Logo telstar-online.nl
<p>Jaap de Geus en Annette van der Stap hebben meer dan vijftien jaar intensief samengewerkt. </p>

Jaap de Geus en Annette van der Stap hebben meer dan vijftien jaar intensief samengewerkt.

Huisarts Jaap de Geus en assistente Annette van der Stap dragen praktijk over

  •   keer gelezen   Actueel

Een bijzondere Nootdorpse dokterspraktijk is vrijdag 27 augustus ten einde gekomen. Die van Jaap de Geus en zijn enige assistente Annette van der Stap. Ze zijn allebei 66 lentes jong en nog in prima gezondheid. Ze hadden misschien nog wel een half jaar of een jaar willen en zeker kunnen doorgaan, maar konden nu een goede opvolger vinden. Peter Bregman die net als Jaap de Geus in Voorburg woont. De nog jonge arts Bregman nam wel eens waar voor Jaap de Geus en zo raakten ze met elkaar in gesprek over het eventueel overnemen van de dokterspraktijk. 

Die is of was bijzonder omdat het tegenwoordig niet veel meer voorkomt dat een huisarts helemaal ‘solitair’- in zijn eentje – een praktijk runt met dan ook nog één assistente die net als de huisarts fulltime werkt. Annette en Jaap waren 20 jaar een bijzonder duo. Ze vulden elkaar heel goed aan. Ze werkten op een manier zoals tegenwoordig bijna niet meer voorkomt, zeker niet in stedelijke gebieden, waar Nootdorp toch onder geschaard kan worden ondertussen. Annette gaf op een heel bijzondere manier invulling aan het assistentschap. Ze wist net als Jaap alles van de patiënten en beide vinden het heel jammer dat er met hun vertrek tegelijk ook zo veel patiënteninformatie de deur uit loopt. Kennis die in hun hoofden zit. De opvolgers hebben al aangegeven dat ze het ‘moderner’ gaan aanpakken. Er zal meer digitaal gedaan moeten worden door de patiënten in plaats van een praatje via de telefoon of aan de balie, waar regelmatig, na afloop van het consult met Jaap, Annette nog even werd bijgepraat. 

Jaap en Annette hadden vanaf het allereerste moment van hun kennismaking een goede klik. Dat was nog in de vorige eeuw. Annette werkte als hoofd verzorging bij zorgcentrum ’t Hofland in Pijnacker toen daar iemand overleed, kwam Jaap opdraven om als schouwarts de dood vast te stellen. Annette ‘onthulde’ dat ze bij hem had gesolliciteerd als assistente maar was afgewezen. Nog dezelfde dag belde Jaap de Geus naar de familie van der Stap om te vragen of ze toch alsnog assistente wilde worden in de praktijk van destijds nog Jaap en Janet de Geus-Van der Huizen. Annette had toen een jaar nodig om mentaal los te komen van het werk bij ’t Hofland – ook daar was ze heel betrokken en bijna vergroeid met de organisatie, het werk en de mensen – maar is ze toch bij de Nootdorpse huisartspraktijk gaan werken. 

Toen Jaap en Janet eind 2005 privé en zakelijk uit elkaar gingen, bleef Annette als enige assistente achter en toen volgde een periode van heel intensieve samenwerking tussen arts en assistente. Kritiekpunten die een patiënt wel met haar maar niet met de dokter deelde of durfde te delen, besprak Annette met Jaap, die altijd goed tegen kritiek bleek te kunnen en de informatie van Annette heel waardevol vond als aanvulling. Met z’n tweeën kenden ze de bijna 3000 patiënten – het bestand is in de loop der jaren ingekrompen door natuurlijk verloop - heel goed. Natuurlijk is het patiëntenbestand gemiddeld best op leeftijd. Een oudere arts die zoals Jaap de Geus 38 jaar in een dorp actief is geweest, ziet het patiëntenbestand met hem mee vergrijzen. 

Jaap vertelt dat er een tijd is geweest dat hij driekwart van de bewoners van zorgcentrum Veenhage als patiënt had. Annette vertelt dat het voor veel patiënten heel erg slikken was, dat de praktijk van De Geus stopt. Zoals het tien jaar geleden al een hele schok was toen de arts door een herseninfarct een tijdje uitgeschakeld was. Gelukkig herstelde hij daar helemaal van. Flink wat mensen moesten de laatste tijd een of meer traantjes wegpinken, toen ze voor het laatst de praktijk verlieten. Annette en Jaap zijn ook overladen met cadeaus, lieve kaarten en mooie brieven. Als Annette koffie heeft gemaakt en ingeschonken, krijgen we daar een lekker chocolaatje bij dat afkomstig is van een patiënt. 

Vrijdag 3 september is tussen vier uur ’s middags en zeven uur ’s avonds het afscheid bij Grand Café 1837. Kim Kleijweg wil er een coronaverantwoord geplaceerd evenement van maken, maar hoe dat precies zal gaan, moeten Annette en Jaap nog zien. “Gelukkig zijn bijna al onze patiënten dubbel gevaccineerd”, zegt De Geus. In de tijdelijk verlaten praktijk aan de Olmendreef spraken we met Annette en Jaap en stelden we vooral de arts nog wat aanvullende vragen. Op maandag 30 en dinsdag 31 augustus was ‘de zaak’ gesloten en vanaf vandaag, woensdag 1 september, is de nieuwe huisarts in de running. 

De receptie heeft inmiddels plaatsgehad (red.)

Wanneer wist je dat je arts wilde worden cq huisarts, Jaap?
Eigenlijk al heel jong. Ik was een jaar of acht, terwijl ik helemaal niet uit een medische familie kom. Mijn ouders werkten allebei in het onderwijs.

Was er een inspiratiebron, een aanzet?
Dat was onze eigen huisarts in Den Helder, waar ik ben opgegroeid. Dokter Schoorl. Een wat oudere wijze arts die heel betrokken was bij de mensen, de patiënten. Een jaar of acht was ik toen ik na een nacht met hevige buikpijn naar de dokter ging. Je moet niet denken dat mijn ouders mee gingen. Ook al was je acht jaar, je ging alleen naar de dokter. Kinderen waren destijds zelfstandiger dan nu. Uit zijn onderzoek bleek dat mijn blindedarm ontstoken was en nog dezelfde dag hebben ze die in het ziekenhuis er uit gehaald. Later had ik nog eens longontsteking en kreeg ik ook weer met dokter Schoorl te maken. Weet nog goed dat ik na twee weken binnenzitten waar naar buiten mocht: geweldig was dat.

En toen ben je na de middelbare school medicijnen gaan studeren!
Inderdaad. In Leiden. Een studie van zeven jaar waar ik acht jaar over gedaan heb. Huisarts worden leek me heel mooi, maar tijdens de studie bleek chirurgie ook heel interessant. Maar dat is wel een heel zwaar vak waarbij je uren en uren achtereen op je benen moet blijven staan. Gynaecologie vond ik ook heel boeiend. Een heel veelzijdig vak is dat ook. Als huisarts heb ik een jaar of twintig zelf de bevallingen gedaan. Niet zo veel als mijn voorganger dokter Toon Bakkeren die wel eens met glimmende oogjes vertelde dat hij er een keer zes op een dag had gedaan en tussen de bedrijven door ook nog tijd had gevonden voor het spreekuur, maar toch wel heel veel. Bakkeren heeft er meer dan 4.000 gedaan en ik rond de 2.000 denk ik. Prachtig werk in een tijd dat hier in Nootdorp tachtig procent van de vrouwen thuis beviel. Nu is dat nog een procent of tien. Bevallen mag bij een aantal vrouwen ook geen pijn maar doen, maar dat is weer een heel ander verhaal waar ik maar niet over zal uitweiden.

Heb je ook je eigen kinderen ter wereld gebracht?
Zeker. Janet en ik hebben er vier en bij de oudste twee deed ik de bevalling samen met een bevriende arts en bij de jongste twee deed ik het zelf. De bevalling werd bij ieder kind ook steeds gemakkelijker en verliep ook sneller. Bij de oudste duurde het zes uur en bij de jongste nog maar een half uur.

Zijn jullie kinderen ook iets medisch gaan doen?
Drie van de vier wel. De oudste, Stephan, is oogarts. Hij is 34. De tweede, Paul van 33, is fysiotherapeut. De derde, Mark die 31 is, is chemicus. En de jongste, Eva van 26, is basisarts en wil graag tropenarts worden. Zij is de meest avontuurlijke van de vier.

Hoe zijn jij en Janet destijds in Nootdorp terechtgekomen?
Dat is via een intermediair gegaan. Dokter Bakkeren wilde er mee gaan stoppen en had zo’n grote praktijk dat hij op zoek was naar een huisartsenechtpaar. Het was rond 1984 niet eenvoudig om een praktijk te vinden en voor ons als aanstaand huisartsenpaar was het dus ideaal. In 1984 heb ik een jaar samen met Bakkeren gewerkt en zo het dorp en de patiënten leren kennen en in 1985 heb ik het overgenomen en toen is Janet er ook al gauw bij gekomen.

Was het mooi in Nootdorp?
Het was geweldig in Nootdorp. Al is het Nootdorp van 1984 natuurlijk heel anders dan het Nootdorp van 2021. Toen was het echt nog een dorp waar iedereen iedereen kende. Er bleef ook niets geheim en informatie ging razendsnel door het dorp omdat bijna iedereen familie was van iedereen. Het gebeurde wel dat ik terug kwam van een bevalling en dat ik in de Dorpsstraat iemand tegenkwam die wist dat daar en daar een kind geboren was en hij of zij wist dan ook al hoe het heette. Die families kwamen ook razendsnel bij elkaar op kraamvisite. Als ik daar dan bij was en diverse bekenden zag, kon ik meteen weer wat leren over de familieverbanden in het dorp. Mede door al die bevallingen leerde ik heel snel de mensen kennen.

Is er veel veranderd in al die jaren?
Wat is er niet veranderd? De zorg is veel bureaucratischer geworden en dat gaat nog steeds door. Er zijn wel verwoede pogingen om daar wat aan te doen maar het helpt allemaal niet.

Toen Janet en jij ieder een eigen weg ging, hoe hebben jullie toen de patiënten verdeeld?
We hebben het hele bestand doorgenomen en bij alle patiënten een voorstel gedaan: met Janet mee of bij mij blijven. Alle patiënten konden van dat voorstel afwijken. Het was een heftig en tijdrovend proces maar vervolgens prima afgelopen.

In hoeverre ben je daarna je eigen gang blijven gaan?
Met bepaalde ontwikkelingen moet je mee, zoals de verandering van zorgsystemen, maar Annette en ik zijn altijd wel zo veel mogelijk onszelf gebleven. Alleen al doordat we op eigen houtje zijn blijven werken en niet zijn gaan samenwerken met andere praktijken. Natuurlijk moesten we mee met de digitalisering maar zeker voor de oudere patiënten zijn we zo veel mogelijk direct bereikbaar gebleken. Bepaalde mensen moet je niet verplichten om een receptenbandje in te spreken. Dus ze konden Annette gewoon blijven bellen of aanspreken bij de balie. Qua persoonlijk contact zijn we altijd zo laagdrempelig mogelijk gebleven en zo veel mogelijk direct aanspreekbaar.

Woog de verantwoordelijkheid niet zwaar. Het gaat soms toch over leven en dood?
Als je voor dit vak kiest, dan weet dat je het een zaak van leven of dood kan zijn. Natuurlijk was de verantwoordelijkheid altijd groot en natuurlijk maakt iedere huisarts fouten – ook ik – maar daar is niet aan te ontkomen. Wij hebben altijd onze taak zo serieus mogelijk uitgevoerd en ons uiterste best gedaan. 

Je vertelde vroeger wel eens: als een ouwe Nootdorper zegt ‘dokter er zit iets te kwarren’ dan is de kans groot dat het heel ernstig is. Is dat nog steeds zo?
Misschien minder dan vroeger, maar nog steeds gaan veel Nootdorpers niet snel naar een dokter. Terwijl in de samenleving als geheel veel mensen dat juist wel doen. Dat is een ontwikkeling waar je weinig aan kunt doen, maar je hebt er wel last van. Huisartsenposten die ’s avonds en in het weekend allerlei van dit soort mensen zien langskomen, hebben daar echt last van. Toen wij als huisartsen van Nootdorp en Pijnacker voor elkaar weekenddiensten gingen draaien, had je dat al. Vanaf acht uur zaterdagochtend belde de een na de ander. En kreeg je allemaal mensen op visite die je niet kende maar van wie je vermoedde dat het allemaal zo erg niet was. Maar goed, dat is dus het probleem als je de mensen niet kent. Wij kenden hier onze patiënten van haver tot gort en hebben dus veel meer extra informatie die we kunnen gebruiken in het beoordelen van klachten.

In hoeverre is het stellen van een diagnose kennis en kunde en hoeverre gevoel en ervaring?
Natuurlijk heb je kennis en kunde nodig. De kennis hou je bij en de kunde wordt groter naarmate je langer in het vak zit. Ervaring en gevoel zijn heel belangrijk als aanvulling op de kennis en de kunde.

Jullie stoppen op je 66ste? Wat gaan jullie nu doen?
Annette: Dat is een goede vraag. Het fulltime werk heeft me altijd zo in beslag genomen. Met mijn echtgenoot Giel heb ik twee dochters, Kim van 42 en Laura van 40. We hebben één kleindochter, Saar, van acht, die op zaterdag altijd bij ons is. Ik wil zeker iets anders gaan doen, maar wil daar nog even wat tijd over laten gaan. Dit stoppen is zo ontzettend ineens dat het voor mij best lastig is. Loslaten is moeilijk voor mij. Dat bleek al toen ik destijds bij ’t Hofland wilde stoppen om hier doktersassistente te worden. Dat was al heel moeilijk. En nu vind ik het ook weer lastig. Dat ik al die mensen nu niet meer van dienst kan zijn en kan helpen, is voor mij echt moeilijk. Dit werk deed ik met zo veel overgave. Hoe druk het soms ook kon zijn. Want dat is natuurlijk wel weer het nadeel van onze manier van werken: er kwam vaak heel veel tegelijk op me af, zodat mensen wel eens geduld moesten hebben, maar over het algemeen hadden ze dat.

Jaap: Vroeger hadden de mensen meer tijd en geduld dan nu. Dan begon het spreekuur en kwam er een bevalling tussendoor. En dan kwam ik een uur later terug en zat iedereen er gewoon nog. Dat maak je nu niet meer mee.

Annette zegt dat er altijd wel mensen zijn met wat minder geduld, maar dat heeft nooit echt problemen gegeven.

Jaap: Jij hebt met jouw manier van benaderen de patiënten altijd rustig gekregen en op hun gemak gesteld. 

Wat ga jij doen Jaap? Fietsen en op kleinkinderen passen?
Dat laatste zal wel meevallen. We hebben één kleinkind van ruim een jaar – hij heet Siem - dat niet in de buurt woont. Fietsen wel. Dat was altijd al een enorme hobby en daar ga ik mee door. De fietsgroepen waar ik deel van uitmaak, gingen in het voorjaar wel eens een week op trainingskamp. Meestal kon ik door het werk niet mee, maar nu kan dat dus wel. Natuurlijk is het voor mij een grote overgang om na 38 jaar geen huisarts meer te zijn, maar voor een zwart gat ben ik zeker niet bang. Mijn huidige partner is een jaar of zes jonger en blijft voorlopig nog werken. Dat scheelt ook wel.

En moeten jullie nu op zoek naar een huisarts?
Annette: Ik zit al heel lang bij Sjoerd Stokman in Pijnacker. Een prima huisarts.

En jij Jaap?
Ik was altijd mijn eigen huisarts - die niet veel in actie hoefde te komen - maar ga nu in Voorburg op zoek naar een huisarts.

Hoe hebben jullie corona beleefd?
Jaap: Ik heb het zelf gehad, vermoedelijk al in het begin, maar niet veel last gehad. Omdat we veel patiënten in Veenhage hadden, hebben we er direct mee te maken gehad. En ook de vaccinatie was een hectische tijd, zeker omdat er steeds weer dingen veranderden. Al het gedoe over vaccinatie verbaast me wel. Het grote probleem is dat veel mensen in hun eigen bubbel zitten en alleen informatie tot zich nemen die hun mening bevestigt. Het verhaal dat het vaccin nog niet goed ontwikkeld is en over bijwerkingen dat je er onvruchtbaar van wordt. De grootste onzin allemaal. We zijn door de jaren heen voor van alles gevaccineerd en nooit was het een probleem en ineens is de wereld te klein. Het is heel simpel: met een vaccinatie raak je minder snel besmet, breng je corona minder snel over en word je ook minder ziek.

Aldus het laatste gratis advies van dokter Jaap de Geus! 


Dokter Jaap de Geus in de ‘zwart-witt-tijd’. (foto Nootdorp Nu)

Meer berichten