Logo telstar-online.nl

Column: Twitterspreekuur

  •   keer gelezen   Columns

Onregelmatig publiceert Zjanette een column op Telstar Online. Zjanette schrijft scherp en eerlijk. Ditmaal over Twitter.

Een redelijk aantal bekende en onbekende dorpsgenoten volgen en lezen elkaars berichten op Twitter. Regelmatig ziet u “tweets” verschijnen op Telstar Online want daar houden ze de actualiteit scherp in de gaten en ook wijkagenten en politie zijn goed bezig op twitter.

Twitter is een plek waar je makkelijk nieuwe mensen leert kennen. Waar oorlogen worden uitgevochten. Waar afspraken worden gemaakt. Waar wordt geroddeld en gegluurd.
Banen worden er gevonden en verloren. Zoekgeraakte huisdieren gezocht.
Uiteraard zijn niet alle dorpsgenoten vriendjes met elkaar op twitter. Je ziet ook mensen die echt groepjes vormen zoals je dat ook op schoolpleinen ziet. Ik twitter met jou maar niet met die ander want die hoort niet bij ons.
Het is net de echte wereld.

Sinds een poos is er op gezette tijden een twitterspreekuur door wethouders en de burgemeester. Niet allemaal tegelijk natuurlijk. Ieder heeft zijn eigen vragenuurtje.
Soms beantwoorden ze buiten zo’n spreekuur om weleens vragen die hen via Twitter gesteld worden maar niet altijd direct want de bestuurders hebben natuurlijk wel wat anders te doen dan de hele dag met de vingers boven een toetsenbord te hangen. Maar tijdens een twitterspreekuur krijg je per omgaande antwoord op je vraag. Althans, er komt een reactie. Een inhoudelijk antwoord kun je het niet altijd noemen maar dat is ook niet altijd mogelijk.

In het begin werden er nog redelijk wat vragen gesteld maar de laatste keren leek het erop dat er een stilte viel als een twitterspreekuur (in werkelijkheid een half uur) geopend werd.
Na de mededeling: “Mijn twitterspreekuur is geopend. U kunt nu uw vragen stellen” daalt dan een serene rust neer op het beeldscherm.
Beetje het gevoel van een gesprek dat ineens stokt. Niemand zegt meer iets en na een paar minuten ga je je ongemakkelijk voelen.
In gedachten zie ik dan een wethouder c.q. de burgemeester een beetje zenuwachtig heen en weer draaien op de bureaustoel en een aantal keren op F5 drukken.
Nieuw scherm. Nieuw scherm. Maar nee hoor. Geen vragen.
Bij meekijkende medetwitteraars beginnen ook wat ongemakkelijke gevoelens naar boven te kruipen en wanhopig probeert men hier en daar toch nog een vraag te bedenken.
“Heb jij nog een vraag voor de wethouder?”
Je hoort het geroepen worden over een afdeling of in een willekeurig huisgezin.
“Ikke niet.”
“Ja, je kunt potjandorie toch wel IETS verzinnen? Nou kan het!”
“Wat moet ik vragen dan? Ze kletsen toch maar wat in de ruimte!”
“Ja, weet ik wel maar bedenk maar iets. Doe maar over dat IJslandse geld ofzo.”
“Daar gaat deze niet over. Deze gaat over het grof vuil denk ik.”
“Net doen of je dat niet weet. Gewoon vragen.”

Afijn, na een kwartiertje rolt er dan toch nog een vraag over het scherm en met een beetje geluk is het antwoord weer goed voor weer een reactie terug en ben je zo vijf minuten verder.
Dat is op een periode van een half uur toch heel wat.
Met een bijna hoorbare zucht van verlichting kan het twitterspreekuur dan weer worden afgesloten. Hé hé, ook weer gehad. Op naar de volgende keer.

Nee, zonder dollen. Het is een goed initiatief. Men probeert op deze manier waarschijnlijk de afstand tussen burger en gemeentebestuur te verkleinen.
En iedere poging daartoe, van welke kant dan ook, is altijd toe te juichen.
Zelfs als je geen antwoord krijgt op vragen die niet gesteld worden.

Zjanette

Meer berichten