Het schotelrommeltje | Telstar Online - Actueel nieuws uit Pijnacker-Nootdorp
Logo telstar-online.nl
<p>Uit elkaar gevallen nestje van rosse metselbij. (foto: Caroline Elfferich)</p>

Uit elkaar gevallen nestje van rosse metselbij. (foto: Caroline Elfferich)

Het schotelrommeltje

  •   keer gelezen   Actueel

Insecten kunnen kunstige bouwsels maken als onderkomen voor zichzelf en/of hun nageslacht. Daarbij maken ze gebruik van allerlei materialen, zoals: zand, klei, was, zijde of plantaardig materiaal.

Een poosje geleden duwde vriendin Truus mij een goud omrand schoteltje in de hand, waar een grotendeels vergaan knutselwerkje op lag van grijze klei. Het stond al geruime tijd bij haar in de vitrinekast en ze vroeg zich af wat voor knutselwerkje het was. Waar en wanneer ze het had gevonden wist ze niet meer zo goed, het stond al heel lang in de kast. Zo op het eerste gezicht doet het mij denken aan de restanten van een insectenbroedsel, bijvoorbeeld het nestje van een metselbij.

Met schotel en al krijg ik het studiemateriaal mee naar huis. Enkele dagen later bekijk ik de grijzige restanten met de stereomicroscoop. Het is inderdaad een nestje van een metselbij. De vrouwtjes van metselbijen maken nestcellen van klei in natuurlijke holletjes of bijenhotels. Ze vullen de nestcellen met een stuifmeelklompje en een ei. Enkele nestcellen zijn nog gedeeltelijk intact. In de meest complete cel zit een flinke stuifmeelklont: het voedsel voor de bijenlarve. Er zijn ook nog allerlei onderdelen van de bijtjes zelf te zien tussen de kleiresten.

In Nederland leven meerdere soorten metselbijen. De rosse metselbij ken ik het best, die bezoekt wel eens onze tuin. In de Basisgids wilde bijen van Pieter van Breugel vind ik enkele kenmerken van het nestje van de rosse metselbij. Die komen goed overeen met mijn studiemateriaal. Zo hebben de poppen een donzig ‘mutsje’. Mijn man ontdekt tussen de restanten een kopje van een bij, met een grijze ‘snor’. Het is mijns inziens de kop van een mannetje rosse metselbij. Ik stuur een foto en mijn bevindingen naar Pieter van Breugel. Zijn reactie: “Jouw diagnose klopt helemaal. Alleen dat donzige mutsje zit niet aan de pop, maar aan de cocon waar de pop of het volwassen bijtje in zit.” Als ik Truus informeer over de onderzoeksresultaten schrijft ze terug: “Wat bijzonder dat je het schotelrommeltje hebt kunnen thuisbrengen. Wat fijn toch dat je echte kenners per onderwerp hebt, die je diagnose kunnen bevestigen. Zo word jij steeds wat knapper en daar profiteren anderen weer van. Rosse metselbij, ik vind de detailopnames erg mooi, wat is er veel te zien aan zo’n schoteltje ongeregeld. Wel jammer dat ik echt niet meer weet waar het vandaan komt.” In dit geval maakt het niet zoveel uit dat vindplaats en vinddatum onbekend zijn, maar bij natuurstudie is deze informatie vaak onontbeerlijk.

Caroline

Meer berichten