Logo telstar-online.nl
<p>Aangereden bunzing op Oude Leedeweg. (Foto: Jacob Bijl)</p>

Aangereden bunzing op Oude Leedeweg. (Foto: Jacob Bijl)

Martermeldingen

  •   keer gelezen   Actueel

De meeste zoogdieren zijn ’s nachts actief en dat geldt ook voor marterachtigen. Ze worden zelden gezien, maar het afgelopen jaar heb ik meerdere meldingen gehad van deze roofdiertjes.

Februari 2020 doet Cees Zwinkels tijdens landschapsonderhoud in de Ackerdijkse Plassen een bijzondere vondst. Hij schrijft: “Bij de opslag van het oude ijzer stond een circa anderhalve meter hoge pvc-buis van grote diameter waarin het skelet van een dier lag. Het zal een roofdier zijn geweest gezien de scherpe hoektanden. Geschatte lengte: 50 centimeter. Een bunzing? Een marter? De ongelukkige heeft bij zijn/haar omzwervingen even niet goed opgelet, is in de buis gevallen en kon daar nimmer meer uitkomen. Nee, het buitenleven is niet altijd leuk.” 

Bij het bericht zitten enkele foto’s van het skelet en een close-up van het schedeltje. Deze foto’s stuur ik naar Bram Langeveld van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Zijn reactie: “Gelet op de kenmerken van de onderkaak, determineer ik dit inderdaad als een marterachtige. Bunzing is het meest waarschijnlijk.”

Op suggestie van Bram ga ik begin maart naar de Ackerdijkse Plassen om de marterresten te verzamelen. Daarna neem ik contact met hem op. Hij schrijft: “Voorlopig zou het fijn zijn als het skelet in de diepvries bewaard zou kunnen worden om eventuele vraatinsecten (gevaar voor de collectie) onschadelijk te maken. Als dat niet kan is een goede dichte plastic zak ook voldoende.” Het lijkt me niet fris om het skelet met aanhangende rommel in mijn vriezer te stoppen. Gelukkig kan mijn man de marterresten snel bij Bram langsbrengen. De overdracht vindt plaats vlak voor de corona lockdown. 

Enkele maanden later krijg ik de uitslag van de determinatie: “Op basis van het formaat van het onderkaakje kan er geen misverstand bestaan: een bunzing.” Een andere martermelding betrof een aangereden bunzing. Die werd op 10 augustus gevonden door Jacob Bijl op de Oude Leedeweg, ter hoogte van huisnummer 10. Als ik de foto van het verkeersslachtoffer bekijk moet ik denken aan een verhaal van mijn moeder. Als haar vader vroeger een bunzing aantrof in zijn schuur dan was hij voorzichtig. Hij wist dat deze roofdiertjes, die hij bonksums noemde, er niet voor terugdeinzen om veel grotere dieren te lijf te gaan als ze zich in het nauw gedreven voelen. In mijn leven heb ik slechts eenmaal een glimp van een levende bunzing gezien. Dat is inmiddels vijfentwintig jaar geleden. Recenter vond ik in de achtertuin een uitwerpsel, dat van een bunzing afkomstig moet zijn geweest: een zwart, langgerekt drolletje.

Caroline

Meer berichten