pijnacker vond ik tijdens een insectenexcursie eens een nestje jonge oorwormen. In een kleine boomgaard achter de Papaver in Delft zag ik zo’n 20 jaar geleden bloempotjes met stro ondersteboven in de bomen hangen.
Uit navraag bleek dat die potjes waren opgehangen om oorwormen te lokken voor de biologische bestrijding van bladluizen. Toen ik vroeg of dit goed werkte kreeg ik te horen dat de halsbandparkieten alle appels in vroeg stadium hadden opgegeten. Er was helemaal geen oogst geweest. Enkele jaren geleden vertelde een tuinbouwstudent van Hogeschool Inholland mij over zijn onderzoek naar de bestrijding van oorwormen, die schade aanrichten in de teelt van gerbera’s. Het gaat dan om de ringpootoorworm (Euborellia annulipes), die uit warme streken komt en in Nederland uitsluitend te vinden is in verwarmde kassen. Oorwormen eten niet alleen dierlijk maar ook plantaardig voedsel.