Logo telstar-online.nl

Geen rookverbod voor horeca éénmanszaken

  •   keer gelezen   Actueel

Pijnacker - De Romeinse godin van de overwinning luistert naar de naam Victoria. In Breda heet een café Victoria. Een café dat ook in hoger beroep is vrijgesproken van een geldboete en een voorwaardelijke sluiting.

Het Openbaar Ministerie had deze straffen geëist omdat de uitbater van café Victoria zich niet houdt aan het rookverbod wat sinds 1 juli van het vorige jaar in de volledige horeca geldt. Heeft deze Bredase overwinning consequenties voor de horeca in het algemeen en de Pijnackerse horeca in het bijzonder?

Het begon allemaal in 1993, toen TNT nog PTT Post heette. Nanny Nooijen was postsorteerder en postbode en op haar werkplek omsingeld door rokende collega’s. Nanny, ook uit Breda overigens, is een strijdvaardige anti-rookster en heeft alle reden voor haar felheid tegen roken; haar moeder stierf op 54-jarige leeftijd aan de gevolgen van haar rookgedrag en zelf heeft ze hyperreactieve luchtwegen. Nanny eiste een rookvrije werkplek en werd uiteindelijk in een kort geding in 2000 door de rechter in het gelijk gesteld. Het precedent was geschapen.

“Nieuwe niet-rokende klanten heb ik nog niet mogen begroeten!”

Tabakswet

Inmiddels is in de Tabakswet beschreven dat werkgevers maatregelen moeten nemen om overlast en hinder van tabaksrook voor personeel te voorkomen. Maar wat als er geen sprake is van personeel? In het uitvoeringsbesluit (een algemene maatregel van bestuur) van de Tabakswet staat beschreven hoe de wet moet worden uitgevoerd. In dat besluit staat ook dat het rookverbod ook geldt voor horecazaken zonder personeel. Het gerechtshof in Den Bosch oordeelde 13 mei van dit jaar dat het rookverbod voor eenmanszaken zoals dat in het uitvoeringsbesluit is beschreven, geen wettelijke grondslag kent. Namelijk, bedrijven zonder personeel worden in de Tabakswet niets verplicht.

Sigaar

Het heeft er dus alle schijn van dat minister Ab Klink (Volksgezondheid, CDA) zich heeft vergaloppeerd. En daarom werd afgelopen week in het Bredase café Victoria een feestje gevierd met een biertje van de uitbater en een sigaar of sigaret tussen de vingers. Te vroeg gejuicht? Volgens een meerderheid van de Tweede Kamer wel. VVD’er Halbe Zijlstra ziet weliswaar zijn standpunt in de discussie rond het rookverbod door het gerechtshof in Den Bosch onderschreven, maar is daarmee een roepende in de woestijn. Eén van de oplossingen voor de minister van Volksgezondheid is het aanpassen van de algemene maatregel van bestuur die is gebaseerd op de Tabakswet. Hiermee zou de hele procedure in de Eerste en de Tweede Kamer kunnen worden overgeslagen.

“Ik denk dat ze die wet in Den Haag heel snel zullen veranderen.”

VWA

Minister Klink zei echter pas aan de juridische discussie te willen deelnemen nadat het gerechtshof in Leeuwarden uitspraak heeft gedaan in de hoger beroepszaak tegen café de Kachel. In februari hoorden de twee broers café-eigenaren de rechter € 1.200,- boete uitspreken omdat de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) tot zes keer toe had geconstateerd dat er in het etablissement aan het Groningse Schoutendiep werd gerookt. Vreemd is wel dat café de Kachel inmiddels heeft aangegeven uitstel te willen voor de beroepszaak omdat het café dit zinloos vindt nu het Openbaar Ministerie deze week nog in cassatie gaat.

Parttime

Waar ook onduidelijkheid over bestaat is om welke rechtsvorm het nu eigenlijk gaat. De advocaten van de Stichting Red de kleine horecaondernemer, bijvoorbeeld, definiëren ‘kleine horeca’ als horecabedrijven waar de eigenaar het merendeel van de tijd zelf aanwezig is. Dat terwijl de Tabakswet juist als grondbeginsel het beschermen van personeel heeft. Het lijkt er op dat de stichting met haar definitie aangeeft dat die bescherming niet voor parttime personeel nodig is.

“Concurrentievervalsing? Die is er nu ook al!”

Pijnackerse horeca

Stel nu dat minister Klink bakzeil haalt en de kleine horeca vrij wordt gesteld van het rookverbod. Wat zijn dan de consequenties? Een deel van de Pijnackerse horecaondernemers aan het woord.

Ronald Waasdorp, eigenaar Snookercentrum: “Ik heb behoorlijk geïnvesteerd om een aparte rookruimte te maken. Ook heb ik de afgelopen maanden de omzet omlaag zien gaan. Mensen blijven toch weg nu ze niet meer aan de bar mogen roken. En nieuwe niet rokende klanten, die minister Klink zo optimistisch had aangekondigd, heb ik nog niet aan mijn toog mogen begroeten. Maar ik ga die gemaakte kosten en die misgelopen inkomsten niet terugvragen. Ik ben al lang blij als we straks weer gewoon een sigaretje aan de bar mogen opsteken.”

Koos Zoutendijk van partycentrum & restaurant Tout le Monde: “Ik denk dat ze die wet in Den Haag heel snel zullen veranderen. Ik heb overigens personeel in dienst dus mij gaat het toch niet aan. Wat ik me wel afvraag is of die ontheffing op het rookverbod ook geldt als ik als eigenaar alleen achter de bar sta. Als er dus geen personeel aanwezig is dat ik tegen de overlast van tabaksrook moet beschermen.

Maar, eerst zien, dan geloven. En ik ben er niet zo bang voor dat klanten weglopen als er straks bij collega’s wel mag worden gerookt.”

Ellen Greeve, uitbaatster van Abbey Road: “Ik ben klanten kwijt geraakt toen wij ons aan het rookverbod gingen houden. Daar zijn zeker geen niet-rokende klanten voor terug gekomen. En die niet rokende klant die vóór het verbod al kwam, vindt het tegenwoordig ook helemaal niet meer gezellig aan de bar. Die is dus ook helemaal niet blij met het rookverbod. En concurrentievervalsing? Die is er nu al! Grotere horecabedrijven hebben veel meer ruimte en mogelijkheden om aantrekkelijke rookruimtes te creëren. Joh, we zijn het eigenlijk allemaal met elkaar eens; het rookverbod is betuttelend. Mensen zouden gewoon moeten kunnen kiezen tussen rokers- en niet-rokerscafé’s. Dat geldt ook voor personeel. Wil je in de horeca werken maar ben je tegen roken, dan kies je een niet-rokerscafé als werkgever.”

Meer berichten