Winterkoning fladdert met vleugels tijdens het zingen. (foto: Peter Elfferich)
Winterkoning fladdert met vleugels tijdens het zingen. (foto: Peter Elfferich)

Zingende winterkoning

Actueel 654 keer gelezen

Soms hoor je in de wintermaanden de zang van een winterkoning. Het is verbazingwekkend hoeveel geluid zo’n klein vogeltje kan voorbrengen. Vorig jaar fotografeerde mijn echtgenoot een winterkoning die vol overgave zat te zingen. Zo nu en dan fladderde de zanger met zijn vleugels. Bij spreeuwen heb ik vaak gezien dat ze hun gezang kracht bij zetten met vleugelgefladder, maar van winterkoningen kende ik dergelijk gedrag niet. Nu is het zo dat ik ze veel vaker hoor dan zie zingen, want ze zitten vaak diep in het struikgewas. Op de website van Vogelbescherming zag ik een filmpje van een zingende winterkoning die ook met de vleugels fladderde. Of dit bijdraagt aan het geluidsvolume weet ik niet. Het ziet er wel enthousiast uit. 

De winterkoning heette vroeger winterkoninkje, maar verkleinwoorden zijn al weer enige jaren geleden geschrapt uit de officiële Nederlandse vogelnamenlijst. Als je op internet zoekt naar een verklaring van de naam winterkoning, dan wordt er vaak verwezen naar de ‘Koningsmythe der Vogels’. Kort samengevat gaat die als volgt: de vogels spraken af dat de vogel die het hoogst kon vliegen hun koning zou worden. De arend vloog hoger en hoger, tot hij ver boven alle andere vogels verheven was. Toen hij de daling inzette vloog er tussen zijn veren vandaan een kleine vogel. Die vloog nog een beetje hoger en riep: “Ik ben de koning!”

Deze oude mythe ligt ten grondslag aan de naam van diverse kleine vogeltjes, waaronder: winterkoning, goudhaan en bladkoning. Vooral het goudhaantje is een goede kandidaat voor het koningschap, want die heeft midden op de kruin een toefje heldergele/oranje veertjes, waar je een gouden kroontje in kunt zien. De wetenschappelijke naam van de goudhaan is Regulus regulus. In het Latijn betekent regulus: ‘koninkje’. De wetenschappelijke naam van de winterkoning is Troglodytes troglodytes, hetgeen ‘grotbewoner’ betekent. Vermoedelijk verwijst dit naar hun gewoonte om in holtes te kruipen. Winterkoningen zijn standvogels: ze blijven het hele jaar in Nederland. Tijdens de trektijd passeren er wel vogels uit Scandinavië en het Oostzeegebied ons land. In de winter worden ze vaker gezien dan de rest van het jaar, want verstoppen in de vegetatie is ‘s winters lastiger. Bovendien wagen ze zich ook meer in de bebouwde kom op zoek naar voedsel: kleine diertjes. Ondanks hun naam kunnen ze slecht tegen strenge winters. Een aanzienlijk deel van de populatie legt het loodje bij aanhoudende vorst. Onder gunstige omstandigheden kan de populatie zich gelukkig snel herstellen.

Caroline

Uit de krant