Frans Verheij vertelt over zijn belevenissen in Nieuw-Guinea.
Frans Verheij vertelt over zijn belevenissen in Nieuw-Guinea.

Veteranen boeien scholieren Stanislascollege Pijnacker

Actueel 913 keer gelezen

Vrijdag 25 november was bij het Stanislascollege in Pijnacker het zogenoemde Anjerconcert. Dit was op verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp georganiseerd door het Nederlands Veteranen Instituut dat is opgericht om veteranen de erkenning te geven die ze verdienen en ook om die veteranen te laten vertellen over hun ervaringen en belevenissen.

Een veteraan is iemand die na de Tweede Wereldoorlog waar dan ook als militair heeft deelgenomen aan een missie cq uitzending. Je denkt aan een ouder iemand maar dat hoeft dus niet. Nederland telt al met al 110.000 veteranen waarvan er 350 regelmatig vertellen over hun ervaringen.

Diverse veteranen kwamen vrijdag dus een gastles verzorgen en vertelden daarbij over hun werk en hun ervaringen bij missies in landen als Libanon, Afghanistan, Bosnië of Nieuw-Guinea. De 81-jarige Rotterdammer Frans Verheij hield in een 3-mavo klas een boeiend verhaal over zijn uitzending naar het eiland Nieuw-Guinea in het Verre Azië, in 1962.

Indonesië
Indonesië was in 1949 onafhankelijk geworden van Nederland maar met uitzondering van het enorme eiland Nieuw-Guinea dat half Australisch en half Nederlands was. Indonesië wilde Nieuw-Guinea inlijven maar Nederland had de bedoeling om toe te werken naar zelfbestuur voor de Papoea’s, de bewoners van Nieuw-Guinea.
Indonesië bestookte het eiland met parachutistenlandingen en Nederland zond een militaire missie erheen om te voorkomen dat Indonesië het eiland zou innemen. In totaal zijn rond de 30.000 Nederlandse militairen daarheen gegaan, onder meer dus ook Frans Verheij.

De nog kwieke Rotterdammer vertelde in ronde bewoordingen wat hij daar zoal had meegemaakt. Hij had eerst gevaren maar moest toen nog zijn dienstplicht vervullen. Matig bewapend en niet best voorbereid kwamen Frans en zijn maten via Curaçao in Nieuw-Guinea terecht. De natuur daar met slangen, krokodillen, allerlei insecten en ook bloedzuigers was eigenlijk een groter gevaar voor de Nederlandse soldaten dan de tegenstanders vanuit Indonesië.

Immens groot
Nieuw-Guinea is immens groot en wordt volledig overwoekerd door bomen en oerwoud. De Indonesiërs en de Nederlanders waren beducht voor elkaar maar ze zagen elkaar bijna niet. De inheemse bevolking stond aan de kant van de Nederlanders die de hulp en bijstand van de lokale mensen goed konden gebruiken.
Frans Verheij en zijn maten hebben uiteindelijk acht maanden in Nieuw-Guinea vertoefd. Uiteindelijk is Nederland onder internationale druk ermee akkoord gegaan dat het Nederlandse deel van Nieuw-Guinea onderdeel zou worden van Indonesië. Heel veel strijd is er dus niet geleverd.

Verheij vertelde vooral hoe ze zich zelf moesten zien te redden in het oerwoud. Het eten moesten ze zelf prepareren; doorgaans rijst met uien. Water uit de natuur dronken ze uit een bamboemok, waarbij een chloortabletje er voor moest zorgen dat ze niet ziek werden of diarree kregen. Bloedzuigers werden bestreden met sigarettenpeuken.

Terugkeer
Na terugkeer uit Nieuw-Guinea, eind 1962, is Frans Verheij in de chemische industrie gaan werken. Hij trouwde met de vrouw met wie hij voor vertrek naar Nieuw-Guinea al verkering had en intussen zijn ze bijna zestig jaar getrouwd.
Heel lang wilde Frans Verheij liever niet herinnerd worden aan de missie naar Nieuw-Guinea, maar later is hij toch via het Nederlands Veteranen Instituut gaan vertellen over zijn ervaringen en over wat het betekent om uitgezonden te worden voor een militaire missie. Verheij vroeg vrijdag ook of er in de klas jongens en meisjes zijn die iets voelden voor een toekomst als militair. Een enkeling bleek dat te overwegen.

Schoolconcert
Na de gastles volgde in de aula het Anjerschoolconcert, waarbij de blaasmuziek van de Regimentsfanfare van de Garde Grenadiers en Jagers werd versterkt met filmbeelden van een Nederlandse militair in Afghanistan en zijn tienerdochter die haar vader natuurlijk wel mist tijdens zijn afwezigheid maar trots is op wat hij doet voor het bevorderen van de vrede ver weg.
Voor de leerlingen van het Stanislascollege sluit ‘een veteranendag op school’ goed aan bij het programma van het vak maatschappijleer.
De leerlingen in de klas waar Frans Verheij zijn verhaal vertelde, zeiden na afloop dat ze het heel boeiend vonden. Daarna maakten ze ook het Anjerconcert mee dat ’s avonds nog eens werd herhaald voor iedereen die er bij wilde zijn.

Anjerconcert
Onderwijswethouder Peter Hennevanger was - met een anjer op zijn revers - bij de gastles van Frans Verheij aanwezig en burgemeester Björn Lugthart hield zowel ‘s middags als ‘s avonds bij het begin van het Anjerconcert een korte toespraak waarbij hij de veteranen bedankte voor hun inzet voor het bevorderen van de vrede op allerlei plekken in de wereld.
Hij bedankte ook alle leerlingen, hun docenten en alle andere betrokkenen voor hun bijdrage aan een geslaagde ‘veteranendag’. Daarbij noemde hij ook de veteranen en het orkest!

Na de gastles volgde het Anjerschoolconcert.
De burgemeester opent het Anjerschoolconcert in de middag. Dat werd in de avond gevolgd door het Anjerconcert.

Uit de krant